Onafhankelijk toezicht must voor samenwerkingsverband

De Inspectie van het Onderwijs heeft de besturen van een aantal samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs een brief gestuurd over hun lopende herstelopdracht ten aanzien van onafhankelijk intern toezicht.

De brief is gestuurd naar besturen van samenwerkingsverbanden waarvan eerder is vastgesteld dat het intern toezicht feitelijk niet onafhankelijk is. Deze besturen moeten ervoor zorgen dat het toezichthoudend orgaan wel onafhankelijk gaat functioneren.

De inspectie benadrukt het belang van onafhankelijk intern toezicht. ‘Wanneer we constateren dat het intern toezicht in een concrete situatie niet voldoende onafhankelijk functioneert, formuleren we herstelopdrachten op grond van deugdelijkheidseisen.’

Lees meer…

Subsidie hoogbegaafden aanvragen tot 31 maart

Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs kunnen tot en met 31 maart subsidie aanvragen voor extra ondersteuning aan (hoog)begaafde leerlingen.

Er is in totaal 56 miljoen euro beschikbaar voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022. Per samenwerkingsverband is er een maximumsubsidiebedrag vastgesteld op basis van het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2017 stond ingeschreven op de aangesloten scholen. Bij de aanvraag moet een activiteitenplan en begroting worden ingediend. De subsidie bedraagt maximaal de helft van de totale kosten.

Om samenwerkingsverbanden op weg te helpen, is een serie inspiratiebijeenkomsten georganiseerd. De laatste twee daarvan zijn nog op 5 maart in Nijkerk en op 11 maart in Venlo.

Meer informatie

Handreiking onafhankelijk voorzitter passend onderwijs

De PO-Raad en VO-raad hebben de Handreiking onafhankelijk voorzitter samenwerkingsverband passend onderwijs gepubliceerd.

Een onafhankelijk voorzitter moet een gebalanceerd besluitvormingsproces inrichten en zorgen voor een zorgvuldig governance-proces. Hij of zij stimuleert ook verschillende meningen en standpunten.

De handreiking biedt aanknopingspunten voor samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs die een onafhankelijke voorzitter willen aanstellen.

Download handreiking

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

In april 2018 verscheen in magazine Naar School! van VOS/ABB een artikel over het belang van good governance voor het welslagen van passend onderwijs.

Lees het artikel ‘Governance passend onderwijs: een hele klus’

Per 1 januari subsidie voor aanbod begaafde leerlingen

Voor de periode 2019-2022 is 56 miljoen euro beschikbaar voor begaafde leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs kunnen subsidie aanvragen.

De subsidie is voor extra ondersteuning van begaafde leerlingen die niet voldoende hebben aan regulier onderwijs. Voorwaarde is dat de extra ondersteuning niet onder de basisondersteuningsvoorzieningen valt. Het gaat bijvoorbeeld om de inzet van begeleiders met expertise op het gebied van begaafdheid en het aanbieden van arrangementen voor complexe ondersteuningsbehoeften.

Het is een subsidie op basis van 50 procent cofinanciering door het samenwerkingsverband. Er mag geen geld van ouders worden gevraagd.

De subsidieregeling gaat in op 1 januari 2019.

Lees meer…

Onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden

In de raad van toezicht van elk samenwerkingsverband voor passend onderwijs moet één onafhankelijk lid zitten.

Dat heeft de PO-Raad afgesproken. De leden van de VO-raad stemmen er binnenkort over. Het idee is dat een onafhankelijk lid in de raad van toezicht kritische vragen kan stellen. Dat is goed om discussies los te maken over belangrijke kwesties.

Benchmark reserves

De PO-Raad meldt verder dat er een benchmark komt waarmee samenwerkingsverbanden de hoogte van hun reserves kunnen beoordelen. Als de reserves te groot zijn, worden samenwerkingsverbanden daarop aangesproken.

Ook is afgesproken dat de PO-Raad en VO-raad een publieksversie gaan maken van het dasboard passend onderwijs met gegevens over samenwerkingsverbanden. ‘Op die manier kunnen zij zich beter verantwoorden en krijgt de samenleving beter inzicht in wat ze doen en welke keuzes ze maken, aldus de PO-Raad.

Lees meer…

Hoe goed sluit onderwijs aan op jeugdhulp?

Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs zijn over het algemeen negatiever over de aansluiting van onderwijs en jeugdhulp dan gemeenten. Dat blijkt uit een landelijke inventarisatie, die is uitgevoerd in het kader van de evaluatie passend onderwijs.

Uit de landelijk inventarisatie komt naar voren dat het merendeel van de gemeenten en samenwerkingsverbanden op weg is om de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp tot stand te brengen. Ongeveer de helft zit in de opbouwfase en ongeveer een kwart is bezig met verankering van de samenwerking. Ruim een kwart verkeert echter nog in de start- of oriëntatiefase.

Samenwerkingsverbanden zijn naar eigen zeggen met kerngemeenten wat verder dan met de overige gemeenten in de regio. De aansluiting van jeugdhulp met speciaal onderwijs loopt volgens beide partijen achter op die met het reguliere onderwijs.

De helft van de samenwerkingsverbanden en tweederde tot driekwart van de gemeenten heeft de indruk dat de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp op dit moment al meerwaarde genereert. Dan gaat het bijvoorbeeld om meer hulp en ondersteuning in de eigen omgeving, minder kinderen die zonder onderwijs thuiszitten en meer maatwerk.

Ruim de helft van de gemeenten ziet nog meer opbrengsten, zoals tevreden ouders, preventie van problematiek bij leerlingen en tijdige inzet van hulp en ondersteuning. De meeste samenwerkingsverbanden zien die opbrengsten echter (nog) niet.

Download de Landelijke inventarisatie aansluiting onderwijs en jeugdhulp 2018.

Samenwerkingsverbanden afschaffen goed idee?

In de Tweede Kamer klinkt de roep om voor schoolbesturen de wettelijke verplichting te schrappen om aangesloten te zijn bij één of meer samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Wat vindt u? Is dat een goed idee?

Schoolbesturen zijn volgens de Wet passend onderwijs verplicht om met elkaar in een samenwerkingsverband te zitten. Dat heeft tot taak om tot een dekkend aanbod van te komen, zodat er voor elke leerling in de regio een passend onderwijsaanbod kan worden gerealiseerd. Als het zo is dat een schoolbestuur scholen heeft in meer dan één regio, moet het bestuur deelnemen in meer dan één samenwerkingsverband.

In de Tweede Kamer wordt deze manier van werken gezien als een bureaucratische belasting. Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks wil dat de samenwerkingsverbanden worden afgeschaft. Dat zou volgens haar de scholen meer vrijheid geven om zonder wat zij als een bureaucratische tussenlaag ziet te komen tot een passend onderwijsaanbod in de regio.

D66 profileert zich in de Tweede Kamer als de grootste tegenstander van de samenwerkingsverbanden. Paul van Meenen wees er in de Tweede Kamer op dat zijn partij altijd al tegen het idee is geweest om samenwerkingsverbanden in te richten. Volgens hem loopt het helemaal niet goed met passend onderwijs en ligt dat aan de samenwerkingsverbanden.

Wat vindt u?

VOS/ABB wil graag weten hoe u denkt over het idee om voor scholen de wettelijke verplichting te schrappen om bij één of meer samenwerkingsverbanden aangesloten te zijn. Is dat een goed idee? En waarom vindt u dat (niet)?

U kunt uw reactie mailen aan senior beleidsmedewerker Rozemarijn Boer van VOS/ABB: rboer@vosabb.nl.

Toolbox: Kijkdozen 2017-2018 geactualiseerd

Nu de definitieve bedragen voor de personele bekostiging 2017-2018 zijn gepubliceerd, zijn de bedragen in de Kijkdozen voor samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs en voor (voortgezet) speciaal onderwijs geactualiseerd. Ze zijn in de map Samenwerkingsverbanden van onze online Toolbox geplaatst.

In de Kijkdozen is een stevige verhoging verwerkt, doordat de indexering van de gemiddelde personeelslast (GPL) meer dan 5 procent bedraagt. Omdat het gaat om definitieve bedragen, kan de overdrachtsverplichting nu volledig worden afgerekend.

U kunt de aangepaste Kijkdozen downloaden:

De Tweede Regeling bekostiging personeel 2018-2019 zal zeer binnenkort verschijnen. Ook daarin is sprake van een stevige verhoging van de GPL (zo’n 3 procent). Dit zal worden verwerkt in de Kijkdozen 2018-2019.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

‘Elk samenwerkingsverband één coördinator jeugdzorg’

Het grote probleem van passend onderwijs is dat er te veel organisaties bezig zijn met één kind. Daarom moet elk samenwerkingsverband één coördinator jeugdzorg krijgen. Dat benadrukt oud-VOS/ABB’er Henk Keesenberg, die nu manager is bij het Overijsselse samenwerkingsverband 25-05, tegenover de NOS.

Hij pleit ervoor om terug te gaan naar één coördinator jeugdzorg en een goede onafhankelijke toezichthouder. Zijn wens is dat leerkrachten naar één kantoor kunnen bellen als ze extra hulp nodig hebben voor een kind en dat er dan in de praktijk gekeken wordt wat er voor het kind echt nodig is.

‘Van elf kapiteinen op een schip, terug naar één kapitein, dat lijkt me een stuk eenvoudiger’, aldus Keesenberg. Daarmee doelt hij op ‘één budget, één bestuur en één raad van toezicht’. Het liefst wil hij ook dat elk samenwerkingsverband samenvalt met de regionale indeling van de jeugdzorg.

Lees meer…

 

Overal doorzettingsmacht nodig voor minder thuiszitters

Alle samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs moeten doorzettingsmacht hebben. Zo kan het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag worden gebracht, benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

Op de vraag uit de Tweede Kamer hoe het komt dat er nog steeds veel kinderen thuiszitten zonder onderwijs, terwijl elk samenwerkingsverband een dekkend onderwijsaanbod zou moeten hebben en scholen zorgplicht hebben, antwoordt Slob dat kinderen soms thuiszitten doordat er nog geen overeenstemming is over een aanbod.

‘In sommige gevallen heeft een samenwerkingsverband langer tijd nodig om tot een passend aanbod te komen’, aldus de minister. Daarvoor bestaan volgens hem verschillende oorzaken, omdat de situatie van iedere thuiszitter uniek is en een eigen oplossing behoeft.

‘Vaak is deze oplossing niet alleen in het onderwijs gelegen, maar ook in de zorg. Mede vanwege de veelvoud aan partijen die betrokken zijn bij de thuiszitter, kan het veel tijd kosten om te komen tot een gedragen inschatting van de behoefte van de leerling en een besluit over (de financiering van) het aanbod’, zo licht Slob toe.

In dit kader benadrukt hij dat doorzettingsmacht van het samenwerkingsverband kan helpen, maar dat dit nog niet in alle regio’s is geregeld. ‘Daarom heeft dit kabinet zich de ambitie gesteld dat in alle samenwerkingsverbanden doorzettingsmacht geregeld wordt’, aldus Slob.

Lees meer…

Actieplan: Alle kinderen hebben recht op kansen!

De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Jeugd en van Justitie en Veiligheid hebben het actieprogramma Zorg voor de jeugd gepresenteerd. Daarin staat onder andere dat alle kinderen recht hebben op kansen om zich te ontwikkelen.

Daarvoor is het van belang dat er flexibele onderwijs-zorgarragementen komen. In het actieprogramma staat dat samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs daarin een belangrijke taak hebben. Zij moeten zich met jeugdhulpregio’s inspannen om te komen tot ‘een meerjarig plan waarin ze aangeven hoe ze de inzet van onderwijsmiddelen en zorgmiddelen beter op elkaar afstemmen’.

Het doel is ‘dat in 2020 geen enkel kind langer dan 3 maanden thuis zit zonder een passend aanbod uit het onderwijs, de zorg, of beide’, zo staat in het actieprogramma.

Ga naar het actieprogramma Zorg voor de jeugd

 

 

Notitie over verantwoording samenwerkingsverbanden

Op initiatief van het ministerie van OCW is een notitie tot stand gekomen over verantwoording als onderdeel van goed financieel management door en binnen samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs.

De notitie bevat drie uitgangspunten:

  1. Het samenwerkingsverband legt verantwoording af over alle middelen die het tot zijn beschikking heeft in relatie tot beoogde doelen en bereikte resultaten.
  2. Schoolbesturen zijn zich bewust van de verschillende rollen die zij binnen het
    samenwerkingsverband hebben en handhaven hun rolzuiverheid.
  3. Iedereen die middelen besteedt legt verantwoording af; hierbij wordt rekening
    gehouden met regionale verschillen.

Download notitie

 

 

Inrichtingsvrijheid swv’s kent voor- en nadelen

De inrichtingsvrijheid van de samenwerkingsverbanden (swv’s) voor passend onderwijs heeft voor- en nadelen. Dat staat in het rapport Juridisch perspectief op de governance van samenwerkingsverbanden.

Een voordeel is van de inrichtingsvrijheid dat er ‘bestuurlijk maatwerk’ is ontstaan, wat in lijn is met ‘de wettelijke ruimte voor verschillende rechtsvormen en bestuursmodellen van samenwerkingsverbanden’, zo staat in het rapport.

In dit kader wordt opgemerkt dat in de wettelijke systematiek de autonomie van de schoolbesturen het uitgangspunt is geweest en dat swv’s nu binnen de wettelijke kaders zelf kunnen bepalen welke taken zij op zich nemen en welke niet.

Een nadeel dat aan de veelvormigheid van de swv’s en de sterke positie van de autonome schoolbesturen kleeft is dat het toezicht lastig kan zijn, terwijl deugdelijke governance van groot belang is voor het goed functioneren van de swv’s.

Lees meer…

Slob tegen maximale reserve samenwerkingsverbanden

Onderwijsminister Arie Slob voelt er niets voor om voor samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs een maximum in te stellen voor de reserves die zij mogen aanhouden. Dat onderbouwt hij in antwoorden op Kamervragen van GroenLinks.

Kamerlid Lisa Westerveld wilde van Slob weten wat hij ervan vindt ‘dat de 152 samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs in het basis- en voortgezet in 2016 samen bijna vijftig miljoen euro aan hun reserves hebben toegevoegd’. Ook vroeg zij aan de minister hoe hoog volgens hem de ‘maximale risicobuffer voor samenwerkingsverbanden’ zou moeten zijn.

Slob antwoordt dat hij van samenwerkingsverbanden verwacht ‘dat zij een risico-inschatting maken en op basis daarvan sturen op de aan te houden reserve’. Daarbij staat volgens hem voorop ‘dat het geld goed besteed moet worden aan de ondersteuning van leerlingen’. Sparen mag geen doel op zich zijn, benadrukt hij.

Wat betreft de door Westerveld gewenste maximaal aan te houden reserves, merkt Slob op dat de samenwerkingsverbanden allemaal van elkaar verschillen. ‘Zo mag verwacht worden dat een samenwerkingsverband dat eigen personeel in dienst heeft, een hogere reserve aanhoudt dan een samenwerkingsverband dat dat niet heeft’, aldus de minister. Hij acht het daarom onwenselijk een maximale reserve in te stellen.

Lees meer…

Wijzigingen verantwoording samenwerkingsverbanden

Samenwerkingsverbanden (swv’s) voor passend onderwijs krijgen te maken met wijzigingen in hun verantwoording.

Het ministerie van OCW heeft hierover een brief gestuurd, waarin drie punten centraal staan:

  1. Aanpassingen in de jaarrekening en de taxonomie en XBRL;
  2. Notitie ‘Uitgangspunten en monitoring verantwoording door en binnen samenwerkingsverbanden passend onderwijs’;
  3. Aanpassing continuïteitsparagraaf.

In de brief wordt hier uitgebreid op ingegaan.

Download de brief

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Leerlingenvervoer niet in ontwikkelingsperspectief

De verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer ligt bij de gemeenten en niet bij de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Daarom kan het leerlingenvervoer niet worden opgenomen in ontwikkelingsperspectief voor leerlingen die extra ondersteuning op school nodig hebben. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob reageert met zijn brief op het voorstel van het netwerk Ieder(in) voor mensen met een beperking of chronische ziekte om het leerlingenvervoer op te nemen in het ontwikkelingsperspectief. Ieder(in) trok dit najaar aan de bel, omdat veel ouders bij de start van het nieuwe schooljaar klaagden over problemen met het leerlingenvervoer.

De minister wijst er in zijn brief op dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in de modelverordening leerlingenvervoer heeft opgenomen dat de gemeente bij de beoordeling van de aanvraag van een vervoersvoorziening het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband zou moeten betrekken. Maar dat betekent volgens hem niet dat het in het ontwikkelingsperspectief thuishoort.

Hij wijst er verder op dat het de taak van de gemeenteraden is om te controleren of de kwaliteit van het leerlingenvervoer voldoende is en dat hij geen basis ziet om de inspraak van ouders bij leerlingenvervoer wettelijk vast te leggen.

Lees meer…

Particuliere scholen laten zich betalen voor zorgleerlingen

Reguliere scholen overtreden de wet door particuliere scholen te betalen om zorgleerlingen op te vangen, meldt tv-programma De Monitor.

Maupertuus en Winford zijn volgens De Monitor particuliere scholen die door het samenwerkingsverband voor passend onderwijs worden betaald om zorgleerlingen op te vangen.

Het ministerie van OCW laat in een reactie aan De Monitor weten dat particulier onderwijs ‘in heel specifieke zaken een uitkomst kan bieden’, maar dat er geen ‘parallel systeem’ mag ontstaan.

‘Daarom gaan we het in zeer specifieke gevallen mogelijk maken om tijdelijk particulier onderwijs te volgen, mits de scholen er samen voor zorgen dat er ook een definitieve oplossing komt in het bekostigde onderwijs’, aldus een woordvoerder van OCW.

Lees meer…

Op 26 september bijeenkomst passend onderwijs

Op 26 september is er bij ons in Woerden weer een bijeenkomst over passend onderwijs. Het centrale thema van deze bijeenkomst is ‘verantwoording’. Deelname is gratis als uw organisatie bij ons is aangesloten.

Onder meer de politiek voert grote druk uit op de samenwerkingsverbanden om zich transparant te verantwoorden over een doelmatige inzet van hun geld. Eerder dit jaar deed ook de Algemene Rekenkamer hier in een rapport scherpe uitspraken over.

In het Tweede Kamerdebat over de elfde voortgangsrapportage over passend onderwijs kwam een gestandaardiseerd model van verslaglegging voor samenwerkingsverbanden aan bod. In de bijeenkomst wordt besproken wat dit zou kunnen betekenen.

Deelnemers aan de bijeenkomst worden uitgenodigd hun jaarverslag 2016 vooraf in te zenden en hier tijdens de bijeenkomst feedback op te ontvangen. Inzenden kan via rboer@vosabb.nl.

De bijeenkomst wordt geleid door Rick de Wit van Infinite. Namens VOS/ABB zullen Rozemarijn Boer en Eline Vrenken aanwezig zijn.

Wanneer en waar?

De bijeenkomst op dinsdag 26 september is van 09.45 tot 12.30 uur in ons kantoor in Woerden. Na afloop is er een eenvoudige lunch.

Als uw schoolbestuur of samenwerkingsverband bij VOS/ABB is aangesloten, is deelname gratis. Niet-leden betalen 100 euro per persoon (btw-vrij).

Aanmelden

U kunt zich aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Bijeenkomst passend onderwijs’. Vermeld in uw mail ook de organisatie waarvoor u werkt en het telefoonnummer waarop wij u kunnen bereiken.

Voor deze bijeenkomsten zijn onze Algemene voorwaarden van kracht.

Dekker weerspreekt rechtsongelijkheid passend onderwijs

Het klopt het dat het ene samenwerkingsverband voor passend onderwijs andere toelaatbaarheidsverklaringen kan afgeven dan het andere samenwerkingsverband. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van D66.

Dekker reageert op vragen van Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66, die bij de staatssecretaris aan de bel had getrokken naar aanleiding van een bericht op de website van de christelijke profielorganisatie Verus. In dat bericht wordt melding gemaakt van rechtsongelijkheid, omdat het ene samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het (voortgezet) speciaal onderwijs afgeeft tot 20 jaar, terwijl het andere samenwerkingsverband zo’n verklaring afgeeft tot 16 jaar.

Verschillende criteria passend onderwijs

Staatssecretaris Dekker antwoordt dat het inderdaad mogelijk is dat het ene samenwerkingsverband andere criteria hanteert dan het andere: ‘Elk samenwerkingsverband legt in zijn ondersteuningsplan de procedure en criteria vast op basis waarvan een leerling toelaatbaar kan worden verklaard (…).’

Hij wijst erop dat in de Wet op de expertisecentra staat dat leerlingen uiterlijk tot hun twintigste levensjaar ingeschreven kunnen blijven op het voortgezet speciaal onderwijs, maar dat dat geen absolute leeftijdsgrens is. ‘Het uitgangspunt is dat per leerling de afweging wordt gemaakt wat het beste bij zijn of haar ontwikkeling past: langer verblijf in het onderwijs of een vervolgbestemming buiten het onderwijs, zoals dagbesteding’, aldus Dekker.

Lees meer…

Passend onderwijs: media-aandacht verschuift naar leraren

Als het over passend onderwijs gaat, is in de media de aandacht in de loop van de tijd verschoven van thuiszitters naar leraren. Dat staat in het eerste deel van het onderzoeksrapport Passend onderwijs in pers en politiek.

De ‘logica van de praktijk’ prevaleert in de media, zo staat in het rapport. ‘Artikelen belichten het onderwerp voornamelijk vanuit de vraag wat passend onderwijs betekent in het dagelijks leven van ouders en leerlingen. Vanuit dat perspectief komen concrete moeilijk- en mogelijkheden in beeld.’

De aandacht ging aanvankelijk vooral uit naar thuiszitters en leerlingen met extra onderwijsbehoeften, maar vanaf het najaar van 2015 wordt dat volgens de onderzoekers wat minder. Sindsdien gaat in de berichtgeving over passend onderwijs meer aandacht uit naar de leraren.

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs

De rol van de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs komen in de media nauwelijks aan bod. Er is evenmin aandacht voor beleidsdoelen die met geld te maken hebben. ‘Wel gaat het in algemene zin over geld – te weinig – maar het gaat zelden over specifieke beleidsdoelen en instrumenten zoals kostenbeheersing door het rijk, verevening en een doelmatige besteding van middelen door swv’en.’

Lees meer…

Landelijke criteria praktijkonderwijs en lwoo loslaten?

Wij willen graag van u weten hoe u denkt over het loslaten van de landelijke criteria voor praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs (lwoo).

Sinds ruim een jaar vallen lwoo en praktijkonderwijs onder de verantwoordelijkheid van de samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs. Sindsdien zijn de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor alle vormen van onderwijsondersteuning die leerlingen in de klas nodig hebben.

Op dit moment gelden nog de landelijke criteria en duur van de toewijzing van lwoo en praktijkonderwijs en de lwoo-licenties. Middels een wetswijziging zal dit in de nabije toekomst worden losgelaten. De scholen in het samenwerkingsverband zijn dan vrij om – net als bij de zware ondersteuning – zelf te bepalen welke leerlingen lwoo-ondersteuning nodig hebben in het vmbo en welke leerlingen naar het praktijkonderwijs gaan.

Praktijkonderwijs gaat verloren?

Van leden horen wij dat gevreesd wordt dat door het loslaten van de criteria de identiteit van het praktijkonderwijs verloren gaat. Het zou een zelfstandige richting moeten blijven die net zoals vmbo, havo en vwo volwaardige bekostiging moet behouden.

Daarnaast vindt het praktijkonderwijs dat de leerlingen ervan verzekerd moeten zijn dat ze in een veilige leeromgeving komen waarin ze worden herkend en erkend. Door het loslaten van de landelijke criteria ontstaat de angst dat deze veilige omgeving niet meer kan worden gegarandeerd.

Wat vindt u?

Wij zijn benieuwd hoe u denkt over het loslaten van de criteria. Bent u daar voorstander van of juist niet (en waarom)? U kunt uw reactie mailen naar onze beleidsmedewerker Rozemarijn Boer: rboer@vosabb.nl.

Wij nemen de input mee in onze lobby-activiteiten bij de landelijke politiek.

Rekenkamer zeer kritisch over passend onderwijs

Het is onduidelijk waaraan het geld voor passend onderwijs wordt besteed, meldt de Algemene Rekenkamer.

In 2016 gaf het ministerie van OCW 2,4 miljard euro uit aan passend onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. ‘Hoewel een van de doelen van passend onderwijs was dat transparanter zou worden waaraan de gelden voor leerlingenondersteuning worden besteed, is het zicht op de besteding (…) niet verbeterd’, aldus de Algemene Rekenkamer.

Weinig informatie

Er valt volgens de rekenkamer uit de verantwoordingsstukken van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en schoolbesturen weinig informatie te halen over de besteding. Bovendien zijn er ‘indicaties dat de wel beschikbare informatie van onvoldoende kwaliteit is’.

Vooral horizontale verantwoording had voor meer transparantie moeten zorgen, maar dat is niet gebeurd. ‘Het intern toezicht in de meeste samenwerkingsverbanden is niet onafhankelijk: zowel in het bestuur als in het interne toezicht zijn vooral schoolbesturen vertegenwoordigd. Ook is het de vraag of de ondersteuningsplanraden (…) voldoende tegenwicht kunnen bieden.’

Zwak ontwikkeld

Ook over de interne checks and balances in de samenwerkingsverbanden is de Algemene Rekenkamer zeer kritisch: ‘al met al zwak ontwik­keld’. Dat leidt er volgens de rekenkamer toe dat schoolbesturen het instellingsbelang zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van de leerling.

De Tweede Kamer had gevraagd om inzicht in het aantal leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, maar dat inzicht kan volgens de Algemene Rekenkamer niet worden geboden: ‘Het zogenoemde zorgvinkje – de registratie in het Basisregister Onderwijs (BRON) van ontwikkelingsperspectieven voor leerlingen die extra ondersteuning krijgen – biedt dit inzicht onvoldoende en is onbetrouwbaar.’

Meer inzicht

De Algemene Rekenkamer vindt het belangrijk dat er op het niveau van afzonderlijke samenwerkingsverbanden meer inzicht komt in waar zij hun geld aan besteden en welke resultaten zij daarmee bereiken. ‘Er zijn namelijk signalen dat de leerlingenondersteuning nog niet overal goed loopt.’

Lees meer…

Groeiregeling: nieuwe ‘kijkdozen’ in Toolbox

In onze online Toolbox zijn de ‘kijkdozen’ voor samenwerkingsverbanden en het (voortgezet) speciaal onderwijs geactualiseerd.

Deze instrumenten zijn een hulpmiddel om een goed beeld te krijgen van de bekostiging van de groei op basis van de peildatum 1 februari 2017.

U kunt de ‘kijkdozen’ met toelichtingen downloaden uit de volgende mappen:

Samenwerkingsverbanden

(Voortgezet) speciaal onderwijs

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Passend onderwijs in Nederland en Vlaanderen

VOS/ABB en de Vlaamse onderwijskoepel van steden en gemeenten OVSG hebben onlangs in het Vlaamse Arendonk een expertmeeting gehouden over onderwijs aan kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. U kunt de presentaties downloaden die tijdens deze bijeenkomst zijn getoond.

De bijeenkomst ging over het passend onderwijs in Nederland en het M-decreet in Vlaanderen. De M staat voor ‘maatregelen’. Het Vlaamse decreet heeft hetzelfde doel als passend onderwijs: kinderen gaan in principe naar de reguliere school of als het niet anders kan naar het speciaal onderwijs (buitengewoon onderwijs in Vlaanderen).

Tijdens de bijeenkomst gaf adviseur Theo Mardulier van het Vlaamse ministerie van Onderwijs een toelichting op het M-decreet. Bestuurder Theo van Munnen van Stichting Vitus Zuid voor speciaal onderwijs (cluster 2) in Limburg en Oost-Brabant sprak over passend onderwijs en de samenwerkingsverbanden in Nederland.

Directeur Jan Van Gorp van de Gemeentelijke Basisschool Sint-Jan in Arendonk, geïntegreerd-onderwijsbegeleider Tessa Maes en waarborgcoach Heleen Vervecken van de School voor Aangepast Individueel Gemeentelijk Onderwijs SAIGO in Mol vertelden over hoe het schoolbeleid en hun dagelijks werk eruitzien.

U kunt de presentaties downloaden via de website van OVSG:

M-decreet: stand van zaken in Vlaanderen
Passend onderwijs in Nederland
GON-aanbod SAIGO Mol
Waarborgproject SAIGO Mol
Zorg GBS Sint-Jan Arendonk

Expertmeeting over openbaar onderwijs

Op vrijdag 20 april 2018 organiseren VOS/ABB en OVSG een expertbijeenkomst over de identiteit van het openbaar onderwijs in Nederland en het neutrale openbare onderwijs in Vlaanderen. Deze bijeenkomst zal plaatsvinden in het zuiden van Nederland. De tijden en exacte locatie volgen later.

Landelijke Actieweek Thuiszitters

Van 8 tot en met 12 mei is de Landelijke Actieweek Thuiszitters. Dit is een initiatief van het Steunpunt Passend Onderwijs VO van de VO-raad in samenwerking met onder andere de PO-Raad.

Tijdens deze week kunt u deelnemen aan een groot aantal activiteiten, waarbij u nieuwe contacten kunt opdoen, bestaande samenwerkingen kunt versterken en aanpakken uit kunt wisselen.

Lees meer…