Leefbaarheid blijft op peil in dorpen zonder school

Bewoners van plattelandsdorpen waar voorzieningen zoals de basisschool verdwijnen, zijn de afgelopen jaren niet negatiever gaan denken over de leefbaarheid van hun woonplaats. Dat staat in het rapport Dorpsleven tussen stad en land van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Het SCP schrijft dat leefbaarheid in dorpen vaak in verband wordt gebracht met voorzieningen, zoals de aanwezigheid van een basisschool. ‘In de dorpen in krimpgebieden zijn wat meer voorzieningen aanwezig dan in andere dorpen, maar hun aantal nam (…) wel sneller af. Dorpen in krimpregio’s bij de stad verloren vooral levensmiddelenzaken, zoals bakkers en slagers; in de dorpen in afgelegen krimpregio’s sloten deze winkels ook regelmatig hun deuren en verdwenen daarbij relatief vaak de laatste basisschool, het café of de supermarkt’, zo staat in het rapport.

Toch gingen dorpsbewoners volgens het SCP hun dorpen tussen 2011 en 2014 niet als minder leefbaar ervaren, ook niet die in krimpregio’s. ‘Ondanks de demografische ontwikkelingen en de sluiting van voorzieningen in de krimpende delen van het platteland zien wij in de beleving van bewoners en hun betrokkenheid bij het dorpsleven geen tekenen van toenemende contrasten binnen het Nederlandse platteland.’

Lees meer…

Krimpregio hoeft niet te rekenen op extra geld

Schoolbesturen in een krimpregio zijn zelf verantwoordelijk voor een dekkend onderwijsaanbod en ze hoeven echt niet te rekenen op extra geld. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van de VVD over de situatie van het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen. 

De Kamervragen van VVD-Kamerleden Karin Straus en André Bosman volgden op een artikel in de Provinciale Zeeuwse Courant over een brandbrief die vier vo-scholen in april stuurden aan de Zeeuws-Vlaamse gemeenten Sluis, Hulst en Terneuzen.

De afzenders van die brief waren de openbare scholengemeenschap De Rede in Terneuzen, het algemeen bijzondere Zwin College in Oostburg, de samenwerkingsschool Zeldenrust-Steelant College in Terneuzen en de Stichting Katholiek Voortgezet Onderwijs Hulst.

Onacceptabel scenario

Zij vroegen in hun brandbrief steun aan de gemeentebestuurders voor een pleidooi om extra geld. Ze gaven aan dat ze zonder extra geld niet langer hetzelfde onderwijsaanbod kunnen blijven bieden. Dat is volgens hen ‘een onacceptabel scenario’.

Het extra geld is volgens de scholen nodig voor een andere organisatie, digitale hulpmiddelen bij de inrichting van schooloverstijgend onderwijs, vervoer van leerlingen en/of docenten tussen scholen en het op niveau houden van passend onderwijs.

Samenwerking in krimpregio

In zijn antwoorden bevestigt staatssecretaris Dekker dat ook in krimpgebieden elke leerling recht heeft op onderwijs dat bij hem of haar past. Uitgangspunt voor een dekkend onderwijsaanbod is volgens hem dat schoolbesturen in de regio daar zelf verantwoordelijk voor zijn en dat ze het aanbod met elkaar moeten afstemmen.

De staatssecretaris benadrukt dat het ministerie van OCW al geruime tijd in gesprek is met de betrokken schoolbesturen in ZeeuwsVlaanderen om hen te ondersteunen en met hen mee te denken. ‘In deze gesprekken staan de plannen van de scholen en de ervaren belemmeringen centraal’, aldus Dekker.

Geen extra geld

Hij wijst er verder op dat met subsidie van OCW van 2010 tot 2015 de Onderwijsautoriteit Zeeland (OAZ) actief is geweest, ook in Zeeuws-Vlaanderen, om te helpen bij het opzetten van een plan voor een toekomstbestendig onderwijsaanbod. ‘Daarna hebben de Zeeuws-Vlaamse besturen met succes een beroep gedaan op de regeling regionale
procesbegeleiders van OCW’, zo meldt de staatssecretaris.

Hij vervolgt: ‘Mede dankzij deze inzet is het de besturen gelukt het techniekonderwijs in het vmbo gezamenlijk te organiseren in het Centrum voor Toptechniek in Terneuzen. Ook hebben ze plannen gemaakt om samen te werken bij de overige onderwijssoorten, onder andere door de inzet van ICT voor afstandsonderwijs. Deze initiatieven zijn stappen in de goede richting.’ In de komende tijd zullen de besturen deze samenwerking moeten intensiveren, vindt Dekker.

In de antwoorden van Dekker staat niets over extra geld, terwijl de scholen voor voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen daarom zitten te springen.

Laatste school in dorp moet openbare school zijn!

Kleine dorpsscholen moeten open blijven, maar wanneer er twee kleine scholen in het dorp zijn, is fusie of samenwerking een goed idee. Dat schrijven Tweede Kamerlid Jesse Klaver van GroenLinks en de Waterlandse GL-fractievoorzitter Laura Bromet in de Volkskrant. VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs benadrukken op basis van de Grondwet dat de laatste school in een dorp een openbare school moet zijn.

In hun opiniestuk wijzen Klaver en Bromet erop dat er in veel dorpen stevige concurrentie is tussen openbare en protestants-christelijke of katholieke scholen. Die energie kan volgens hen beter worden gebruikt om één gezamenlijke school in stand te houden. Dat komt ten goede aan de onderwijskwaliteit en levert kostenbesparingen op.

Klaver en Bromet zetten in hun stuk vraagtekens bij het recente advies Grenzen aan kleine scholen, waarin de Onderwijsraad ervoor pleit om scholen met minder dan 100 leerlingen te sluiten. Als voorbeeld noemen zij openbare basisschool De Overhaal in het dorp Zuiderwoude bij Monickendam. Deze school met 70 leerlingen heeft een goede beoordeling van de Inspectie van het Onderwijs. De school wordt gezien als een voorwaarde voor sociale samenhang in het dorp. Sluiting zou de kwaliteit van de leefomgeving aantasten.

Als een voorbeeld van kansen op samenwerking wordt het dorp Ilpendam genoemd, vlak bij Amsterdam-Noord. Daar telt de openbare Van Randwijkschool 120 leerlingen en de katholieke Sint-Sebastianusschool 60 leerlingen. Hoewel ze al wel in hetzelfde gebouw zitten, hebben de scholen hun eigen klassen, elk een eigen directeur en vieren ze apart Kerstmis en Pasen. Beide scholen hebben combinatieklassen, wat volgens Klaver en Bromet vanwege leeftijdsverschillen sociaal ongewenst is.

Samenvattend vinden de politici dat de laatste basisschool in het dorp open moet blijven zolang de kwaliteit voldoende is. Maar als er meer kleine basisscholen van verschillende denominaties zijn, moet samenwerking door schoolbesturen financieel worden gestimuleerd. Dat gebeurt volgens Klaver en Bromet te weinig.

Openbaar onderwijs grondwettelijk gegarandeerd!
VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs kunnen zich vinden in het pleidooi van de GroenLinksers, maar wijzen er nadrukkelijk op dat de laatste school van het dorp principeel een openbare school moet zijn. De Grondwet zegt immers: er ís openbaar onderwijs en er kán bijzonder onderwijs zijn. Zo garandeert de overheid dat de openbare school van de gemeenschap is: iedereen moet er terecht kunnen.

Dit principe komt terug in het concept 'school', waarin openbaar onderwijs op basis van gelijkwaardigheid samenkomt met alle denominaties. Het ideaal 'school', dat VOS/ABB en VOO nastreven, wil voor alle kinderen goed onderwijs, met eerbiediging van en aandacht voor ieders religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging. De kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs verwoorden het ideaal 'school'.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl 

Nog geen krimpmaatregelen die RDDF beïnvloeden

Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de overheid in het kader van demografische krimp maatregelen neemt die ertoe leiden dat personeel al voor 1 mei 2013 in het risicodragende deel van de formatie (RDDF) moet worden geplaatst. Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van CDA'er Michel Rog.

De staatssecretaris komt in mei met een reactie op het advies Grenzen aan kleine scholen van de Onderwijsraad. In dit advies staat onder andere dat de minimale opheffingsnorm voor basisscholen omhoog moet van 23 naar 100 leerlingen. In het onderwijs is veel bezwaar tegen dit onderdeel van het plan en ook de coalitiepartijen VVD en PvdA zien het niet zitten. Het lijkt er dus op dat de norm niet op 100 leerlingen komt te liggen. Toch is er nog steeds veel ongerustheid over dit onderdeel van het advies.

Michel Rog van het CDA wilde van Dekker weten of diens reactie op het advies niet te laat komt in verband met de noodzaak voor schoolbesturen om op tijd, dat wil zeggen vóór 1 mei 2013, eventueel overtollig personeel in het RDDF te plaatsen. Volgens de staatssecretaris worden er niet al op zo korte termijn maatregelen genomen dat besturen hierdoor in de knel zouden kunnen komen. 

Wel wijst Dekker erop dat schoolbesturen er altijd verstandig aan doen om los van het advies van de Onderwijsraad en eventuele toekomstige maatregelen tijdig te anticiperen op dalende leerlingenaantallen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl