Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De richtlijn van de PO-Raad over hoe scholen dienen om te gaan met de vrijwillige ouderbijdrage, is een mooie stap voorwaarts. Laten we in elk geval in het openbaar onderwijs het goede voorbeeld geven: elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!

In de richtlijn van de PO-Raad staat dat elk kind moet kunnen meedoen aan alle activiteiten van de school, ook aan extra activiteiten die geen verplicht onderdeel van het curriculum zijn. Dat is wat ik al langer bepleit, omdat immers elke leerling telt. Kinderen mogen nooit worden afgerekend op het onvermogen en ook niet op de eventuele onwil van ouders om de vrijwillige ouderbijdrage te betalen. Zeker niet in het openbaar onderwijs, dat van en voor iedereen is.

De PO-Raad noemt het heel terecht ‘zeer onwenselijk’ als scholen kinderen uitsluiten. Ik zou er een schepje bovenop willen doen: dat is onbestaanbaar!

De vraag is echter of een richtlijn uiteindelijk zal leiden tot een gedragsverandering bij scholen die nu nog leerlingen uitsluiten als hun ouders hun bijdrage niet betalen. Het is mooi dat de PO-Raad vindt we elkaar hierop moeten aanspreken, maar er worden verder geen consequenties aan verbonden. Zullen de scholen die een ‘vrijwillige’ ouderbijdrage vragen van vele honderden euro’s per jaar en daarmee in feite een drempel opwerpen voor leerlingen van wie de ouders dat niet kunnen betalen, nu ineens hun leven gaan beteren? Ik betwijfel het.

Voortgezet onderwijs

Daar komt bij dat de richtlijn van de PO-Raad per definitie alleen betrekking heeft op het primair onderwijs. Daar speelt het probleem van uitsluiting op basis van de vrijwillige ouderbijdrage denk ik minder dan in het voortgezet onderwijs. Ouders met kinderen in het voortgezet onderwijs betalen immers mee aan dure schoolreizen. Voor steeds meer ouders is dat niet meer op te brengen. Ik snap dat het een probleem is als ze niet meebetalen, maar ook hier geldt natuurlijk dat geen enkele leerling mag worden uitgesloten.

Veel scholen lossen het gelukkig op met een speciaal potje voor leerlingen van ouders met weinig geld. Een praktische maatregel om het probleem tegen te gaan, kan ook zijn om minder op stap te gaan. Met leerlingen op skivakantie? Met het gymnasium alleen naar Rome, of ook naar Londen, Berlijn en/of Parijs? Of nog verder en dus duurder? Waarom zou je?

In wet vastleggen

De richtlijn van de PO-Raad komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. SP en GroenLinks willen in de wet vastleggen dat geen enkele leerling mag worden uitgesloten van schoolactiviteiten als de ouders de vrijwillige bijdrage niet kunnen of willen betalen. In het afgelopen oktobernummer van ons magazine Naar School! zei ik al dat ik geen voorstander ben van steeds meer wetgeving, maar toch ben ik blij dat het initiatief is genomen om dit in de wet vast te leggen.

Maar het duurt nog wel enkele jaren voordat het zover is, mocht het al doorgaan. Nu hebben we dus de richtlijn van de PO-Raad, en dat is mooi. Laten we in elk geval in de openbare scholen het goede voorbeeld geven dat onderwijs in de volle breedte van en voor iedereen is!

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Stop met uitsluiten van leerlingen

De ChristenUnie wil af van het openbaar onderwijs, maar de argumenten die fractievoorzitter Gert-Jan Segers daarvoor gebruikt slaan nergens op. Wat we moeten afschaffen, is de grondwettelijke mogelijkheid die het bijzonder onderwijs nog steeds heeft om leerlingen uit te sluiten.

Segers was er afgelopen zaterdag in het politieke programma Kamerbreed op Radio 1 duidelijk over: weg met het openbaar onderwijs! Logisch, want de ChristenUnie is voor christelijk onderwijs. Maar dan moet hij wel met goede argumenten komen.

Laten we beginnen met zijn onjuiste veronderstelling dat openbaar onderwijs staatsonderwijs is. De openbare scholen vallen net als de bijzondere (waaronder christelijke) scholen bijna allemaal onder zelfstandige stichtingen. Er zijn nog maar een paar gemeenten die het openbaar onderwijs onder hun hoede hebben, maar de invloed van de overheid is tegenwoordig echt minimaal. Segers heeft kennelijk een belangrijke ontwikkeling gemist.

Zeggenschap ouders

Het idee van Segers dat bijzondere scholen van de ouders zijn, zoals hij in Kamerbreed zei, klopt ook al niet. Ja, een eeuw geleden werden scholen door of de overheid of ouders opgericht. Die tijd is allang voorbij.

In een deel van de bijzondere schoolbesturen zitten weliswaar ouders, maar meestal zijn het professionele bestuurders, net zoals in het openbaar onderwijs. Het openbaar en bijzonder onderwijs kennen ook allebei raden van toezicht. Ouders, personeel en leerlingen hebben weliswaar via de medezeggenschap invloed op de samenstelling van deze raden, maar dit betekent niet dat ze zeggenschap over de school hebben.

Het argument van Segers dat ouders in het bijzonder onderwijs meer keuzes kunnen maken, bijvoorbeeld voor dalton- of montessori-onderwijs, klopt evenmin. Er zijn natuurlijk net zo goed openbare dalton- en montessorischolen.

Van en voor iedereen

Je kunt je wel afvragen wat nog de verschillen zijn tussen bijzonder en openbaar onderwijs en hoe dit ouders, leerlingen en ook personeelsleden raakt. Het verschil zit dus niet in het belang dat scholen hechten aan het goed luisteren naar ouders. Het zit hem wel in de speciale rechten die artikel 23 van de Grondwet aan het bijzonder onderwijs geeft.

Zo mogen christelijke en andere bijzondere scholen leerlingen uitsluiten als die de (religieuze) identiteit van de school niet onderschrijven. Datzelfde grondwetsartikel zegt dat bijzondere scholen om die reden personeelsleden mogen weigeren. Gelukkig maakt tegenwoordig nog maar een klein deel van de bijzondere scholen gebruik van deze wettelijke mogelijkheid, maar het openbaar onderwijs staat als enige pal voor algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid en weigert dus niemand. Met andere woorden: openbare scholen zijn van en voor iedereen.

Als we iets moeten afschaffen, is dat niet het openbaar onderwijs, maar de grondwettelijke mogelijkheid van uitsluiting. Als we het met elkaar eens zijn dat we onze kinderen op onze scholen goed willen voorbereiden op onze diverse maatschappij – waarin iedereen van alle nationaliteiten, geloven, zienswijzen en seksuele geaardheden met elkaar samenleeft – dan moeten we ervoor zorgen dat we loskomen van de hokjesgeest die zo kenmerkend was voor de verzuiling.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Bert-Jan Kollmer, bestuurder Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs en de regio

Lambèrt van Genugten, bestuursvoorzitter Jan van Brabant College Helmond