Fonds voor transitievergoeding bij ontslag

Er komt een fonds waaruit de transitievergoedingen worden betaald die na twee jaar ziekte zijn uitgekeerd aan werknemers. Dat volgt uit het wetsvoorstel Maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag.

Na de Tweede Kamer ging in juli ook de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel. Het is is bedoeld om tegemoet te komen aan zorgen van werkgevers over zowel de hoge kosten die zij maken in verband met langdurig arbeidsongeschikte werknemers als over de transitievergoeding die zij verschuldigd zijn bij ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • De transitievergoeding was op grond van de wet verschuldigd, omdat de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd of op diens verzoek is ontbonden, of zou op grond van de wet verschuldigd zijn als de arbeidsovereenkomst die door een overeenkomst is beëindigd door opzegging of ontbinding zou zijn beëindigd, en
  • de arbeidsovereenkomst is geëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, dat wil zeggen dat het opzegverbod tijdens ziekte was verstreken op het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst én de arbeidsovereenkomst beëindigd is omdat de werknemer niet meer in staat was om de bedongen arbeid te verrichten, of
  • de arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd en de werknemer was op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd arbeidsongeschikt.

De datum van inwerkingtreding van de maatregel is nog niet bekend, maar zal op zijn vroegst 1 april 2020 zijn. Dat komt doordat het UWV tijd nodig heeft om zich voor te bereiden op de uitvoering ervan.

Onderwijsbegroting

De maatregel werd in september vorig jaar genoemd in de onderwijsbegroting voor 2018. Geld van het ministerie van OCW wordt in dit kader overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Toch vergoeding mogelijk bij vertrek bestuurder

Schoolbesturen kunnen met terugwerkende kracht bij het Participatiefonds verzoeken indienen voor een vergoeding na contractbeëindiging van bestuurders.

Het betreft contractbeëidigingen van bestuurders die vallen onder de bestuurders-cao in het primair onderwijs.

Lees meer op de website van het Participatiefonds.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Gemeenteraad vindt vergoeding raad van toezicht te hoog

De gemeenteraad van Krimpenerwaard roept de interne toezichthouders van de Stichting Onderwijs Primair op hun vergoeding te verlagen.

Alle raadsleden in de gemeente Krimpenerwaard vinden de brutovergoeding van in totaal 35.000 euro voor de vijf interne toezichthouders van Stichting Onderwijs Primair te hoog. PvdA-gemeenteraadslid Marije Willems kwam met een amendement om het bedrag te verlagen. In haar amendement roept ze de raad van toezicht op ‘een redelijke vergoeding voor zichzelf te berekenen’. De gemeenteraad steunde dit unaniem.

Willems is blij met deze steun, zo meldt de PvdA in de gemeente Krimpenerwaard: ‘Het gaat hier om openbaar onderwijs, dat wordt betaald van belastinggeld. Het past dan niet om dergelijke bedragen neer te leggen voor vergoedingen van de raad van toezicht. Dat geld kan veel beter gestopt worden in het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.’

Vrijwilligersvergoeding
VOS/ABB adviseert om de vergoeding voor interne toezichthouders in het primair en voortgezet onderwijs te beperken tot de vrijwilligersvergoeding of net iets daarboven. Bovendien zou de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ten minste adviesrecht moeten krijgen over de hoogte van de bezoldiging. Dit kan voorkomen dat onder personeelsleden en/of ouders onduidelijkheid ontstaat over de hoogte van de vergoeding van interne toezichthouders. Nu bepaalt de raad van toezicht zelf de vergoeding.

Het advies van VOS/ABB staat in het kader van de aangepaste Wet Normering Topinkomens. Deze wet bepaalt dat de bezoldiging voor leden en voorzitters van de hoogste toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling ten hoogste 10 respectievelijk 15 procent bedraagt van de voor die rechtspersoon of instelling geldende maximale bezoldiging. Voorheen was dat 5 respectievelijk 7,5 procent.

In het meinummer van magazine School! komt een artikel over de hoogte van de bezoldiging van interne toezichthouders. In dat artikel geven bestuursvoorzitter Niko Persoon van Zaan Primair en directeur Herman Lamferkamp van de openbare Montessorischool Schiedam hun visie op deze kwestie. Ook geven de PO-Raad en VO-raad weer hoe zij erover denken.

Magazine School! verschijnt op 14 mei.