Beleid rond seksuele diversiteit slechts vrijblijvend

In Nederland worden scholen nauwelijks geleid door richtlijnen over sociale veiligheid en integratie. Daardoor hebben ze bijna volledige vrijheid om negatieve uitingen over seksuele diversiteit te negeren. Dat stelt de Global Alliance for LGBT Education (GALE).

Ter gelegenheid van de Internationale dag tegen homofobie heeft GALE in kaart gebracht hoe landen scoren op de uitvoering van het recht op onderwijs voor lesbische, homoseksuele, biseksuele, transseksuele en interseksuele leerlingen (LHBTI).

Ierland scoort hoogst met 74 procent. Afghanistan, Irak en Liberia zijn hekkensluiters met 0 procent. Nederland staat op de achtste plaats met 68 procent. Van alle staten die tot nu toe zijn onderzocht, is 9,5 procent ondersteunend voor LHBTI-leerlingen. Bijna een kwart doet niets aan LHBTI-rechten voor leerlingen.

GALE stelt dat in Nederland scholen nauwelijks worden geleid door richtlijnen over sociale veiligheid en integratie. ‘Scholen krijgen daardoor een bijna volledige vrijheid om negatieve uitingen te negeren en LHBTI-pesten toe te staan. Doorgaans wordt in formeel beleid het aandachtspunt seksuele diversiteit niet genoemd.’

Als voorbeelden noemt GALE het concept van de anti-pestwet en het Actieplan Sociale Veiligheid van de sectorraden PO-Raad en VO-raad. ‘Men gaat ervan uit dat docenten ‘sensitief’ moeten zijn om dit ‘mee te nemen’. Helaas is daar in de praktijk geen sprake van’, aldus GALE.