Maastricht heeft geen visie op openbaar onderwijs

De gemeenteraad van Maastricht moet een specifieke visie vastleggen op zijn rol ten aanzien van het openbaar voortgezet onderwijs. Dat stelt de Rekenkamer Maastricht naar aanleiding van het examendebacle bij VMBO Maastricht

In een tussenrapportage over de bevoegdheden van de gemeenteraad van Maastricht in relatie tot de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), waartoe VMBO Maastricht behoort, stelt de rekenkamer dat het de gemeenteraad ontbreekt aan een specifieke visie op zijn rol ten aanzien van het openbaar voortgezet onderwijs.

Een dergelijke visie is in de ogen van de rekenkamer onontbeerlijk om de gemeente een goede rol te laten spelen. In het geval van ernstige taakverwaarlozing door het bevoegd gezag die het openbaar onderwijs raakt, zouden het college van B en W en de gemeenteraad maatregelen moeten kunnen nemen, zo staat in de tussenrapportage.

Examens VMBO Maastricht ongeldig

VMBO Maastricht kwam voor de zomervakantie volop in het nieuws, omdat de Inspectie van het Onderwijs daar alle eindexamens ongeldig had verklaard. Het bleek dat geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om examen te mogen doen. Het bestuur van de stichting LVO wordt daar verantwoordelijk voor gehouden.

Gratis lesbrieven over gemeenteraadsverkiezingen

De Respect Education Foundation stelt online gratis lesbrieven beschikbaar over de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart.

Er zijn lesbrieven op drie niveaus:

 

SOOOG wil scholen niet overdragen aan gemeente

Het bestuur van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen (SOOOG) werkt niet mee aan het plan van wethouder Wietze Potze van de nieuwe fusiegemeente Westerwolde om vijf openbare basisscholen onder integraal gemeentelijk bestuur te plaatsen. Dat laat bestuurder Jaap Hansen van SOOOG aan VOS/ABB weten.

Het gaat om vijf openbare basisscholen in de vroegere gemeente Bellingwedde, die met de vroegere gemeente Vlagtwedde is gefuseerd tot de nieuwe gemeente Westerwolde die sinds 1 januari jongstleden bestaat.

Op het grondgebied van de vroegere gemeente Vlagtwedde valt het openbaar basisonderwijs bestuurlijk onder de gemeente, maar op het grondgebied van de voormalige gemeente Bellingwedde vallen ze onder SOOOG. Wethouder Potze wil nu dat die SOOOG-scholen ook onder gemeentelijk bestuur van Westerwolde komen, meldt het Dagblad van het Noorden.

SOOOG werkt niet mee

SOOOG prakkiseert er niet over om daaraan mee te werken, zegt bestuurder Hansen tegen VOS/ABB. Ten eerste wijst hij op het regeringsbesluit uit 1994 om het openbaar onderwijs onder te brengen in zelfstandige stichtingen. Dit om belangenverstrengeling tegen te gaan als een gemeentebestuurder ook schoolbestuurder is.

Daarnaast is volgens Hansen een overdracht aan de gemeente niet in het belang van de betreffende openbare basisscholen. Hij wijst erop dat SOOOG volgens de Inspectie van het Onderwijs de organisatie zowel onderwijsinhoudelijk als bedrijfseconomisch op orde heeft.

Geen goedkeuring

Bovendien benadrukt hij dat voor een overdracht aan de gemeente goedkeuring is vereist van het bestuur, de raad van toezicht en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van SOOOG alsmede van de gemeenteraden van de gemeenten Westerwolde, Pekela en Oldambt. SOOOG heeft ook in die twee laatsgenoemde gemeenten openbare basisscholen.

De goedkeuring van het bestuur van SOOOG komt er in elk geval niet, aldus Hansen. Wel geeft hij aan open te staan voor het idee om de openbare basisscholen in de voormalige gemeente Vlagtwedde onder te brengen bij SOOOG.

Hoeveel onderwijsachterstandsgeld krijgt uw gemeente?

Het ministerie van OCW heeft de indicatieve bedragen van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid in 2018 gepubliceerd.

Voor de indicatieve bedragen is rekening is gehouden met de gemeentelijke herindelingen per 1 januari 2018. De bedragen zijn onder voorbehoud van de officiële beschikkingen van DUO.

Indicatie bedragen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2018

Toelichting verhuur en medegebruik schoolgebouw

Beleidsadviseur Rozemarijn Boer heeft op verzoek van een schoolbestuur dat bij VOS/ABB is aangesloten een toelichting geschreven, waarin zij ingaat op de mogelijkheid van verhuur en medegebruik van een schoolgebouw.

In de toelichting maakt Boer helder op welke voorwaarden verhuur aan en medegebruik door een kinderopvangorganisatie mogelijk is en wat de beperkende rol van het college van B en W hierin kan zijn. Als u lid bent van VOS/ABB, kunt u de toelichting downloaden.

Toelichting downloaden

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Segregatie grote stad en randgemeenten neemt toe

Veel gezinnen met jonge kinderen verlaten de grote stad. Dat geldt vooral voor gezinnen met een hoger inkomen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Gezinnen verhuizen vaak als de kinderen nog niet naar school gaan, vooral als ze in een van de vier grote steden wonen. Van de stellen die in 2012 een eerste kind kregen buiten de vier grote steden, verhuisde 14 procent binnen vier jaar naar een andere gemeente. Het vertrek uit de grote steden was twee tot drie keer zo hoog.

Veel gezinnen weg uit Amsterdam

Van de jonge gezinnen in Amsterdam was 40 procent binnen vier jaar na de geboorte van het eerste kind verhuisd naar een andere gemeente, vaak in de buurt van de stad. Uit Utrecht vertrok 34 procent, uit Rotterdam 28 procent en uit Den Haag 27 procent.

Vooral stellen met jonge kinderen die een hoger inkomen hebben, verlaten de grote stad. Als ze minder geld te besteden hebben, blijven ze daar over het algemeen wonen. Het mag duidelijk zijn dat dit gevolgen heeft voor de scholen. In de grote steden zullen die gemiddeld meer kinderen hebben uit minder welgestelde gezinnen dan in randgemeenten.

Nieuwe kabinet komt met visie op zorgplicht gemeente

Het volgende kabinet zal reageren op het advies Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd van de Onderwijsraad, meldt demissionair minister Jet Bussemaker van OCW aan de Tweede Kamer.

In dit advies staat dat het nodig is de rol van de gemeenten bij het onderwijs goed onder de loep te nemen, onder meer wat betreft het toezicht door de gemeenteraad op het verzelfstandigde openbaar onderwijs.

Artikel VOS/ABB

De Onderwijsraad verwijst in zijn advies naar het artikel De gemeente en ‘haar’ openbaar onderwijs van de juristen Ronald Bloemers en Janine Eshuis van VOS/ABB in het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid (NTOR).

Bloemers en Eshuis belichten in hun artikel de zorgplicht die de gemeenten vanuit de Grondwet hebben voor het openbaar onderwijs. Zij stellen de vraag wat deze zorgplicht inhoudt, nu bijna alle openbare scholen zijn ondergebracht in privaatrechtelijke stichtingen en aldus niet meer onder de gemeenten vallen.

Volgende kabinet

Bussemaker laat aan de Tweede Kamer weten dat het advies van de Onderwijsraad dusdanig is dat het een demissionair kabinet niet past erop te reageren. ‘Wij laten het daarom aan onze opvolgers om een antwoord te formuleren op de aanbevelingen’, aldus de minister van OCW.

Moet gemeentelijk toezicht openbaar onderwijs anders?

Het is nodig om de rol van de gemeenten bij het onderwijs goed onder de loep te nemen, onder meer wat betreft het toezicht door de gemeenteraad op het verzelfstandigde openbaar onderwijs. Dat staat in het advies Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd van de Onderwijsraad.

De raad noemt in het advies eerst drie redenen om goed te kijken naar de rol van de gemeenten in het onderwijsdomein:

  • Grotere verantwoordelijkheid van gemeenten voor jeugdhulp en arbeidsmarktparticipatie;
  • Samenwerking tussen gemeenten en onderwijsinstellingen op het complexe lokale en regionale speelveld;
  • Grote verschillen in omvang en bestuurskracht.

Geadviseerd wordt om een breed samengesteld beraad te organiseren. Voor dat beraad wordt al een aantal principes meegegeven, zoals het uitgangspunt dat dat het primaat ten aanzien van onderwijsinhoud en -proces bij het schoolbestuur ligt.

Openbaar onderwijs

De Onderwijsraad stelt ook dat het beraad zich zou moeten uitspreken over de vraag of het bestuurlijk toezicht op het verzelfstandigde openbaar onderwijs door de gemeenteraad toe is aan herwaardering of dat de overheidsinvloed op het openbaar onderwijs op een andere manier vorm dient te krijgen.

De raad verwijst in zijn advies naar een artikel van de juristen Ronald Bloemers en Janine Eshuis van VOS/ABB in het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid (NTOR). Zij gaan in hun artikel in op de invloed van de gemeenten op het openbaar onderwijs.

Daarbij belichten Bloemers en Eshuis de zorgplicht die de gemeenten vanuit de Grondwet hebben voor het openbaar onderwijs. Zij stellen de vraag wat deze zorgplicht inhoudt, nu bijna alle openbare scholen zijn ondergebracht in privaatrechtelijke stichtingen en aldus niet meer onder de gemeenten vallen.

Download het artikel De gemeente en ‘haar’ openbaar onderwijs.

Brochure VOS/ABB en VNG

In 2012 hebben VOS/ABB en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)  een online brochure uitgebracht over de relatie tussen het openbaar onderwijs en de gemeenten. De rode draad in deze publicatie is de Wet goed onderwijs, goed bestuur en de invloed daarvan op de samenwerking tussen het openbaar onderwijs en de gemeenten. Er wordt gewerkt aan een actualisering van de brochure.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de brochure downloaden.

Breed beraad

VOS/ABB is blij met de oproep van de Onderwijsraad tot een breed beraad over de relatie tussen het onderwijs en de gemeenten en wil daar als belangenbehartiger van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs uiteraard graag aan deelnemen.

Uitstel CBS-indicator onderwijsachterstandenbeleid

De nieuwe CBS-indicator voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt nog niet ingevoerd. De huidige bekostigingssystematieken blijven in elk geval tot en met 2018 handhandhaafd, meldt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker constateert na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) dat ‘veel zorgen de herverdeeleffecten van een nieuwe bekostigingssystematiek en de omvang van het budget betreffen’. De kwaliteit van de nieuwe indicator die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is ontwikkeld, staat echter niet ter discussie, schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Door de nieuwe indicator kan de doelgroep objectiever en op een meer verfijnde manier worden gedefinieerd. Tevens zal het gebruik van deze indicator de administratieve lasten van scholen sterk verminderen, omdat het gebaseerd is op centraal geregistreerde data. Het is voor scholen niet meer nodig om het opleidingsniveau van de ouders uit te vragen, zoals in de huidige situatie’, aldus Dekker.

Toch heeft hij ervoor gekozen om de invoering van de nieuwe CBS-indicator uit te stellen. Dat heeft te maken met het demissionaire karakter van het huidige kabinet. Het besluit van de staatssecretaris betekent dat in elk geval tot en met 2018 de huidige bekostigingssystematieken van kracht blijven.

PO-Raad woedend

Hoewel Dekker meldt dat hij het besluit tot uitstel heeft genomen na overleg met de PO-Raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en hij ook meldt dat die het met hem eens zijn, reageert de PO-Raad mede namens de VNG woedend. De sectorraad meldt met een cynische ondertoon dat de ‘verdwijntruc’ met het onderwijsachterstandengeld ‘wegens succes’ door het ministerie van OCW is verlengd.

‘De PO-Raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten vinden het onverantwoord om het huidige, grotendeels verdampte budget te gaan herverdelen. Dus besluit demissionair staatssecretaris Sander Dekker maar helemáál niet in te grijpen’, aldus de PO-Raad, die dit ‘stuitend’ noemt.

Volgens de PO-Raad is ‘nu echt de maat vol’. Voorzitter Rinda den Besten van de sectororganisatie zegt dat het kabinet niet beseft ‘wat voor schade het aanricht als voorzieningen voor kwetsbare kinderen verdwijnen’. Ze zegt ook dat een volgend kabinet ‘straks meteen met 3-0 achter staat’.

De PO-Raad meldt niet of er actie wordt ondernomen tegen het besluit van Dekker.

Lees meer…

 

‘Geen bezuiniging op onderwijsachterstandenbeleid’

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW spreekt tegen als zou hij 65 miljoen euro bezuinigen op het onderwijsachterstandenbeleid.

GroenLinks-Kamerlid Rik Grashoff wilde naar aanleiding van een brandbrief van de gemeenten weten of Dekker voornemens is ‘de bezuiniging van 65 miljoen euro op het onderwijsachterstandenbeleid terug te draaien’.

De staatssecretaris zegt dat er geen sprake is van een bezuiniging, maar van een ‘ramingsbijstelling ten gevolge van de algemene leerlingendaling in het primair onderwijs en vanwege het feit dat het opleidingsniveau van ouders stijgt’.

Hij wijst er ook op dat bij de vaststelling van de onderwijsbegroting voor 2016 de Tweede Kamer heeft ingestemd met de ramingsbijstelling.

Lees meer…

Verlaging opheffingsnormen kost miljoenen

De overheid zal tientallen miljoenen euro’s extra moeten betalen als de gemeentelijke opheffingsnormen in het primair onderwijs worden verlaagd. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW laten doorrekenen. 

Dekker geeft met de doorrekening gehoor aan een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie. De staatssecretaris heeft twee scenario’s laten doorrekenen:

  1. Verlaging van de opheffingsnormen naar maximaal 175, 150 of 100 leerlingen. De ondergrens blijft 23 leerlingen. De uitzonderingsbepalingen blijven van toepassing.
  2. De opheffingsnormen worden verlaagd volgens de drie bovenstaande varianten. Daarnaast verdwijnen de belangrijkste uitzonderingsbepalingen: gemiddelde schoolgrootte en laatste school van een richting/laatste openbare school.

Uitvoering van het eerste scenario leidt volgens Dekker tot hogere overheidsuitgaven. Uitgaand van een verlaging van de bovengrens van de opheffingsnorm tot 100 leerlingen en het jaar 2021, gaat het naar schatting om 97 scholen en nevenvestigingen die openblijven. De totale kosten voor de overheid die daarmee gemoeid zouden zijn, bedragen naar verwachting 26 miljoen euro in 2021.

In het tweede scenario zullen minder scholen en nevenvestigingen openblijven dan in het eerste scenario, ook als de bovengrens van de opheffingsnorm verlaagd wordt naar 100 leerlingen. Dit scenario kan echter ook leiden tot meer stichtingen van scholen. Het is derhalve moeilijk aan te geven welke extra kosten dit scenario met zich meebrengt.

Dekker voegt eraan toe dat het openblijven van meer kleine scholen er waarschijnlijk toe zal leiden dat meer gebouwen in gebruik blijven waarin sprake zal zijn van gedeeltelijke leegstand. De kosten die daaraan verbonden zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten.

Samenwerking

Dekker benadrukt dat hij een verlaging van de gemeentelijke opheffingnormen onverstandig vindt. Hij ziet meer in samenwerking tussen scholen.

‘Bij een verlaging van de opheffingsnorm voorzie ik een averechts effect dat ertoe kan leiden dat scholen juist minder gaan samenwerken. De huidige systematiek van de opheffingsnormen biedt al veel ruimte voor maatwerk. Het moedigt schoolbesturen aan om samen te werken aan een toekomstbestendig en robuust onderwijsaanbod in de regio’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

 

Welke invloed heeft gemeente op openbaar onderwijs?

De juristen Ronald Bloemers en Janine Eshuis van VOS/ABB gaan in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid (NTOR) in op de invloed van de gemeenten op het openbaar onderwijs.

Het artikel gaat onder andere over de zorgplicht die de gemeenten vanuit de Grondwet hebben voor het openbaar onderwijs. Wat houdt deze zorgplicht in, nu bijna alle openbare scholen zijn ondergebracht in privaatrechtelijke stichtingen en aldus niet meer onder de gemeenten vallen?

Download het artikel De gemeente en ‘haar’ openbaar onderwijs.

 

Gemeenten met krimp tackelen leegstand in scholen

Krimpende leerlingaantallen in het basisonderwijs hebben geen significante invloed op de doelmatigheid van onderwijshuisvesting door gemeenten, blijkt uit onderzoek van het CAOP en de TU Delft.

Veel gemeenten met krimp spelen daar volgens de onderzoekers vroeg en goed op in door bijvoorbeeld leegstaande schoolgebouwen te verhuren of een andere functie te geven. ‘Je moet als gemeente echt jaren van tevoren al rekening houden met de functie van het gebouw’, zegt onderzoeker Thomas Niaounakis tegen Binnenlands Bestuur.

‘Vaak werd een deel van een schoolgebouw ingezet voor een sociale functie, voor kinderopvang of sociale wijkteams bijvoorbeeld. Bij een andere locatie werd er een gezondheidscentrum gevestigd, compleet met huisartsen en fysiotherapeuten. Andere gemeenten voegden twee scholen samen of verhuurden de lege ruimtes gewoon aan derden’, aldus Niaounakis.

In het kader van de doordecentralisatie van onderwijshuisvesting en de financiële risico’s van leegstand pleiten de onderzoekers voor schoolorganisaties met minimaal 2000 leerlingen. De meeste schoolbesturen in het basisonderwijs zijn kleiner. Besturen kunnen mogelijk aan die minimumomvang voldoen door regionale samenwerking aan te gaan.

Lees meer…

Schatkistbankieren ook voor openbaar onderwijs

De mogelijkheden bij de schatkist tussen het openbaar en bijzonder onderwijs zijn gelijkgetrokken, bevestigt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer wilde van Dekker weten hoe het voor scholen voor openbaar onderwijs verschil uitmaakt, nu de gemeentegarantie voor een rekening-courantkrediet wordt afgeschaft.

Dit heeft volgens de staatssecretaris voor het openbaar onderwijs tot gevolg dat een rekening-courantkrediet kan worden afgesloten, zonder dat de gemeente hier garant voor hoeft te staan. ‘Het wordt hierdoor voor een instelling in het openbaar funderend onderwijs eenvoudiger om een krediet af te sluiten. Hiermee zijn de mogelijkheden bij de schatkist tussen het openbaar en het bijzonder onderwijs gelijkgetrokken’, aldus Dekker.

Brief over schatkistbankieren

Zijn antwoord volgt op de brief over schatkistbankieren die hij afgelopen november naar de Tweede Kamer stuurde. Daarin wees Dekker erop dat de gemeenten weliswaar verantwoordelijk zijn voor openbaar onderwijs, maar dat de bekostiging ervan via OCW loopt. Bovendien blijkt in de praktijk dat de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid meestal is overgedragen aan verzelfstandigde schoolbesturen.

‘De invloed van de gemeente is daardoor beperkt, waardoor de invloed van de gemeente bij een rekening-courantkrediet van een instelling in het openbaar onderwijs nauwelijks anders is dan bij een rekening-courantkrediet in het bijzonder onderwijs. Het beleid voor het vragen van een gemeentegarantie voor een rekening-courantkrediet in het openbaar onderwijs wordt daarom afgeschaft’, aldus Dekker toen.

In het februarinummer van ons magazine Naar School! staat een artikel over schatkistbankieren.

Download artikel Schatkistbankieren ook voor openbaar onderwijs

 

Dekker positief over verplicht integraal huisvestingsplan

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil kijken naar de mogelijkheid om de gemeenten wettelijk te verplichten om samen met schoolbesturen integrale huisvestingsplannen op te stellen. Dit laat hij weten in een brief aan de Tweede Kamer over het recente huisvestingsakkoord van de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Deze drie organisaties stellen in het akkoord onder andere voor om elke gemeente wettelijk te verplichten om samen met de schoolbesturen (op basis van op overeenstemming gericht overleg (OOGO)) een integraal huisvestingsplan (IHP) op te stellen. Daarin worden afspraken gemaakt over (vervangende) nieuwbouw en renovatie.

Voorziening renovatie

In het voorstel staat ook dat renovatie als een voorziening in de wet moet worden opgenomen en dat gemeenten en schoolbesturen daar gezamenlijk verantwoordelijk voor moeten worden. De schoolbesturen zouden moeten worden verplicht een meerjarenonderhoudsplan (MOP) per schoolgebouw op te stellen. De MOP’s zouden moeten worden afgestemd op het IHP.

De sectororganisaties en de VNG willen daarnaast dat gemeenten een jaarlijks budgetplafond vaststellen en voor meerdere jaren een voorziening inrichten. Het budgetplafond voor schoolbesturen in het primair onderwijs zou moeten worden aangepast.

Nadere uitwerking

Sander Dekker ziet wel wat in het akkoord, maar het vereist volgens hem nog wel nadere uitwerking. Hij noemt juridische vormgeving en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten en schoolbesturen. Ook wil hij weten wat de financiële consequenties van het akkoord zijn.

Over het opstellen van een IHP merkt hij op dat gemeenten en schoolbesturen dat nu ook al samen kunnen doen. Als er een wettelijke plicht nodig is, dan is hij dus bereid om die mogelijkheid te onderzoeken.

Stap voorwaarts

Het akkoord is een stap voorwaarts voor het primair en voortgezet onderwijs, zo merkt juridisch adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB op, omdat het schoolbesturen meer zekerheid biedt. ‘Nu kan een gemeente nog eenzijdig beslissen om een IHP te wijzigen. Dat kan niet meer zomaar als de wettelijke plicht er komt om IHP’s op te stellen op basis van OOGO met de schoolbesturen. Gemeente en besturen worden gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan’, aldus Bloemers.

Daarnaast zijn de gemeente en het schoolbestuur straks gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van een vervangende nieuwbouw of renovatie. ‘De kosten zullen gedeeld worden en de verdeelsleutel zal afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval. Het investeringsverbod voor schoolbesturen is hiermee deels opgeheven en dat geeft het veld ruimte om in gesprek met de gemeente goede afspraken te maken.’

‘Nu wijzen schoolbestuur en gemeente vaak naar elkaar als de verantwoordelijke voor de rekening. Met dit akkoord zal er in gezamenlijkheid meer mogelijk worden. Gemeenten en schoolbesturen kunnen dit alvast meenemen in de gesprekken over een IHP’, zo sluit Bloemers af.

Schatkistbankieren ook voor openbaar onderwijs

De gemeentegarantie voor een rekening-courantkrediet voor het openbaar onderwijs wordt afgeschaft, zodat de weg naar schatkistbankieren opengaat. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW neemt hiermee een advies van VOS/ABB over.

Dekker heeft een brief over schatkistbankieren naar de Tweede Kamer gestuurd. In verlengde hiervan gaat hij in op de gemeentegarantie voor het openbaar onderwijs voor een rekening-courantkrediet.

De staatssecretaris concludeert op basis van een interdepartementaal beleidsonderzoek dat de logica van een dergelijk krediet ontbreekt, omdat de gemeenten niet zelf verantwoordelijk zijn voor de bekostiging van het primair en voortgezet onderwijs.

Bekostiging loopt via OCW

De staatssecretaris wijst erop dat de gemeenten weliswaar verantwoordelijk zijn voor openbaar onderwijs, maar dat de bekostiging ervan via OCW loopt. Bovendien blijkt in de praktijk dat de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid meestal is overgedragen aan verzelfstandigde schoolbesturen.

‘De invloed van de gemeente is daardoor beperkt, waardoor de invloed van de gemeente bij een rekening-courantkrediet van een instelling in het openbaar onderwijs nauwelijks anders is dan bij een rekening-courantkrediet in het bijzonder onderwijs. Het beleid voor het vragen van een gemeentegarantie voor een rekening-courantkrediet in het openbaar onderwijs wordt daarom afgeschaft’, aldus Dekker.

De interdepartementale werkgroep constateerde ook dat gemeenten wel verantwoordelijk zijn en blijven voor de bekostiging van de huisvesting voor het primair en voortgezet onderwijs. De verplichte gemeentegarantie voor leningen voor huisvesting zal daarom in stand worden gehouden. Dat geldt voor zowel het openbaar als bijzonder onderwijs. Dekker sluit zich hierbij aan.

Advies schatkistbankieren overgenomen

Adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft er bij het ministerie van OCW altijd op aangedrongen om de gemeentegarantie voor een rekening-courantkrediet voor het openbaar onderwijs af schaffen. Dekker heeft dat advies nu dus overgenomen.

Bloemers: ‘Dit punt hebben we vaker als achterstelling van openbaar onderwijs aan de orde gesteld, omdat het openbaar onderwijs niet bij nood kan schatkistbankieren, zoals bijzonder onderwijs dat wel kan. De overheid zei dan altijd dat het openbaar onderwijs maar bij de gemeente moest aankloppen.’

Nu de weg naar de gemeente wordt afgesloten, krijgt het openbaar onderwijs volgens Bloemers op basis van het gelijkheidsbeginsel net als het bijzonder onderwijs de mogelijkheid tot schatkistbankieren.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Nieuw rekeninstrument onderwijshuisvestingsbeleid

In de map Huisvesting van onze online Toolbox is het geactualiseerde rekeninstrument met betrekking tot het gemeentelijke onderwijshuisvestingsbeleid opgenomen.

Met dit instrument kunt u de uitkering die een gemeente krijgt uit het Gemeentefonds voor de onderwijshuisvesting vergelijken met de lasten in de begroting van uw gemeente.

Helaas zijn deze begrotingsgegevens niet meer beschikbaar bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, omdat het CBS ze niet meer opneemt. Wel is het mogelijk de gegevens zelf te achterhalen uit de begroting van uw gemeente.

Op grond daarvan is het dan mogelijk te vergelijken wat uw gemeente ontvangt voor en wil uitgeven aan onderwijshuisvesting.

Dit instrument is relevant voor het primair en voortgezet onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wat moet/mag bij overdracht schoolgebouw?

De Helpdesk heeft samen met VOS/ABB’s huisvestingspartner HEVO een notitie opgesteld over het eigendom en de overdracht van schoolgebouwen.

In verband met demografische krimp, fusies en opheffing van scholen en nieuwbouw komen er bij de Helpdesk veel vragen binnen over het eigendom en de overdracht van schoolgebouwen.

De Helpdesk en HEVO weten precies wat op dit vlak van belang is en welke zaken moeten en wat er mag. In de notitie wordt onder andere ingegaan op de vraag hoe de staat van onderhoud dient te zijn bij teruggave aan de gemeente.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notitie downloaden uit het besloten ledengedeelte van deze website.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wat heeft inspectie te zoeken bij colleges B&W?

De Inspectie van het Onderwijs sluit samenwerkingsovereenkomsten met de colleges van burgemeester en wethouders van de vier grote steden om periodiek met elkaar te overleggen over de financiële positie van de schoolbesturen. VOS/ABB acht dit een vreemde gang van zaken.

De inspectie maakte onlangs bekend met de Haagse onderwijswethouder Ingrid van Engelshoven (D66) een samenwerkingsovereenkomst te hebben ondertekend en dat dit binnenkort ook zal gebeuren met de wethouders van Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.

‘De Inspectie van het Onderwijs en de vier grote steden zullen elkaar over en weer blijven informeren over de financiële situatie van de schoolbesturen in deze steden. Gemeente en inspectie delen in een periodiek overleg informatie en bespreken signalen en waarnemingen met betrekking tot de solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit van schoolbesturen’, schrijft de inspectie.

Het kan volgens de inspectie gaan om informatie die afkomstig is uit door de inspectie uitgevoerde financiële analyses of om informatie die aangeleverd is door de gemeenten. ‘Wederkerigheid van de informatie-uitwisseling vormt het uitgangspunt’, aldus de inspectie.

Zo snel mogelijk overleggen
In de samenwerkingsovereenkomst staat onder andere dat als een schoolbestuur in financiële problemen raakt of dreigt te raken de inspectie en het college van B&W zo snel mogelijk overleggen.

‘Als het college signalen heeft die duiden op financiële problemen bij een schoolbestuur, kan de inspectie naar aanleiding daarvan een onderzoek instellen naar de financiële continuïteit. In dat geval wordt nagegaan of de financiële situatie van de onderwijsinstelling goed genoeg is om nu en de komende jaren onderwijs van voldoende kwaliteit te verzorgen en of zij snel en effectief kan bijsturen bij onverwachte financiële problemen.’

Inspecteur-generaal Monique Vogelzang noemt de samenwerking met de grote steden vanzelfsprekend. ‘Zowel de inspectie als de steden zijn gebaat bij een nauwe samenwerking op het gebied van financieel toezicht. Zo kan snel en adequaat worden opgetreden als een schoolbestuur in financiële problemen raakt of dreigt te raken’, zegt zij.

Vreemde gang van zaken
VOS/ABB zet grote vraagtekens bij de vanzelfsprekendheid van de samenwerking tussen de inspectie en de colleges van B&W van de vier grote steden. Jurist Ronald Bloemers van VOS/ABB wijst erop dat de overeenkomst lijkt te duiden op een tweegesprek tussen de inspectie en het college van B&W, zonder dat het bevoegd gezag erbij betrokken wordt. ‘Juist het bevoegd gezag dient een van de gesprekspartners te zijn’, aldus Bloemers.

‘Bovendien, er is voor gemeenten al een taak weggelegd ter zake de financiën van het verzelfstandigde openbaar onderwijs’, vervolgt hij. ‘Er is een relatie tussen het bevoegd gezag en de gemeenteraad als externe toezichthouder. Let wel: het betreft hier nadrukkelijk niet het college van B&W. Als daar aanleiding toe is, kunnen er tussen de gemeenteraad en het bevoegd gezag gesprekken zijn over de financiële positie van het schoolbestuur.’

Niet ter zake doend instituut
Bloemers vraagt zich af waarom dergelijke financiële zaken besproken moeten worden met een ‘niet ter zake doend instituut’, zoals hij het college van B&W noemt. ‘Het college wordt zonder grond geïnformeerd over zaken waar het college niets mee kan en niets mee moet. Ik denk dat het college van B&W de indruk heeft dat het namens de overheid, de inspectie valt immers onder het ministerie van OCW, invloed kan uitoefenen. Wat zou anders de functie van deze gegevensuitwisseling zijn? En met welk doel?’

Een ander opmerkelijk punt is dat de inspectie de overeenkomst sluit met de colleges van de vier grote steden en niet met die van andere gemeenten. ‘Financiële risico’s zijn immers niet voorbehouden aan de grote steden’, zo sluit Bloemers af.

Buitenonderhoud bij schoolbesturen in goede handen

De meeste grote schoolbesturen hebben het buitenonderhoud van de gebouwen serieus en met vertrouwen ter hand genomen. Vanuit een rol als opdrachtgever zijn instandhouding van de huidige onderhoudsstaat en financiële stabiliteit het voornaamste doel. Dat blijkt uit een telefonische enquête van Bouwstenen voor Sociaal onder 13 schoolbesturen met 10 scholen of meer, die werd gehouden in het kader van een bijeenkomst op 3 december over onderwijshuisvesting.

De overheveling van het buitenonderhoud naar de besturen voor primair onderwijs per 1 januari 2015 wordt door schoolbestuurders beschouwd als een voortzetting van de taken die voorheen door de gemeente werden uitgevoerd. Het uitgangspunt is een nieuw meerjarenonderhoudsplan (MJOP), dat ze na een schouw door gespecialiseerde organisaties (hebben) laten opstellen.

Voor de meeste schoolbesturen levert het buitenonderhoud extra werk op. Voor andere verandert er niets, zoals voor Openbaar Onderwijs Zwolle en regio (OOZ) en Primo Schiedam. Deze organisaties werkten al met eigen MJOP’s voor het binnen- en buitenonderhoud. Het enige verschil voor hen is dat ze nu geen projectaanvragen meer bij de gemeente in hoeven te dienen.

Efficiënter
Beleidsmedewerker huisvesting en bouwzaken Martijn den Boer van Primo (12 openbare scholen): ‘Het is eenvoudiger geworden. Je kunt makkelijker dingen plannen en deze beter met elkaar combineren. Kortom, het is wat efficiënter.’

Manager facilitaire zaken Frans Steine van OOZ (34 openbare scholen, 7 gemeenten): ‘Wij lieten onze gebouwen al elke 3 tot 5 jaar schouwen door een externe partij. Door de jarenlange ervaring met MJOP’s hebben we een goed beeld van onze gebouwen en is alle informatie paraat. In wezen was er geen overdracht nodig. Dat we geen projectaanvragen meer hoeven te doen is wel heel prettig.’

Te optimistisch
Over de manier waarop de gebouwen door de gemeente zijn overgedragen bestaat verschil van inzicht. Frank Rubel van Swalm en Roer (23 openbare en bijzondere scholen in 3 gemeenten) moet dringend aan het werk met de daken van drie scholen. ‘Ik werk hier pas anderhalf jaar en vóór mij was er geen vastgoedmedewerker, dus er werd niet zo kritisch naar de daken gekeken. In het MJOP van de gemeente is daar te optimistisch over gedacht.’

Lees meer…

Nu ook gemeente Amsterdam lid van VOS/ABB

Steeds meer gemeenten ontdekken de voordelen van het lidmaatschap van VOS/ABB. De gemeente Amsterdam is nu ook lid geworden.

VOS/ABB biedt gemeenten met verzelfstandigd openbaar onderwijs de mogelijkheid om lid te worden van VOS/ABB. Met dit speciale lidmaatschap, voor slechts 1000 euro per jaar, kunnen gemeenten gebruikmaken van de expertise van VOS/ABB. De praktijk wijst uit dat het lidmaatschap veel meerwaarde biedt tegen een zeer aantrekkelijk tarief.

Door lid te worden van VOS/ABB kunnen gemeenten bijvoorbeeld gebruikmaken van de deskundige en veelgeraadpleegde Helpdesk van VOS/ABB. Zowel de eerstelijns- als tweedelijnsadvisering is exclusief voor leden.

De Helpdesk is van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 12.30 uur telefonisch bereikbaar via 0348-405250. Mailen kan naar helpdesk@vosabb.nl.

Ook kunnen gemeenten die lid zijn van VOS/ABB in het besloten ledengedeelte van deze website. Hier staat een schat aan informatie die betrekking heeft op het onderwijs, waarbij de focus op het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs ligt.

Lid worden?
Voor een persoonlijk gesprek over de voordelen van het gemeentelidmaatschap van VOS/ABB kunt u contact opnemen met senior beleidsmedewerker Janine Eshuis: 06-30041175, jeshuis@vosabb.nl

Wilt u zich als gemeente bij VOS/ABB aansluiten? Neemt u dan contact op met Karin Peters van de ledenadministratie van VOS/ABB: 0348-404816, kpeters@vosabb.nl

Gedifferentieerde opheffingsnormen in fusiegemeente

De schoolbesturen in de nieuwe gemeente Alkmaar hebben ingestemd met gedifferentieerde opheffingsnormen voor basisscholen. De adviseurs Hans Teegelbeckers en Ronald Bloemers van VOS/ABB waren betrokken bij een advies hierover. De gemeenten Alkmaar, Schermer en Graft-De Rijp fuseren per 1 januari 2015.

Het voorstel voor gedifferentieerde opheffingsnormen wordt in januari ter besluitvorming voorgelegd aan het nieuwe gemeentebestuur. In het voorstel wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk en landelijk gebied. Daar is voor gekozen, omdat anders de opheffingsnorm te hoog zijn om basisschooltjes in de kleinere kernen in stand te houden.

In de nieuwe situatie per 1 januari 2015 wordt de opheffingsnorm in het stedelijke Alkmaar 186 leerlingen in het landelijke gebied van de nieuwe gemeente 50 leerlingen, mits het nieuwe gemeentebestuur ermee akkoord gaat.

Differentiëren bij gemeentelijke fusie
Magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs heeft in februari 2014 aandacht besteed aan de mogelijkheden om bij een gemeentelijke fusie te kiezen voor gedifferentieerde opheffingsnormen.

Download het artikel De gevolgen van splitsen van grondgebied.

Gemeentelidmaatschap
De gemeente Alkmaar is lid van VOS/ABB. Het gemeentelidschap van 1000 euro per jaar biedt gemeenten tal van mogelijkheden om advies te krijgen op het gebied van onderwijs.

Gemeenten die van dit aanbod gebruik willen maken, kunnen contact opnemen met 0348-405200 of welkom@vosabb.nl.

Voor inhoudelijke informatie kunt u contact opnemen met senior beleidsmedewerker Janine Eshuis van VOS/ABB: 06-30041175, jeshuis@vosabb.nl.

Eerste Kamer akkoord met doordecentralisatie

Na de Tweede Kamer heeft ook de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Overheveling van taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente naar school. Dit betekent dat schoolbesturen voor primair onderwijs per 1 januari 2015 verantwoordelijk zullen zijn voor het buitenonderhoud van hun schoolgebouwen. In het voortgezet onderwijs is dit al zo geregeld sinds 2004.

De exacte vergoedingsbedragen die schoolbesturen voor primair onderwijs in het kader van doordecentralisatie vanaf 1 januari 2015 via de lumpsumvergoeding zullen ontvangen en de voorwaarden voor de overgangsregeling worden uiterlijk op 1 oktober 2014 door het ministerie van OCW bekendgemaakt. Voor die datum moeten immers de programma’s van eisen worden vastgesteld. Mogelijk komt het ministerie al voor de zomervakantie met de bedragen.

Aanvragen voor buitenonderhoud voor 2015 en verder kunnen als gevolg van deze wetswijziging niet meer bij uw gemeente(n) worden ingediend.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Kinderombudsman noemt kinderpardon ‘loterij’

Kinderombudsman Marc Dullaert vindt het ‘idioot’ dat asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, toch kunnen worden uitgezet als blijkt dat zij onder toezicht van hun gemeente in plaats van het Rijk staan. Op grond van dit bureaucratische regeltje spreekt hij van ‘een loterij’.

Dullaert benadrukt in verscheidene media dat het om asielkinderen gaat die hier vijf jaar of langer wonen en dus in Nederland zijn geworteld. Ze gaan naar school, zijn bijvoorbeeld lid van een sportclub en zijn in beeld van maatschappelijk werk. Het enige ‘manco’ is dat zij onder toezicht staan van hun gemeente in plaats van het Rijk. Dat laatste is een vereiste voor toestemming van staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie om in Nederland te mogen blijven.

De Kinderombudsman stelt dat Teeven met twee maten meet. Het zou volgens Dullaert voor het besluit om in Nederland te mogen blijven niet mogen uitmaken of een asielkind onder toezicht van het Rijk of zijn of haar gemeente staat, omdat beide tot de overheid behoren. Hij stelt dat de regel die Teeven hanteert indruist tegen het internationale Verdrag inzake de rechten van het kind.

Vorige maand maakte Teeven bekend dat hij op basis van het kinderpardon aan 675 asielkinderen en 775 gezinsleden een verblijfsvergunning heeft gegeven. In totaal werden 3280 aanvragen ingediend, waarvan ruim de helft werd afgewezen. Dat gebeurde onder andere op grond van het feit dat kinderen voor wie aanvragen waren ingediend, niet onder toezicht van het Rijk maar van hun gemeente stonden.

Dullaert heeft de VVD-staatssecretaris enkele weken geleden om opheldering gevraagd, maar kreeg geen reactie van de staatssecretaris. Daarom is de Kinderombudsman naar de media gestapt, in de hoop dat de politiek deze kwestie oppakt. Het kinderpardon is op initiatief van coalitiepartner PvdA in het regeerakkoord gekomen.

Staatssecretaris Teeven heeft in een reactie laten weten dat hij niet van plan is om het kinderpardon te wijzigen. Wel wil hij ‘ruimhartig’ omgaan met schrijnende gevallen. Ook Diederik Samsom van coalitiepartner PvdA wil niet dat het kinderpardon wordt verruimd.

De ledenraad van coalitiepartner PvdA wil wel dat het kinderpardon wordt aangepast op de manier zoals de Kinderombudsman dat aangeeft.

Petitie voor eerlijk kinderpardon
Via de website van Defence for Children kunt u een petitie ondertekenen voor een eerlijk kinderpardon. Defence for Children benadrukt dat álle kinderen in Nederland gelijk zijn.

Handreiking samenwerking onderwijs/kinderopvang

Op het besloten ledengedeelte van deze website is een handreiking geplaatst over de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. 

Onderwijs en opvang komen steeds meer in elkaars verlengde te liggen. Schoolbesturen voor primair onderwijs en kinderopvangorganisaties hebben in toenemende mate behoefte aan praktische informatie over de manier waarop zij met elkaar kunnen samenwerken. De Helpdesk van VOS/ABB krijgt daar veel vragen over en onze beleidsmedewerkers zijn steeds vaker in het land om hierover te adviseren.

De ontwikkeling dat onderwijs en opvang steeds dichter bij elkaar komen, is al een aantal jaren gaande. Doorslaggevend was de in 2006 aangenomen motie van de toenmalige Tweede Kamerleden Jozias van Aartsen (VVD) en Wouter Bos (PvdA).

Deze motie wordt sinds het schooljaar 2007-2008 uitgevoerd. Dit betekent dat scholen verplicht zijn om op schooldagen tussen 07.30 en 18.30 uur opvang aan te bieden. Dat kunnen de scholen zelf of in samenwerking met een kinderopvangorganisatie organiseren, bijvoorbeeld in een integraal kindcentrum.

De handreiking biedt praktische informatie om gestalte te geven aan de samenwerking tussen onderwijs en opvang, zoals die past bij uw situatie. Dat kan een intensieve samenwerking zijn, waarbij onderwijs en opvang door één fusieorganisatie worden aangeboden, maar ook minder intensieve vormen, al naar gelang de behoefte die er binnen uw organisatie bestaat en de mogelijkheden die u en uw collega’s zien.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de handreiking downloaden en eventueel uitprinten. Uit kostenoverwegingen is besloten de handreiking niet in druk uit te brengen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl