Rekeninstrument voor nieuwe achterstandenbeleid

Schoolbesturen kunnen met een rekeninstrument van het ministerie van OCW bepalen wat op bestuurs- en schoolniveau het financiële effect is van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid.

Het gaat om een inschatting, waarbij rekening moet worden gehouden met de overgangsregeling en het feit dat de werkelijke bekostiging voor 2019-2020 zal worden bepaald op basis van het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober 2018. Het ministerie komt nog met een notitie over het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid.

Download rekeninstrument Indicatie herziening gewichtenregeling 2018-2019

Het rekeninstrument zit in de map Basisschool van onze online Toolbox.

Scholen in problemen door terugvordering gewichtengeld

‘De leerlingen van nu mogen niet de dupe worden van de onhandig ingestoken en ondoorzichtige regeling voor gewichtengeld’, benadrukt directeur Marco Janssen van openbare basisschool ’t Startblok in Cuijk.

Janssen heeft een brief geschreven aan Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks naar aanleiding van de terugvordering van volgens het ministerie van OCW te veel uitgekeerd ‘gewichtengeld’ voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.

Met zijn brief laat hij zien dat het niet aan de scholen, maar aan de onwerkbare gewichtenregeling ligt dat er te veel geld is uitgekeerd. Nu het ministerie van OCW dat gaat terugvorderen, komen de scholen, waaronder obs ’t Startblok, volgens hem in de problemen.

‘Recentelijk werd ons duidelijk dat (…) we een bedrag van maar liefst 198.590 euro moeten terugbetalen. Er wordt ook nog verwacht dat dit voor 1 mei gebeurt.  Dit zijn 3 fulltime leerkrachten. Moet ik die dan ontslaan?’, aldus Janssen.

Veel werk en duur bureau

Hij wijst er ook op dat de controles op de leerlinggewichten zijn school veel werk hebben gekost. Bovendien is er, zo benadrukt hij, veel geld gaan zitten in de inzet door het ministerie van OCW van ‘een duur bureau dat de werkzaamheden van de administratie, directie en leerkrachten (gezamenlijk ongeveer 100 uren werk) nog eens dunnetjes over kwam doen’.

‘De bedragen die uitgegeven zijn aan dit commerciële bedrijf zouden zo maar ten goede hebben kunnen komen aan de tekorten die in het basisonderwijs zichtbaar zijn. Op welke manier dragen deze controles bij aan de kwaliteit van het onderwijs?’, zo vraagt Janssen zich in zijn brief aan de Tweede Kamer af.

Eerlijke inzet gewichtengeld

Aanvullend benadrukt de directeur uit Cuijk tegenover VOS/ABB dat hij altijd te goeder trouw handelt en meewerkt aan een zo eerlijk mogelijke inzet van gewichtengeld.

‘Als ik had kunnen bevroeden dat ik deze middelen ooit terug zou moeten betalen, had ik ze nooit ingezet. Nu wordt een volgend cohort kinderen er de dupe van. Dat risico kan en mag ik, als directeur van een school die letterlijk en figuurlijk op de kleintjes moet letten, gewoonweg niet nemen’, aldus Janssen.

Slob vordert 32 miljoen euro gewichtengeld terug

Het ministerie van OCW vordert 32 miljoen euro aan gewichtengeld terug. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob meldt aan de Kamer dat de terugvordering volgt op controles die in 2014 en 2015 bij zijn uitgevoerd naar aanleiding van ‘fouten die zijn geconstateerd in de administratie van scholen met betrekking tot de huidige gewichtenregeling’.

‘In totaal wordt circa 32 miljoen euro teruggevorderd, omdat de aanpassing van de leerlinggewichten doorwerkt in de bekostiging van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018’, aldus de minister.

Gewichtenregeling veel te complex

In 2012 constateerde de Inspectie van het Onderwijs dat veel basisscholen fouten maken bij het toekennen van de leerlinggewichten. VOS/ABB benadrukte toen dat dit niet aan de scholen lag, maar aan de complexiteit van de gewichtenregeling.

In 2013 maakte voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW bekend dat de scholen verlost zouden worden van de gewichtenregeling. Hij kondigde toen een verdeelmodel aan op basis van databestanden buiten de school.

Dat wordt een systeem op basis van CBS-indicatoren. Dit nieuwe systeem zal echter leiden tot een herverdeling van onderwijsachterstandsgeld. Er zijn scholen die volgens het nieuwe systeem meer geld krijgen, maar ook scholen die het met (veel) minder moeten doen.

Leerlingen de dupe

Het is pijnlijk dat de scholen nu de rekening gepresenteerd krijgen van fouten die het gevolg zijn van een onmogelijke regeling die door de rijksoverheid is ingevoerd. Het toegekende gewichtengeld is al besteed aan goed onderwijs. Het zijn de leerlingen van de betreffende scholen die de dupe worden van de terugvordering.

In de brief kondigt de minister een terugbetalingsregeling aan die ervoor moet zorgen dat ‘de continuïteit van het onderwijs niet in het geding komt’. Er lopen verschillende beroepsprocedures van schoolbesturen tegen terugvorderingen.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Herverdeling achterstandsgeld door nieuwe indicatoren

Een nieuwe regeling met andere indicatoren voor het bepalen van onderwijsachterstanden zal leiden tot een herverdeling van het geld dat daarvoor beschikbaar is. Hoe die herverdeling over de scholen en gemeenten eruit gaat zien, hangt af van nog te maken keuzes van het ministerie van OCW, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil dat onderwijsachterstanden beter in kaart worden gebracht. Daarnaast wil hij door gebruik te maken van centraal geregistreerde data de administratieve lasten van de scholen verminderen. In de huidige regeling stellen scholen zelf het gewicht van de leerlingen vast door bij ouders na te vragen wat het opleidingsniveau is. Dit levert de scholen veel administratie op.

Op verzoek van Dekker heeft het CBS een aantal inidicatoren bepaald op basis waarvan onderwijsachterstanden het beste kunnen worden bepaald. Deze indicatoren kunnen worden bepaald op basis van centraal geregistreerde data:

  • opleidingsniveau van de moeder en de vader;
  • gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op de school;
  • het land van herkomst van de ouders;
  • de verblijfsduur van de moeder in Nederland;
  • of het gezin in de schuldsanering zit.

Het CBS heeft op basis van deze indicatoren een vergelijking gemaakt met de huidige onderwijsachterstandenregeling. Uit de analyses van het CBS blijkt dat er herverdeeleffecten zullen optreden. ‘Er zijn zowel scholen als gemeenten die volgens de nieuwe berekening relatief hoog scoren en in de huidige regeling een relatief lage positie hebben en vice versa’, zo meldt het CBS.

Hoe groot deze effecten precies zijn, kan volgens het CBS pas worden bepaald nadat duidelijk is geworden hoe het ministerie van OCW het onderwijsachterstandenbeleid gaat herzien.

Lees meer…

Gewichten te laag? Snel bezwaar maken!

VOS/ABB raadt schoolbesturen aan om de recente OVT-beschikkingen goed te checken en indien nodig tijdig bezwaar te maken. Dit in verband met de aangepaste toekenning van gewichten. De bezwaartermijn verloopt snel en een verminderd gewicht is blijvend.

Het gaat om de bezwaartermijn van de beschikking OVT (Overzicht Vaststelling Telling) die DUO op 19 juli jongstleden naar de schoolbesturen in het primair onderwijs heeft gestuurd. Hierin wordt niet alleen de telling vastgesteld, maar ook het gewicht van de leerlingen. Kinderen met een onderwijsachterstand krijgen extra gewicht toegekend, waardoor de school extra geld krijgt ter bestrijding van de achterstand.

Gewichten gecontroleerd

De gewichten zullen nog niet zijn aangepast naar aanleiding van laatstelijk uitgevoerde controles door Deloitte op basis van de 1 oktober 2014-telling. Over deze controle is veel commotie geweest, omdat er veel (nadelige) aanpassingen van de gewichten uit voortkomen. Deze OVT’s volgen nog dit najaar (waarschijnlijk in oktober).

Ten aanzien van de planning van de DUO rondom de gewichten en controles en de vaststelling daarvan heeft DUO de besturen ook op 14 juli jongstleden een brief gestuurd met uitleg. In het kort staat dit ook in dit nieuwsbericht van DUO.

Bezwaar maken? Weinig tijd!

Bezwaar maken tegen de OVT kan uitsluitend schriftelijk binnen zes weken na de dag waarop het besluit is toegezonden. De OVT’s zijn vanaf 15 juli verstuurd. Dat betekent dat de bezwaartermijn al snel kan verlopen, de eerste eind augustus al!

Mocht u op de OVT van afgelopen juli zien dat er gewichten op 0,0 zijn gezet, terwijl de bewuste leerlingen wel een gewicht zouden moeten hebben, dan kunt u nu bezwaar indienen tegen deze OVT. Let op: een ander moment is er niet en deze OVT regelt het gewicht voor de rest van de schoolloopbaan.

U dient het bezwaarschrift in bij de minister van OCW, onder vermelding van ‘Bezwaar’, ter attentie van DUO, postbus 606, 2700 ML in Zoetermeer.

Bij het bezwaarschrift moet u de nieuwe (juiste) aanvullende ouderverklaringen indienen voor al die leerlingen bij wie er (volgens het bestuur) foutief een gewichtswijziging naar 0,0 is gemaakt. De aanvullende ouderverklaring vervangt dan die foutieve ouderverklaring en zorgt dat er een herstel in gewicht komt.

Meer informatie over het maken van bezwaar vindt u op www.bezwaarschriftenocw.nl.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Achterstandsgeld niet via samenwerkingsverbanden

Het is op dit moment niet verstandig om om de uitvoering van de gewichtenregeling over te hevelen naar de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

VVD-Kamerlid Karin Straus kwam met het idee om de gewichtenregeling te laten uitvoeren door de samenwerkingsverbanden. Dekker heeft laten onderzoek of dit een verstandige keuze zou zijn. Zijn conclusie is dat (nog) niet het geval is.

Een van zijn argumenten om het idee van Straus niet uit te voeren, is dat de samenwerkingsverbanden nog maar relatief korte tijd operationeel zijn en de uitvoering van de gewichtenregeling nu nog niet op zich zouden kunnen nemen.

Daarbij komt dat een overheveling van de achterstandsgelden naar de samenwerkingsverbanden zou samenlopen met de verevening van de bekostiging passend onderwijs. Dit zou het ongewenste effect met zich mee kunnen brengen dat samenwerkingsverbanden achterstandsmiddelen inzetten voor het opvangen van de verevening.

Op termijn, na afronding van de verevening in 2020, zou het idee van Straus nogmaals verkend kunnen worden, schrijft Dekker. ‘Ik ben namelijk van mening dat de samenwerkingsverbanden hierin een belangrijke bijdrage zouden kunnen leveren.’

Dekker blijft erbij: etniciteit niet in gewichtenregeling

Etniciteit keert als criterium niet terug in de gewichtenregeling, herhaalt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op vragen van SGP-Tweede Kamerlid Roelof Bisschop.

Volgens Bisschop signaleren onderwijsprofessionals dat voor kinderen van ‘buitenlandse ouders met een beperkt ontwikkelingsniveau’ geen aanvullende bekostiging beschikbaar wordt gesteld, terwijl de onderwijsachterstanden bij deze kinderen ‘onverminderd aanwezig zijn’. Het SGP-Kamerlid verwijst in dit kader naar het advies van de Onderwijsraad om etniciteit weer een plaats te geven in de gewichtenregeling.

Dekker gaat dat niet doen, zo herhaalt hij tegenover Bisschop. ‘Ik heb uw Kamer in 2014 mijn reactie gegeven op het advies van de Onderwijsraad. Een herintroductie van etniciteit – nadat deze indicator in 2006 is losgelaten – vind ik omwille van de volgende redenen niet wenselijk. Het gebruik van etniciteit als indicator werkt stigmatiserend door deze structureel aan achterstanden te koppelen. Het onderscheid tussen autochtonen en allochtonen is in de loop der jaren steeds diffuser geworden. Dat het CBS derde generatie immigranten als autochtonen aanmerkt, draagt hieraan bij’, aldus de staatssecretaris.

Hij vervolgt: ‘Bij een keuze voor etniciteit zou voor autochtone achterstandsleerlingen nog een andere indicator moeten worden bepaald. Een extra indicator naast etniciteit zou echter de complexiteit van de regeling vergroten.’

Mogelijk extra geld als ouders mbo 1-niveau hebben

Later dit jaar wordt duidelijk of de gewichtenregeling in het basisonderwijs anders moet. Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op vragen van de SP over het feit dat er voor kinderen van ouders met een opleiding op mbo 1-niveau geen extra bekostiging wordt toegekend.

Tweede Kamerlid Tjitske Siderius had de vragen aan Dekker gesteld naar aanleiding van een bericht van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) over de 1 oktober-telling en het toekennen van gewichten aan leerlingen van wie de ouders laag zijn opgeleid. In de huidige gewichtenregeling wordt voor kinderen van ouders met een mbo-opleiding in de bekostiging van de school geen extra gewicht toegekend.

De staatssecretaris legt uit dat er op basis van analyses van de relatie tussen opleiding en achterstandsrisico’s in 2005 voor is gekozen geen gewicht te verbinden aan een mbo- opleiding. ‘Dat geldt dus ook voor mbo-1 opleidingen’, aldus Dekker.

In een lopend intern onderzoek door het ministerie van OCW naar de mogelijke aanpassing van de gewichtenregeling wordt beoordeeld ‘of een herijking in de relatie tussen opleidingsniveaus en gewichten wenselijk is’, schrijft de staatssecretaris. Hij verwacht later dit jaar hier meer duidelijkheid over te kunnen geven.

Dekker brandt zijn vingers niet aan etniciteit

Het opleidingsniveau van de ouders blijft de bepalende factor in de gewichtenregeling. De factor ‘etniciteit’ blijft buiten beschouwing voor het toekennen van achterstandsgeld. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De brief van Dekker gaat over de resultaten van het onderzoek naar de gewichtenregeling en de vervolgstappen die op grond van die resultaten nodig zijn.

Het onderzoek laat onder andere zien dat de hoge foutmarge in de praktische uitvoering van de gewichtenregeling komt door de complexiteit van de regeling in combinatie met onvoldoende kennis van de uitvoering van de regeling bij veel basisscholen en in sommige gevallen een gebrekkige leerlingenadministratie. Bovendien hangt de hoge foutmarge samen met het feit dat de basisscholen afhankelijk zijn van de kwaliteit van de informatie die de ouders aan ze geven.

Anders organiseren?
Dekker heeft gekeken of het mogelijk is de gewichtenmiddelen op andere gronden te verdelen en de benodigde informatie niet meer door de scholen maar centraal aan te laten leveren. De beste indicatoren van onderwijsachterstanden zijn het opleidingsniveau van de ouders, hun etniciteit, de taal die kinderen thuis spreken en –in mindere mate– het huishoudinkomen. Alleen etniciteit en huishoudinkomen zijn centraal beschikbaar.

Hoewel de Onderwijsraad in september 2013 adviseerde om achterstandsgelden voor basisscholen weer toe te kennen op basis van het opleidingsniveau van de ouders in combinatie met hun etniciteit, kiest Dekker niet voor herinvoering van die laatste (omstreden) factor. Tot 2006 telde de afkomst van de ouders nog mee, maar toenmalig minister Maria van der Hoeven van OCW maakte daar een einde aan.

Zonder de factor etniciteit is de hoogte van het huishoudinkomen niet voldoende om leer- en ontwikkelachterstanden te kunnen (h)erkennen. Dekker blijft daarom (veiligheidshalve) bij de huidige indicator van opleidingsniveau van de ouders, zonder dat hij gebruikmaakt het (politiek gevoelige) element ‘etniciteit’.

Anders registreren?
Het opleidingsniveau van de ouders kan ook anders worden geregistreerd dan via de school. Mogelijk kunnen de systemen van de jeugdgezondheidszorg daarvoor worden gebruikt. Dit zal nader worden onderzocht. Tevens zal Dekker laten onderzoeken waar er verbetering mogelijk is ten aanzien van de soort gewichten en de verdeling ervan. In de loop van het jaar verwacht hij met de uitkomsten van deze twee onderzoeken te komen.

Daarop vooruitlopend wil de staatssecretaris nu al het systeem verbeteren om het aantal fouten te verminderen. Hij zal de uitvoering vereenvoudigen en de ondersteuning van de basisscholen op dit vlak uitbreiden. Daarnaast zullen de controle en handhaving worden aangescherpt om basisscholen te dwingen tot een zorgvuldige administratie.

Horizontale verantwoording
De Onderwijsraad adviseerde vorig jaar ook dat de basisscholen zich moeten verantwoorden voor hun achterstandenbeleid. Dekker is het daarmee eens. Hij benadrukt dat die verantwoording dient te gebeuren naar het schoolbestuur, de ouders en andere belanghebbenden. Dit kan bijvoorbeeld via Vensters PO.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderwijsraad wil etniciteit weer in gewichtenregeling

De Onderwijsraad vindt dat achterstandsgeld voor basisscholen weer moet worden toegekend op basis van het opleidingsniveau van de ouders in combinatie met hun etniciteit. Daarmee adviseert de raad om de gewichtenregeling die toenmalig minister Maria van der Hoeven van OCW in 2006 invoerde, terug te draaien.

Sinds 1985 ontvangen scholen extra geld als zij veel achterstandsleerlingen hebben. Tot 2006 werd dit zogenoemde gewichtengeld toegekend op basis van het opleidingsniveau en de afkomst van de ouders van leerlingen. Omdat relatief weinig achterstandsgeld naar (plattelands)scholen met veel autochtone achterstandsleerlingen ging, schrapte toenmalig minister Van der Hoeven het criterium ‘etniciteit’. Sinds 2006 krijgen scholen het geld alleen op grond van het opleidingsniveau van de ouders.

Uit onderzoek door bureau ITS van de Radboud Universiteit in Nijmegen (2011) blijkt dat de nieuwe gewichtenregeling van Van der Hoeven er nauwelijks toe leidt dat meer achterstandsgeld naar plattelandsscholen gaat. Slechts 1 procent van deze scholen krijgt substantieel meer geld voor hun achterstandsleerlingen. Dat komt onder meer doordat het gemiddelde opleidingsniveau van ouders op het platteland is gestegen.

Hetzelfde onderzoek wijst ook uit dat bijna 10 procent van de basisscholen sinds de beleidsaanpassing beduidend minder geld krijgt. Dit zijn vooral hindoeïstische en islamitische scholen in de grote steden. De leerlingen van deze scholen zijn vrijwel allemaal van allochtone afkomst. Tot 2006 kregen zij daarom het maximale bedrag uit de pot voor onderwijsachterstanden. Omdat een deel van de ouders van deze leerlingen niet laagopgeleid is, krijgen deze scholen sinds invoering van de nieuwe regeling minder geld.

Vooruitgang boeken
De Onderwijsraad adviseert nu om het criterium ‘etniciteit’ weer in de gewichtenregeling op te nemen. ‘Beide indicatoren blijken nog altijd het meest bepalend voor leerachterstanden’, zo meldt de raad in het advies Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen. Daarin staat ook dat in de indicator ‘opleidingsniveau van ouders’ de bovengrens voor extra financiering moet worden opgetrokken tot het niveau van de startkwalificatie.

Voorts adviseert de raad de drempel in de gewichtenregeling zodanig te verlagen, dat scholen met veel autochtone doelgroepleerlingen meer van de beschikbare achterstandsmiddelen kunnen profiteren. Op die manier zou kunnen worden voorkomen dat plattelandsscholen met weinig of geen allochtone leerlingen erop achteruitgaan.

De Onderwijsraad beveelt het kabinet tevens aan om scholen zelf te laten bepalen hoe ze hun achterstandsgeld besteden, maar ze moeten dat wel kunnen verantwoorden: ‘Voor de kwaliteitsverbetering van het onderwijsachterstandenbeleid is het essentieel dat scholen zichtbaar maken wat ze met de toegekende middelen hebben gedaan (en waarom) en daarover in gesprek gaan met interne en externe belanghebbenden’.

Ten slotte adviseert de Onderwijsraad om meer onderzoek te doen naar de effectiviteit van verschillende maatregelen om goed onderwijs te bieden aan doelgroepleerlingen.

Administratie gewichtenregeling buiten school om

Basisscholen worden verlost van de administratieve rompslomp die de gewichtenregeling met zich meebrengt. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW kondigt aan dat er een verdeelmodel komt dat gebruikmaakt van databestanden die al buiten de school aanwezig zijn.

Aanleiding voor het nog te ontwikkelen verdeelmodel is dat scholen de regeling voor de toekenning van achterstandsmiddelen erg ingewikkeld vinden. Ze maken daardoor veel administratieve fouten, waardoor het gewichtengeld niet juist over de scholen wordt verdeeld en het dus niet altijd terechtkomt bij de leerlingen die het nodig hebben.

Omdat het alternatieve verdeelmodel er nog niet is – na de zomervakantie volgt meer informatie – zet de staatssecretaris eerst in op een verbetering van de gewichtenadministratie op de scholen. Ze kunnen bijvoorbeeld hulp krijgen bij het juist beoordelen van het opleidingsniveau van de ouders. Ook geeft Dekker de Inspectie van het Onderwijs opdracht om intensiever toe te zien op naleving van de regels en komt er een strenger sanctiebeleid, dat op 1 augustus 2013 in werking treedt.

Op de website van de rijksoverheid staat meer informatie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl