Brede scholengemeenschap heeft Dekkers voorkeur

‘Als kinderen deel uitmaken van een brede scholengemeenschap, kan dat bijdragen aan burgerschap en integratie. Op een brede scholengemeenschap komen leerlingen immers eerder in aanraking met leerlingen die onderwijs op een ander opleidingsniveau volgen dan op een categorale school’, schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Hij reageert hiermee op vragen van de Tweede Kamerleden Joyce Vermue en Tanja Jadnanansing van de PvdA over de groeiende segregatie in het onderwijs in Amsterdam. Hun vragen volgden op de publicatie van cijfers die uitwijzen dat kinderen met hoogopgeleide ouders en die met laagopgeleide ouders elkaar in de scholen amper nog tegenkomen.

Een kwart van de scholen voor voortgezet onderwijs in de hoofdstad heeft vrijwel uitsluitend leerlingen met hoogopgeleide ouders. Daar staat tegenover dat op vier van de tien scholen meer dan 80 procent van de kinderen laagopgeleide ouders heeft. Op categorale vwo-scholen zitten vooral kinderen van hoogopgeleiden. Brede scholengemeenschappen in Amsterdam hebben een grotere spreiding.

Brede scholengemeenschap geen garantie

Dekker wijst erop dat scholen de wettelijke opdracht hebben actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. ‘Dat geldt voor iedere school: categoraal of een brede scholengemeenschap. Als kinderen deel uitmaken van een brede scholengemeenschap, kan dat bijdragen aan burgerschap en integratie. Op een brede scholengemeenschap komen leerlingen immers eerder in aanraking met leerlingen die onderwijs op een ander opleidingsniveau volgen dan op een categorale school’, aldus de staatssecretaris.

Hij schrijft echter ook dat de breedte van een school alleen niet garandeert dat het onderwijs bijdraagt aan leren samenleven. ‘Het kan zijn dat een schoolbestuur het onderwijsaanbod in vestigingen organiseert. Binnen een school is het goed mogelijk dat leerlingen van verschillende schoolsoorten of klassen weinig met elkaar in contact komen. Anderzijds kunnen categorale scholen eveneens zeer waardevolle initiatieven ontwikkelen die bijdragen aan integratie en leren samenleven, bijvoorbeeld door uitwisseling met andere scholen of projecten met de buurt waarin de school staat.’

Burgerschap en sociale integratie

Het is volgens Dekker vooral van belang ‘dat iedere school -ongeacht de samenstelling van de leerlingpopulatie- van goede kwaliteit is en dat iedere school daadwerkelijk bijdraagt aan actief burgerschap en sociale integratie’. Het is, aldus Dekker, ‘de taak van de rijksoverheid om te waarborgen dat het onderwijssysteem kansen biedt voor alle leerlingen, ongeacht hun afkomst’.

Hij verwijst in zijn antwoorden naar de reactie van hem en minister Jet Bussemaker op het rapport De Staat van het Onderwijs, waarin de Inspectie van het Onderwijs zorgen uit over de groeiende kansenongelijkheid. In hun reactie stelden Dekker en Bussemaker dat zij ‘een goed toegankelijk systeem willen blijven waarborgen voor alle leerlingen’.

Lees meer…

Het zomernummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! besteedt met een artikel aandacht aan de vraag of brede scholengemeenschappen beter zijn voor sociale integratie dan categorale scholen.

Aan het woord komen voormalig bestuurder Annemarie Juli van Openbare Scholengemeenschap Schoonoord in Zeist, oud-Volkskrantjournalist en economieleraar Ferry Haan van het Jac. P. Thijsse College in Castricum, directielid Sandra Newalsing van de scholengroep Voortgezet Onderwijs van Amsterdam en rector Benedict Hamans van het openbare Stedelijk Gymnasium in Schiedam.

Het zomernummer van Naar School! verschijnt op 14 juni.

Categorale havo of brede scholengemeenschap?

Het openbaar voortgezet onderwijs in Amsterdam heeft een categorale havo. Is dat een goed idee? Of moeten we juist de brede scholengemeenschap koesteren? De redactie van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs wil graag weten hoe u hierover denkt.

De nieuwe Havo is van de stichting Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA). Deze nieuwe categorale havo telt ongeveer 100 leerlingen. VOvA heeft ook het Hyperion Lyceum, een categorale vwo-school. De trend lijkt dus gezet: niet meer de brede scholengemeenschap, maar aparte scholen voor verschillende leerlingen.

Directeur Peter van Hameren van De nieuwe Havo: ‘Het idee is dat we havisten op deze school meer specifiek havo-onderwijs kunnen bieden. Een havist is wezenlijk anders dan een vwo’er en daar willen wij recht aan doen.’ Daarnaast is de kleinschaligheid van De nieuwe Havo een pluspunt, vertelt woordvoerder Fadoua Zaghdoud van VOvA in het decembernummer van magazine School!.

Elkaar leren waarderen
Daartegenover staat de mening van rector Jan Paul Beekman van het openbare Gerrit Komrij College in Winterswijk. Daar zijn vorig jaar juist drie kleine schoollocaties opgegaan in één grote school met 1350 leerlingen van lwoo tot en met gymnasium.

Beekman is groot voorstander van de brede scholengemeenschap: ‘Ik vind zelfs dat je kinderen tekortdoet als je ze de ontmoeting met kinderen van andere leertypes onthoudt.’ Hij vertelt dat havo- en atheneumleerlingen met vmbo’ers samenwerken in een module motorvoertuigentechniek. ‘Ze leren van elkaar en ze leren elkaar waarderen’, aldus de Winterswijkse rector.

Wat vindt u?
Moeten we in het voortgezet onderwijs naar categorale scholen, dus naar aparte vmbo’s, mavo’s, havo’s, vwo’s en gymnasia? Of moeten we juist de brede scholengemeenschap koesteren? Geef hieronder of op Twitter (@VOSABB) uw mening!

Lees het artikel over de categorale havo in Amsterdam en de brede scholengemeenschap in Winterswijk.