Bestuurders-cao primair onderwijs verplicht?

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB krijgen geregeld de vraag of schoolbesturen verplicht zijn de bestuurders-cao primair onderwijs toe te passen en of zij aan die cao gebonden zijn.

Binding aan de cao kan ontstaan doordat de bestuurder en/of de toezichthouder lid is/zijn van de cao-partijen BvPO of VTOI-NVTK. Daarnaast kan binding aan de cao ontstaan doordat de cao algemeen verbindend is verklaard of doordat de cao van toepassing is verklaard in een zogeheten incorporatiebeding.

Als de raad van toezicht (of interne toezichthouder) lid is van de VTOI-NVTK, is de raad gebonden aan de cao (artikel 9 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (WCAO)) en daarmee verplicht de cao toe te passen op de bestuurder.

Als de bestuurder geen lid is van de BvPO, mag hij toepassing van de cao weigeren. De interne toezichthouder blijft er echter toe gehouden de cao toe te passen. Als de bestuurder wel lid is van de BvPO, is hij gebonden aan de cao. Overigens kan een bestuurder die lid is van de BvPO niet afdwingen dat de ongebonden werkgever de bestuurders-cao primair onderwijs toepast.

Incorporatie bestuurders-cao

In de arbeidsovereenkomst kan de bestuurders-cao primair onderwijs ook door middel van een incorporatiebeding van toepassing worden verklaard op het dienstverband van de bestuurder. Als een dergelijk beding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen, moet de bestuurders-cao primair onderwijs worden toegepast.

In het openbaar onderwijs bestaat een dergelijk incorporatiebeding niet. In het openbaar onderwijs moet de interne toezichthouder de cao bij besluit vaststellen als rechtspositieregeling van de bestuurder.

Algemeen-verbindend-verklaring

Als de bestuurders-cao primair onderwijs algemeen verbindend wordt verklaard, is de cao algemeen verbindend voor alle bestuurders en toezichthouders die vallen onder de werkingssfeer van de cao.

Dit geldt niet voor openbare schoolbesturen, omdat het cao-recht niet van toepassing is op ambtenaren. Vanaf 1 januari 2020 wordt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) ingevoerd. Dan geldt dit ook voor openbare schoolbesturen. De cao is vooralsnog niet algemeen verbindend verklaard.

Conclusie

De bestuurders-cao primair onderwijs móet door de interne toezichthouder toegepast worden als de interne toezichthouder lid is van de VTOI-NVTK, of als toepassing van de cao overeengekomen is tussen de bestuurder en de interne toezichthouder.

Als daar geen sprake van is, dan staat het de interne toezichthouder en de bestuurder vrij om zelf te onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Zorgen over intern toezicht kleinere schoolbesturen

De Inspectie van het Onderwijs trekt bij de kleinere schoolbesturen aan de bel over de kwaliteit van hun intern toezicht.

De inspectie constateert op basis van onderzoek dat niet alle kleinere schoolbesturen hun intern toezicht goed hebben georganiseerd. Het gaat met name om de functionele scheiding tussen bestuur en toezicht.

Het blijkt, zo meldt de inspectie, dat met name kleinere schoolbesturen bestuurders hebben die ‘minder goed rolvast’ zijn. ‘Juist bij deze bestuursvorm is het van belang dat het bestuur een goed evenwicht tussen uitvoering en toezicht regelt, en ook toepast’, aldus de inspectie.

Download het rapport ‘Functionele scheiding van bestuur en toezicht in de praktijk’

Hoe functioneert scheiding bestuur en toezicht?

Onderwijsminister Arie Slob heeft een onderzoeksrapport over de functionele scheiding van bestuur en toezicht in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het rapport van de Inspectie van het Onderwijs gaat over het functioneren in de praktijk van onder andere het one tier-model, het raad-van-beheermodel, het  bestuur-directiemodel en het mandaat- of delegatiemodel.

Formele inrichting en cultuur

Bij ongeveer de helft van de schoolbesturen die voor dit onderzoek werden geselecteerd, signaleert de inspectie verbeterpunten met betrekking op zowel de formele inrichting als op cultuur en houding.

Wat de formele inrichting betreft, merkt de inspectie op dat er schoolbesturen zijn die nog weinig hebben uitgewerkt over de wijze waarop ze bestuur en toezicht willen invullen. ‘Soms zijn er onduidelijkheden in de verdeling van bevoegdheden en soms is bijvoorbeeld de bevoegdheid om personeel aan te nemen bij intern toezichthouders belegd. Het is dan onduidelijk wie daar vervolgens nog op toeziet’, aldus de inspectie.

Als het gaat over cultuur en houding, signaleert de inspectie dat interne toezichthouders niet overal onafhankelijk genoeg functioneren, waardoor het risico ontstaat dat ze hun controlerende rol onvoldoende uitoefenen. ‘Bijvoorbeeld als zij te dicht betrokken zijn bij besluitvorming of bij dagelijkse sturing’, zo staat in het rapport.

Daarnaast is volgens de inspectie een risico aanwezig als intern toezichthouders niet genoeg betrokkenheid tonen, ‘bijvoorbeeld als zij geen of slechts weinig informatie verzamelen of als er slechts weinig kritische vragen worden gesteld’. In een dergelijke situatie is volgens de inspectie reflectie vanuit de medezeggenschapsraad van belang.

Advies

Het verdient aanbeveling, zo schrijft de inspectie, ‘om de wettelijke kaders voor scheiding van bestuur en toezicht te verduidelijken en ook voorlichting te geven over het doel van deze kaders’.

Download het rapport Functionele scheiding van bestuur en toezicht in de praktijk.

Governance passend onderwijs: een hele klus!

Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs moeten onafhankelijk intern toezicht krijgen, eist de Tweede Kamer. De praktijk laat zien dat het een hele klus is!

‘De inkt van de oprichtingsaktes is nog maar net droog of we moeten het alweer anders inrichten, en dat kost veel tijd en energie’, zegt directeur Luuk van Aalst van samenwerkingsverband IJssel | Berkel in Zutphen en omgeving.

Toch vindt hij het noodzakelijk om er werk van te maken. ‘Het gaat immers om de verantwoording van publieke middelen. We moeten daarom aan de slag om een daadwerkelijke scheiding van bestuur en toezicht te regelen’, aldus Van Aalst in het aprilnummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! dat binnenkort verschijnt.

U kunt het artikel Governance passend onderwijs: een hele klus uit het aprilnummer van Naar School! als preview downloaden.

Bijeenkomst passend onderwijs en governance

Luuk van Aalst is tevens adviseur bij bureau Van Beekveld en Terpstra. Hij geeft op dinsdag 17 april op een bijeenkomst bij VOS/ABB in Woerden een toelichting op het governancemodel van samenwerkingsverband IJssel | Berkel.

De bijeenkomst wordt geleid door oud-VOS/ABB’er Hans van Willegen die tegenwoordig verbonden is aan Van Beekveld en Terpstra. Namens VOS/ABB zullen Rozemarijn Boer en Eline Vrenken aanwezig zijn.

Wanneer en waar?

De bijeenkomst op dinsdag 17 april is van 09.45 tot 12.30 uur in ons kantoor in Woerden. Na afloop is er een eenvoudige lunch.

Als uw schoolbestuur of samenwerkingsverband bij VOS/ABB is aangesloten, is deelname gratis. Niet-leden betalen 100 euro per persoon (btw-vrij).

Aanmelden

U kunt zich aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Bijeenkomst passend onderwijs’. Vermeld in uw mail uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en het telefoonnummer waarop wij u kunnen bereiken. Wij willen ook graag van u weten of u gebruik wilt maken van de lunch.

Workshops over toezicht op identiteit openbare school

Op de Dag van het Toezicht op 7 april in Nieuwegein verzorgt directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB samen met voorzitter Wim Kuiper van de christelijke profielorganisatie Verus twee workshops over intern toezicht op de identiteit van het openbaar en bijzonder onderwijs binnen het duale stelsel.

De Dag van het Toezicht wordt georganiseerd door de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) en staat in het teken van de veranderende samenleving en de maatschappelijke waarde van het onderwijs en de kinderopvang.

School als waardegemeenschap

De veranderingen vragen om een andere benadering van het intern toezicht, zoals onlangs door professor en wetenschappelijk directeur Hans Boutellier van het Verwey-Jonker Instituut is verwoord in de notitie Beter toezien. Het gaat er volgens hem om dat interne toezichthouders de school als waardegemeenschap zien.

In het decembernummer van VTOI Nieuws heeft Teegelbeckers er in dit kader op gewezen dat de openbare identiteit ook in het toezichtkader thuishoort. ‘Ik noem dat expliciet openbaar onderwijs. De openbare identiteit op basis van de kernwaarden die VOS/ABB met de leden heeft vastgelegd is geen papieren werkelijkheid, maar moet merkbaar, zichtbaar en voelbaar zijn!’, aldus Teegelbeckers.

In de workshops die hij op 7 april met Kuiper verzorgt, zal hij hier nader op ingaan.

Aanmelden

De Dag van het Toezicht is op 7 april in het NBC Congrescentrum in Nieuwegein. Het is niet meer mogelijk om u voor de dag aan te melden.

In het februarinummer van ons magazine Naar School! staat een interview met professor Hans Boutellier over toezicht op de school als waardegemeenschap.

Raad van toezicht kijkt naar identiteit openbare school

‘De raad van toezicht moet oog hebben voor de naleving van de identiteit van de openbare school’. Dat zegt directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in VTOI Nieuws van de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen.

Teegelbeckers wijst erop dat het karakter van de openbare school in de statuten en in de wet is opgenomen. Dat betekent, zo benadrukt hij, dat de openbare identiteit ook in het toezichtkader thuishoort en dat daar ook naar moet worden gehandeld.

‘Ik noem dat expliciet openbaar onderwijs. De openbare identiteit op basis van de kernwaarden die VOS/ABB met de leden heeft vastgelegd is geen papieren werkelijkheid, maar moet merkbaar, zichtbaar en voelbaar zijn!’, aldus Teegelbeckers.

Lees meer…

Intern toezicht gericht op school als waardegemeenschap

De raad van toezicht zorgt ervoor dat de inhoudelijke richting van de school wordt bepaald en ziet toe op de kwaliteit van een meerstemmige discussie hierover. Dat stelt een commissie onder leiding van hoogleraar Hans Boutellier die op verzoek van de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) het rapport Beter toezien heeft opgesteld.

De commissie benadert de school als waardegemeenschap. In het rapport, dat in december is aangeboden aan minister Jet Bussemaker van OCW, staat dat de raad van toezicht in dit kader actief meedenkt over en streeft naar ‘inhoudelijke impulsen vanuit een breed maatschappelijk perspectief’.

Raad van toezicht ziet schoolomgeving

‘Vanuit haar eigen identiteitsbepaling opereert de school binnen een breder netwerk van instanties en personen. De raad van toezicht zorgt ervoor dat zij structureel zicht heeft op de schoolomgeving, relaties onderhoudt met relevante derde partijen en informatie betrekt uit de omgeving. De raad draagt zorg voor een diverse samenstelling, gegeven de specifieke omgeving’, zo meldt de VTOI op basis van de visie van de commissie-Boutellier.

Deze visie op de toezichtfunctie wijkt af van het vooral bedrijfsmatige en wetmatige perspectief op het functioneren van scholen, zoals dat de afgelopen decennia gebruikelijk was.

Download rapport Beter toezien

Schoolbestuurders hebben baat bij tegenspraak

Schoolbestuurders hebben er baat bij als het intern toezicht en de medezeggenschap goed zijn geregeld. Dat benadrukken minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Bussemaker en Dekker gaan in een nota in op vragen uit de Tweede Kamer over de versterking van de bestuurskracht in het onderwijs. Zo gaan zij in op de vraag hoe ze aankijken tegen tegenspraak en wat daarmee kan worden bereikt.

Schoolbestuurders scherp houden

Het organiseren van tegenspraak draagt volgens de minister en de staatssecretaris bij aan het scherp houden van schoolbestuurders. ‘Door het voeren van het goede gesprek met de interne toezichthouder en de medezeggenschap en open te staan voor hun denkbeelden, blijft de bestuurder zich ervan bewust dat hij of zij zelf een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en de maatschappelijke context waarin dat gebeurt’, aldus Bussemaker en Dekker.

Zij schrijven in hun nota ook dat het voorstel om de medezeggenschapsraad te laten meepraten over de profielen en benoemingen van schoolbestuurders in het teken staat van beter onderwijs. Het gaat er volgens hen uiteindelijk om dat er een samenspel ontstaat van verschillende tegenkrachten die elkaar in balans houden.

Lees meer…

Inspectie niet op stoel van interne toezichthouder!

De Inspectie van het Onderwijs mag niet op de stoel van de interne toezichthouder gaan zitten. Bovendien past het de inspectie niet om stimulerende bijdragen voor beter onderwijs te combineren met oordelen. Dat benadrukt VOS/ABB in een bijdrage aan de internetconsultatie over de Onderzoekskaders 2017.

VOS/ABB wijst erop dat het de taak van de interne toezichthouder is om te beoordelen of het schoolbestuur in het kader van de kwaliteitszorg goed en gedegen handelt. Het past daarom niet, zo staat in de reactie van VOS/ABB, dat de Inspectie van het Onderwijs dit ook gaat doen.

In de reactie staat verder dat het voor de scholen absoluut helder moet zijn dat er bij stimulerende maatregelen van de inspectie geen sprake is van oordelen. Nu is dat onderscheid niet helder, omdat de inspectie bij stimulerende maatregelen wil vermelden of iets voldoende of goed is of dat het beter kan.

‘Het zal voor scholen heel moeilijk waarneembaar zijn dat dit geen oordeel betreft, maar een stimulans. Juist dit verschil dient genoegzaam duidelijk te zijn voor scholen en dus ook in het toezicht- en waarderingskader’, zo staat in de reactie.

Download de reactie van VOS/ABB

Dekker benadrukt belang van goed intern toezicht

Een goed functionerend systeem van intern toezicht is van groot belang voor het besturen van basisscholen, benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoorden op Kamervragen.

SP-Kamerlid Tjitske Siderius had Dekker vragen gesteld naar aanleiding van de bestuurlijke gang van zaken bij de stichting ROOBOL voor openbaar basisonderwijs in de Friese gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Dongeradeel en Kollumerland.

Binnen deze stichting ontstond vorig jaar onrust rond de besluitvorming over het sluiten of fuseren van de openbare basisschool in het dorp Driezum en de afbouw van het voltijds hoogbegaafdenonderwijs op de openbare Burgerschool in Dokkum. Daarnaast vond er een overgang plaats van een toezichthoudend bestuur naar een raad van toezicht, waarbij fouten in de procedures zijn gemaakt.

Weg met de raden van toezicht?
Voor Siderius was dit reden om aan Dekker te vragen of hij bereid is de raden van toezicht in het basisonderwijs te vervangen door een sterke medezeggenschapsraad (MR), waarin ouders en docenten volwaardig kunnen meebeslissen over de besteding van het budget, de aanstelling en het salaris van bestuurders en over de inrichting van het onderwijs. De staatssecretaris beantwoordt deze vraag bevestigend noch ontkennend, maar hij geeft wel een toelichting op zijn visie op intern toezicht.

Hij benadrukt dat het belangrijk is dat er altijd controle en tegenkracht (checks and balances) moeten zijn, ‘waardoor fouten en misstappen tijdig onderkend en gecorrigeerd worden’. In een goed werkend systeem van intern toezicht, waarvan de MR deel uitmaakt, ‘functioneren verschillende partijen vanuit hun specifieke kennis, kunde of belang’, aldus Dekker.

De staatssecretaris vervolgt: ‘Voor een juiste balans mag geen van deze partijen stelselmatig worden genegeerd of op enige wijze hun rol worden ontnomen. Indien blijkt dat een van de partijen een sterkere positie behoeft binnen dit systeem, dan zet ik mij er voor in om dit aan te passen.’

Versterking bestuurskracht
Het is de bedoeling, zo staat in de antwoorden van Dekker, de positie van de MR te verbeteren met de Wet Versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen. ‘In het wetsvoorstel zoals ik het voor ogen heb, krijgt de MR onder meer adviesrecht bij benoeming en ontslag van bestuurders, vindt er halfjaarlijks verplicht overleg plaats tussen intern toezicht en medezeggenschap en kan de MR de nietigheid van besluiten van het bevoegd gezag inroepen die ten onrechte niet ter instemming zijn voorgelegd.’

Gemeenteraad vindt vergoeding raad van toezicht te hoog

De gemeenteraad van Krimpenerwaard roept de interne toezichthouders van de Stichting Onderwijs Primair op hun vergoeding te verlagen.

Alle raadsleden in de gemeente Krimpenerwaard vinden de brutovergoeding van in totaal 35.000 euro voor de vijf interne toezichthouders van Stichting Onderwijs Primair te hoog. PvdA-gemeenteraadslid Marije Willems kwam met een amendement om het bedrag te verlagen. In haar amendement roept ze de raad van toezicht op ‘een redelijke vergoeding voor zichzelf te berekenen’. De gemeenteraad steunde dit unaniem.

Willems is blij met deze steun, zo meldt de PvdA in de gemeente Krimpenerwaard: ‘Het gaat hier om openbaar onderwijs, dat wordt betaald van belastinggeld. Het past dan niet om dergelijke bedragen neer te leggen voor vergoedingen van de raad van toezicht. Dat geld kan veel beter gestopt worden in het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.’

Vrijwilligersvergoeding
VOS/ABB adviseert om de vergoeding voor interne toezichthouders in het primair en voortgezet onderwijs te beperken tot de vrijwilligersvergoeding of net iets daarboven. Bovendien zou de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ten minste adviesrecht moeten krijgen over de hoogte van de bezoldiging. Dit kan voorkomen dat onder personeelsleden en/of ouders onduidelijkheid ontstaat over de hoogte van de vergoeding van interne toezichthouders. Nu bepaalt de raad van toezicht zelf de vergoeding.

Het advies van VOS/ABB staat in het kader van de aangepaste Wet Normering Topinkomens. Deze wet bepaalt dat de bezoldiging voor leden en voorzitters van de hoogste toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling ten hoogste 10 respectievelijk 15 procent bedraagt van de voor die rechtspersoon of instelling geldende maximale bezoldiging. Voorheen was dat 5 respectievelijk 7,5 procent.

In het meinummer van magazine School! komt een artikel over de hoogte van de bezoldiging van interne toezichthouders. In dat artikel geven bestuursvoorzitter Niko Persoon van Zaan Primair en directeur Herman Lamferkamp van de openbare Montessorischool Schiedam hun visie op deze kwestie. Ook geven de PO-Raad en VO-raad weer hoe zij erover denken.

Magazine School! verschijnt op 14 mei.

Bezoldiging interne toezichthouders op vrijwilligersniveau

Het honorarium van interne toezichthouders in het primair en voortgezet onderwijs zou op of slechts net boven de vrijwilligersvergoeding mogen liggen. Bovendien zou de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ten minste adviesrecht moeten krijgen over de hoogte van de bezoldiging. Dit adviseert VOS/ABB.

De aangepaste Wet Normering Topinkomens (WNT2), die in december 2014 door de Eerste Kamer is aanvaard, bepaalt dat de bezoldiging voor leden en voorzitters van de hoogste toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling ten hoogste 10 respectievelijk 15 procent bedraagt van de voor die rechtspersoon of instelling geldende maximale bezoldiging. Voorheen was dat 5 respectievelijk 7,5 procent.

Verdubbeling of (veel) meer…
Wettelijk gezien is daarmee de ruimte ontstaan om de maximale bezoldiging van interne toezichthouders te verdubbelen. In situaties waar nu sprake is van een vrijwilligersvergoeding, kan de stijging van de bezoldiging verhoudingsgewijs nog veel groter zijn. Het argument achter de mogelijke verhoging, zoals gehanteerd door de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI), is dat toezicht houden niet vrijblijvend is, maar kennis, inzicht en verantwoordelijkheid vereist.

VOS/ABB spreekt dit niet tegen, maar de praktijk in het primair en voortgezet onderwijs wijst uit dat afhankelijk van de omvang van de organisatie de maximale bezoldiging van toezichthouders één of meer fulltime werkende leerkrachten kan kosten. Het is maar zeer de vraag of onderwijsinstellingen dit moeten willen. Deze vraag is des te pregnanter voor instellingen waarvan de lumpsumbudgetten nauwelijks voldoende zijn om het aantal leerkrachten op het voor goed onderwijs vereiste niveau te houden.

Financiële belangen ondergeschikt
Bovendien zou het als een voorrecht kunnen worden gezien om in een raad van toezicht te mogen toezien op de belangen van het onderwijs en daarmee op belangen van de samenleving. Hieraan zouden financiële belangen ondergeschikt horen te zijn.

VOS/ABB raadt daarom nadrukkelijk af om uit te gaan van de maximale bezoldigingspercentages, zoals die worden genoemd in de WNT2. Dit standpunt komt voort uit de gedachte dat zoveel mogelijk geld ten goede moet komen aan het primaire proces. Als de bezoldiging van de toezichthouders wordt verhoogd, gaat dit immers onherroepelijk ten koste van het budget voor het onderwijs aan de leerlingen.

Adviesrecht (G)MR
Een ander punt waar VOS/ABB op aandringt, is dat er meer openheid moet komen over de besluitvorming over de hoogte van de bezoldiging van toezichthouders dan nu het geval is. Nu besluiten interne toezichthouders zelf over de hoogte van hun bezoldiging en moet de organisatie zich daarover achteraf in het jaarverslag verantwoorden.

Beter zou zijn om de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) op dit punt ten minste expliciet adviesrecht te geven. Dit kan voorkomen dat onder personeelsleden en/of ouders onduidelijkheid ontstaat over de hoogte van de bezoldiging van interne toezichthouders.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Inspectie focust op bestuur en intern toezicht

Het Jaarwerkplan 2014 van de Inspectie van het Onderwijs is naar de Tweede Kamer gestuurd. De inspectie licht onder andere toe welke aandachtspunten specifiek van belang zijn voor het toezicht op schoolbesturen.

In het Onderwijsverslag 2011-2012 constateert de inspectie onder andere dat het interne toezicht in ontwikkeling achterblijft. Bovendien schort het volgens de inspectie op veel plaatsen nog aan kwaliteitsborging. Daarom wil de inspectie in 2014 bereiken dat het aantal schoolbesturen met ernstige of langdurige kwaliteitsproblemen of grote financiële problemen afneemt. De raden van toezicht moeten beter gaan functioneren.

Om dit te bereiken, wil de inspectie in kaart brengen welke factoren verantwoordelijk zijn voor verschillen tussen besturen met scholen van voldoende of goede kwaliteit en die met zwakke en/of zeer zwakke scholen. In het verlengde hiervan zal de inspectie onderzoeken met welke factoren goed functionerende schoolbesturen zich onderscheiden van besturen die onder de maat blijven.

Willen onderwijsinstellingen bestuurlijk beter gaan functioneren, dan is volgens de inspectie een verdere professionalisering van het intern toezicht nodig. Het is van belang, zo stelt de inspectie, deze ontwikkeling te volgen, ‘waarbij de grote verschillen in omvang tussen besturen en de daarmee samenhangende bestuurlijke structuur een belangrijk aandachtspunt is’.

Ook richt de inspectie zich in haar toezicht op de kwaliteit van de jaarverslaggeving (de jaarrekening en het bestuursverslag). De inspectie benadrukt dat het jaarverslag een belangrijk middel voor besturen en toezichthouders is om zich op basis van openbare informatie beleidsmatig te verantwoorden naar de buitenwereld.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl