Terug van lumpsum naar declaratiestelsel? Niet doen!

De verantwoording onder het declaratiestelsel was zeer gedetailleerd, maar gaf geen inzicht in de kwaliteit en de doelstellingen van het onderwijs en de sturing hierop. Dat melden de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob aan de Tweede Kamer na kritische vragen over de lumpsumfinanciering.

Onder het declaratiestelsel was de transparantie over de besteding van middelen richting de Tweede Kamer ‘van mindere kwaliteit’, aldus de ministers. Sinds de invoering van de lumpsumfinanciering is er volgens hen juist veel informatie op schoolniveau beschikbaar. ‘Daarnaast rapporteren we steeds meer op stelselniveau via diverse monitors en indicatoren in begroting en het jaarverslag’, zo staat in hun reactie.

Van Engelshoven en Slob geven ook aan dat de verantwoording van onderwijsgelden beter kan, maar een terugkeer naar het declaratiestelsel zou volgens hen dus een ronduit onverstandige keuze zijn.

Lees meer…

Wordt geld voor verlaging werkdruk goed besteed?

Onderwijsminister Arie Slob moet beter controleren of het geld voor verlaging van de werkdruk in het basisonderwijs goed wordt besteed. Dat benadrukt de Algemene Rekenkamer.

‘Om te bepalen of beleidsdoelen gehaald zijn, is het nodig dat de minister voldoende informatie verzamelt over de behaalde maatschappelijke resultaten’. Dat meldt de Algemene Rekenkamer in het kader van het verantwoordingsonderzoek 2018.

‘Dat dit lastig kan zijn, zien we (…) terug bij de extra middelen voor het verlagen van de werkdruk in het primair onderwijs. Wij vinden het opmerkelijk dat de minister (…) in 2019 al een deel van de tweede tranche wil uitbetalen zonder dat bekend is of de inzet van de middelen daadwerkelijk tot een lagere werkdruk heeft geleid.’

Het is volgens de Algemene Rekenkamer nodig ‘dat de minister alsnog voldoende informatie verzamelt’ om te kunnen bepalen of de inzet van het geld echt heeft geleid tot een lagere werkdruk. Dit moet het risico verkleinen, zo stelt de Algemene Rekenkamer, dat het geld wordt besteed aan dingen waar het niet voor bedoeld is.

Lees meer…

‘Onderwijs moet meer laten zien waar het mee bezig is’

‘Ik vind transparantie ontzettend belangrijk. Volgens mij moeten we als sector meer en beter laten zien waar we mee bezig zijn.’ Dat zegt  Jeroen Goes, voorzitter van het het college van bestuur van Stichting Fluvium, in een interview met de PO-Raad.

Volgens hem moeten schoolbestuurder altijd voor ogen houden waar het in het onderwijs allemaal om gaat, namelijk de leerlingen. ‘Zo zat ik laatst aan tafel met het samenwerkingsverband en de gesprekken worden soms zo abstract. Terwijl het eigenlijk gaat om kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte die we zo goed mogelijk onderwijs willen bieden. Dat vergeten bestuurders soms wel eens.’

Hij gaat ook in op de financiële verantwoording. ‘Ik merk dat het voor ouders, leraren en directeuren, die zitting hebben in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, best een hele kluif is om je door pagina’s van tabellen en cijfers te worstelen. Dit jaar heb ik de begroting voor het eerst visueel laten vormgeven. Dat hielp voor ons heel goed bij het voeren van een open gesprek over de verschillende bedragen.’

Lees het hele interview

Handreiking onafhankelijk voorzitter passend onderwijs

De PO-Raad en VO-raad hebben de Handreiking onafhankelijk voorzitter samenwerkingsverband passend onderwijs gepubliceerd.

Een onafhankelijk voorzitter moet een gebalanceerd besluitvormingsproces inrichten en zorgen voor een zorgvuldig governance-proces. Hij of zij stimuleert ook verschillende meningen en standpunten.

De handreiking biedt aanknopingspunten voor samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs die een onafhankelijke voorzitter willen aanstellen.

Download handreiking

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

In april 2018 verscheen in magazine Naar School! van VOS/ABB een artikel over het belang van good governance voor het welslagen van passend onderwijs.

Lees het artikel ‘Governance passend onderwijs: een hele klus’

Stappenplan verantwoording besteding werkdrukmiddelen

Hoe moet u zich verantwoorden over de inzet van het geld voor verlaging van de werkdruk in het primair onderwijs? Het antwoord op die vraag krijgt u in het Stappenplan verantwoording besteding werkdrukmiddelen

In het werkdrukakkoord van het kabinet, de vakbonden en de PO-Raad werd afgesproken dat elke school 155 euro per leerling kreeg voor verlaging van de werkdruk. Het geld werd beschikbaar gesteld via de schoolbesturen.

Voor het schooljaar 2021-2022 kan dit bedrag oplopen tot circa 285 euro per leerling. Eerst komt er echter nog een tussenevaluatie, waarbij wordt gekeken naar de verantwoording van de werkdrukmiddelen. Het is dus van belang dat de schoolbesturen en scholen uitleggen wat ze met dit geld hebben gedaan.

Ga naar het stappenplan.

Evaluatie Vensters PO: ‘Onbekend maakt onbemind’

Het programma Venster PO kent sterke punten, maar het moet ook op een aantal punten worden verbeterd. ‘Onbekend maakt onbemind’, zo staat in een evaluatierapport.

Vensters PO is een programma van de PO-Raad. Scholen kunnen er cijfermatige informatie in zetten over bijvoorbeeld eindtoetsresultaten, leerlingenpopulatie, financiën en personeel. Die informatie komt op de website Scholen op de Kaart. De gedachte hierachter is dat ouders de informatie kunnen gebruiken bij de keuze voor een school.

Een sterk punt van Vensters PO, zo blijkt uit de evaluatie, is dat het programma scholen en besturen helpt om op een transparante wijze verantwoording af te leggen. Het helpt hen ook bij het maken van benchmarks. Daarnaast stelt het scholen en besturen in staat om informatie te delen met ouders en andere stakeholders.

Uit de evaluatie komen ook zwakke punten naar voren. Zo wordt het programma niet als gebruiksvriendelijk ervaren. Het kost scholen veel tijd om er informatie in te zetten. Bovendien kent een deel van de mensen Vensters PO helemaal niet.

Lees meer…

Onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden

In de raad van toezicht van elk samenwerkingsverband voor passend onderwijs moet één onafhankelijk lid zitten.

Dat heeft de PO-Raad afgesproken. De leden van de VO-raad stemmen er binnenkort over. Het idee is dat een onafhankelijk lid in de raad van toezicht kritische vragen kan stellen. Dat is goed om discussies los te maken over belangrijke kwesties.

Benchmark reserves

De PO-Raad meldt verder dat er een benchmark komt waarmee samenwerkingsverbanden de hoogte van hun reserves kunnen beoordelen. Als de reserves te groot zijn, worden samenwerkingsverbanden daarop aangesproken.

Ook is afgesproken dat de PO-Raad en VO-raad een publieksversie gaan maken van het dasboard passend onderwijs met gegevens over samenwerkingsverbanden. ‘Op die manier kunnen zij zich beter verantwoorden en krijgt de samenleving beter inzicht in wat ze doen en welke keuzes ze maken, aldus de PO-Raad.

Lees meer…

PO-Raad eens met Slob: betere verantwoording nodig

Schoolbesturen moeten beter verantwoorden wat ze met hun geld doen. Dat vindt voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad, meldt Trouw.

Ze schaart zich in de krant achter de inhoud van een brief van onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob aan de Tweede Kamer. In die brief staat onder andere dat schoolbesturen hun financiële verantwoording moeten verbeteren.

Den Besten is het met de ministers eens. Zij vindt het bijvoorbeeld niet kunnen dat er tegenwoordig nog schoolbesturen zijn die hun jaarverslag niet online publiceren.

Alles online

VOS/ABB benadrukt al jaren dat bij een goede publieke verantwoording hoort dat schoolbesturen hun jaarverslagen online publiceren, zodat iedereen kan zien waaraan het belastinggeld voor goed onderwijs is besteed.

In de praktijk gebeurt dat ook, zo schreef beleidsmedewerker Ronald Bloemers van VOS/ABB onlangs in een commentaar naar aanleiding van de brief van Slob.

‘De afgelopen tijd heb ik bijna 100 schoolbestuurders gesproken, onder andere over de manier waarop zij verantwoording afleggen. Uit die gesprekken bleek dat ze allemaal hun jaarverslagen met uitgebreide financiële verantwoording online zetten. Zo kan iedereen die dat wil, zien waaraan het onderwijsgeld is besteed’, aldus Bloemers.

Lees het commentaar

Betere verantwoording? Alles staat al online!

Met verbazing heb ik de brief van de ministers van OCW aan de Tweede Kamer gelezen over de maatregelen die ze willen nemen om schoolbesturen betere verantwoording te laten afleggen.

De afgelopen tijd heb ik bijna 100 schoolbestuurders gesproken, onder andere over de manier waarop zij verantwoording afleggen. Uit die gesprekken bleek dat ze allemaal hun jaarverslagen met uitgebreide financiële verantwoording online zetten. Zo kan iedereen die dat wil, zien waaraan het onderwijsgeld is besteed.

De praktijk leert echter dat maar weinig mensen de moeite nemen om de jaarverslagen te lezen, terwijl daar toch echt veel relevante informatie in staat. Dat is jammer. Je gaat als schoolbestuurders serieus om met verantwoording, maar dat heeft niet zo veel effect als jaarverslagen grotendeels ongelezen blijven. Dat laatste ligt niet aan de schoolbesturen, maar zij krijgen er nu wel de schuld van.

Moeizame gesprekken

Mijn ervaring is dat schoolbestuurders ook altijd openstaan voor vragen. Maar als over verantwoording wordt gesproken met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of met de raad van toezicht, dan komt het nogal eens voor dat die gesprekken moeizaam verlopen. Dat heeft mede te maken met het feit dat de materie ingewikkeld kan zijn. Het is dan ook een goede zaak dat de Onderwijsraad het kabinet adviseert de bekostiging van het onderwijs te vereenvoudigen.

De maatregelen die de ministers aankondigen in hun brief aan de Tweede Kamer, zijn volgens mij echter weinig productief. Ten eerste storten de bewindslieden hun ideeën uit over de schoolbesturen zonder dat ze er met hen over hebben gesproken. Ten tweede zullen de voorgestelde maatregelen ertoe leiden dat er extra bestuurlijke druk ontstaat. Die zal extra personele inzet vereisen, zonder dat daarvoor geld beschikbaar wordt gesteld. Ik noem als voorbeeld de benchmarks die het ministerie van OCW wil opleggen, waarvoor schoolbesturen hun verantwoordingsgegevens moeten invullen. Dat leidt tot dubbel werk, want al die gegevens staan al in de online jaarverslagen!

Toereikende bekostiging

De Onderwijsraad heeft meer adviezen aan OCW gegeven. Zoals over de toereikendheid van de bekostiging en dat dit goed moet worden gemonitord. Op dat punt zie ik van de ministers van OCW weinig eigen initiatief, omdat de toereikendheid van de bekostiging niet goed te monitoren zou zijn. Verschillende onderzoeken hebben echter laten zien dat dit wel degelijk mogelijk is, dus mag van de ministers worden verwacht dat ze daarmee aan de slag gaan.

Ik noem als voorbeeld het structurele tekort van 350 miljoen euro op de materiële instandhouding, alleen al in het basisonderwijs. Let wel: dat zijn omgerekend ruim 5200 voltijdbanen. Door dit structurele tekort kunnen nu dus duizenden leraren niet voor de klas staan – als die er al zouden zijn. De ministers weten natuurlijk ook wel dat schoolbesturen ook geld moeten besteden aan bijvoorbeeld energie en onderhoud. Goed onderwijs wordt immers erg lastig in een koud schoolgebouw waarvan het dak is weggewaaid. Ook het klimaatakkoord zal aanvullende eisen gaan stellen aan de schoolgebouwen, met aanvankelijk extra kosten als resultaat.

Wederzijds vertrouwen

Kan verantwoording beter? Jazeker, en mijn ervaring is dat de schoolbesturen die ik geregeld bezoek dat ook willen en zich daarvoor inzetten. VOS/ABB ondersteunt ze daar graag bij. Goede verantwoording is echter een kwestie van wederzijds vertrouwen. Niet apart, maar samen maken we het onderwijs beter. De brief van de ministers laat zien dat ze op school niet hebben geleerd dat samenwerken iets anders is dan maatregelen opleggen en de ander de schuld geven.

Mr. Ronald Bloemers, VOS/ABB

OCW kiest nadrukkelijk voor behoud lumpsum

De onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob houden vast aan de lumpsumfinanciering van het onderwijs. Daar hoort volgens hen wel bij dat schoolbesturen verantwoording afleggen over hun financiële keuzes. Dat schrijven zij in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Besturen hebben (…) de verplichting om zich goed te verantwoorden over de besteding van publiek geld voor onderwijs. Als dat niet gebeurt, verliest de maatschappij haar vertrouwen en dat ondermijnt de grote kracht van ons onderwijsstelsel: de financiële en inhoudelijke autonomie’, zo staat in de brief.

Daarin benadrukken zij echter ook het belang van de lumpsumfinanciering, omdat die schoolbesturen beleidsvrijheid geeft. ‘Een bestuur kan bijvoorbeeld tijdelijk extra geld uitgeven om een school van onvoldoende kwaliteit er bovenop te helpen, of om innovatie te stimuleren op een school (…). Zulke keuzes moet Den Haag niet maken. Daarom zien wij (…) de meerwaarde en het belang van de lumpsum en blijven we daarmee werken’, aldus Van Engelshoven en Slob.

De minister volgen met hun keuze voor behoud van de lumpsumfinanciering in combinatie met goede verantwoording door schoolbesturen een advies van de Onderwijsraad.

Lees meer…

Hoe functioneert scheiding bestuur en toezicht?

Onderwijsminister Arie Slob heeft een onderzoeksrapport over de functionele scheiding van bestuur en toezicht in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het rapport van de Inspectie van het Onderwijs gaat over het functioneren in de praktijk van onder andere het one tier-model, het raad-van-beheermodel, het  bestuur-directiemodel en het mandaat- of delegatiemodel.

Formele inrichting en cultuur

Bij ongeveer de helft van de schoolbesturen die voor dit onderzoek werden geselecteerd, signaleert de inspectie verbeterpunten met betrekking op zowel de formele inrichting als op cultuur en houding.

Wat de formele inrichting betreft, merkt de inspectie op dat er schoolbesturen zijn die nog weinig hebben uitgewerkt over de wijze waarop ze bestuur en toezicht willen invullen. ‘Soms zijn er onduidelijkheden in de verdeling van bevoegdheden en soms is bijvoorbeeld de bevoegdheid om personeel aan te nemen bij intern toezichthouders belegd. Het is dan onduidelijk wie daar vervolgens nog op toeziet’, aldus de inspectie.

Als het gaat over cultuur en houding, signaleert de inspectie dat interne toezichthouders niet overal onafhankelijk genoeg functioneren, waardoor het risico ontstaat dat ze hun controlerende rol onvoldoende uitoefenen. ‘Bijvoorbeeld als zij te dicht betrokken zijn bij besluitvorming of bij dagelijkse sturing’, zo staat in het rapport.

Daarnaast is volgens de inspectie een risico aanwezig als intern toezichthouders niet genoeg betrokkenheid tonen, ‘bijvoorbeeld als zij geen of slechts weinig informatie verzamelen of als er slechts weinig kritische vragen worden gesteld’. In een dergelijke situatie is volgens de inspectie reflectie vanuit de medezeggenschapsraad van belang.

Advies

Het verdient aanbeveling, zo schrijft de inspectie, ‘om de wettelijke kaders voor scheiding van bestuur en toezicht te verduidelijken en ook voorlichting te geven over het doel van deze kaders’.

Download het rapport Functionele scheiding van bestuur en toezicht in de praktijk.

Governance passend onderwijs: een hele klus!

Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs moeten onafhankelijk intern toezicht krijgen, eist de Tweede Kamer. De praktijk laat zien dat het een hele klus is!

‘De inkt van de oprichtingsaktes is nog maar net droog of we moeten het alweer anders inrichten, en dat kost veel tijd en energie’, zegt directeur Luuk van Aalst van samenwerkingsverband IJssel | Berkel in Zutphen en omgeving.

Toch vindt hij het noodzakelijk om er werk van te maken. ‘Het gaat immers om de verantwoording van publieke middelen. We moeten daarom aan de slag om een daadwerkelijke scheiding van bestuur en toezicht te regelen’, aldus Van Aalst in het aprilnummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! dat binnenkort verschijnt.

U kunt het artikel Governance passend onderwijs: een hele klus uit het aprilnummer van Naar School! als preview downloaden.

Bijeenkomst passend onderwijs en governance

Luuk van Aalst is tevens adviseur bij bureau Van Beekveld en Terpstra. Hij geeft op dinsdag 17 april op een bijeenkomst bij VOS/ABB in Woerden een toelichting op het governancemodel van samenwerkingsverband IJssel | Berkel.

De bijeenkomst wordt geleid door oud-VOS/ABB’er Hans van Willegen die tegenwoordig verbonden is aan Van Beekveld en Terpstra. Namens VOS/ABB zullen Rozemarijn Boer en Eline Vrenken aanwezig zijn.

Wanneer en waar?

De bijeenkomst op dinsdag 17 april is van 09.45 tot 12.30 uur in ons kantoor in Woerden. Na afloop is er een eenvoudige lunch.

Als uw schoolbestuur of samenwerkingsverband bij VOS/ABB is aangesloten, is deelname gratis. Niet-leden betalen 100 euro per persoon (btw-vrij).

Aanmelden

U kunt zich aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Bijeenkomst passend onderwijs’. Vermeld in uw mail uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en het telefoonnummer waarop wij u kunnen bereiken. Wij willen ook graag van u weten of u gebruik wilt maken van de lunch.

Notitie over verantwoording samenwerkingsverbanden

Op initiatief van het ministerie van OCW is een notitie tot stand gekomen over verantwoording als onderdeel van goed financieel management door en binnen samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs.

De notitie bevat drie uitgangspunten:

  1. Het samenwerkingsverband legt verantwoording af over alle middelen die het tot zijn beschikking heeft in relatie tot beoogde doelen en bereikte resultaten.
  2. Schoolbesturen zijn zich bewust van de verschillende rollen die zij binnen het
    samenwerkingsverband hebben en handhaven hun rolzuiverheid.
  3. Iedereen die middelen besteedt legt verantwoording af; hierbij wordt rekening
    gehouden met regionale verschillen.

Download notitie

 

 

Inrichtingsvrijheid swv’s kent voor- en nadelen

De inrichtingsvrijheid van de samenwerkingsverbanden (swv’s) voor passend onderwijs heeft voor- en nadelen. Dat staat in het rapport Juridisch perspectief op de governance van samenwerkingsverbanden.

Een voordeel is van de inrichtingsvrijheid dat er ‘bestuurlijk maatwerk’ is ontstaan, wat in lijn is met ‘de wettelijke ruimte voor verschillende rechtsvormen en bestuursmodellen van samenwerkingsverbanden’, zo staat in het rapport.

In dit kader wordt opgemerkt dat in de wettelijke systematiek de autonomie van de schoolbesturen het uitgangspunt is geweest en dat swv’s nu binnen de wettelijke kaders zelf kunnen bepalen welke taken zij op zich nemen en welke niet.

Een nadeel dat aan de veelvormigheid van de swv’s en de sterke positie van de autonome schoolbesturen kleeft is dat het toezicht lastig kan zijn, terwijl deugdelijke governance van groot belang is voor het goed functioneren van de swv’s.

Lees meer…

Slob zet druk op verantwoording schoolbesturen

Onderwijsminister Arie Slob gaat schoolbesturen verplichten om in hun jaarverslagen over specifieke onderwerpen verantwoording af te leggen. Dat meldt hij in een brief aan de Tweede Kamer over de evaluatie van de sectorakkoorden in het primair en voortgezet onderwijs.

‘Het is belangrijk dat schoolbesturen de besteding van de sectorgelden helder verantwoorden, zodat voor alle belanghebbenden duidelijk is op welke wijze de besteding van de financiële middelen bijdraagt aan het realiseren van de doelen uit de sectorakkoorden’, zo schrijft Slob. Hij constateert dat het op dit punt niet goed gaat.

Daarom gaat hij de komende jaren gebruikmaken van zijn bevoegdheid, zoals die is vastgelegd in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, om schoolbesturen te verplichten over specifieke onderwerpen verantwoording af te leggen.

Daarop vooruitlopend wil hij samen met schoolbesturen ervaringen opdoen ‘over de wijze waarop deze verantwoordingseisen voor het bestuursverslag in de praktijk het beste kunnen worden vormgegeven’. Daarom komt er een pilot met de PO-Raad en VO-raad om ‘de verantwoording in de bestuursverslagen over prioritaire thema’s te verbeteren’.

Lees meer…

Wijzigingen verantwoording samenwerkingsverbanden

Samenwerkingsverbanden (swv’s) voor passend onderwijs krijgen te maken met wijzigingen in hun verantwoording.

Het ministerie van OCW heeft hierover een brief gestuurd, waarin drie punten centraal staan:

  1. Aanpassingen in de jaarrekening en de taxonomie en XBRL;
  2. Notitie ‘Uitgangspunten en monitoring verantwoording door en binnen samenwerkingsverbanden passend onderwijs’;
  3. Aanpassing continuïteitsparagraaf.

In de brief wordt hier uitgebreid op ingegaan.

Download de brief

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Kamervragen over peperdure ‘controlezucht’

Roelof Bisschop (SGP) heeft direct na het aantreden van het nieuwe kabinet-Rutte Kamervragen gesteld over de ‘controlezucht’ waar het onderwijs volgens hem onder lijdt.

‘Al jaren belijdt iedere partij en iedere politicus dat overbodige regels moeten worden afgeschaft en de bureaucratische rompslomp minder moet worden. Maar nog steeds wordt het onderwijs onnodig ingesnoerd. Bij het begin van dit nieuwe kabinet wil ik meteen een zetje geven in de goede richting’, aldus Tweede Kamerlid Bisschop.

Jaarverslaggeving

Hij wil van minister Arie Slob (ChristenUnie) voor primair en voortgezet onderwijs en van diens collega Kajsa Ollongren (D66) van Binnenlandse Zaken onder andere weten waarom de richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor een basisschool met 100 leerlingen en een universiteit met 45.000 studenten hetzelfde zijn. Bisschop wil graag dat op dit punt rekening wordt gehouden met schaalgrootte.

Ook wijst hij erop dat de administratieve lasten bij invoering van de Wet normering topinkomens geraamd zijn op 75 euro per instelling per jaar, maar ‘dat in de praktijk blijkt dat daar gerust twee nullen achter gezet kunnen worden’. Hij wil weten of Slob en Ollongren het acceptabel vinden dat daar zoveel geld aan wordt besteed.

Contactgroepen Governance over affaire-Meavita

Onze regionale Contactgroepen Governance voor toezichthouders en bestuurders komen in het najaar weer bijeen. Dit keer zullen we ons richten op toezicht in de thuiszorg en wat het onderwijs daarvan kan leren.

Als spreker is mr. drs. Caroline de Weerdt uitgenodigd. Zij zit onder meer in de raad van toezicht van de Stichting Openbaar Primair en Speciaal Onderwijs Leiden en was een van de curatoren bij de omgevallen thuiszorggigant Meavita.

Dit bedrijf ontstond in 2007 uit een fusie en ging twee jaar later failliet met een miljoenenschuld. Meavita bood thuiszorg aan ouderen en chronisch zieken in Den Haag, Utrecht, Groningen en de Achterhoek. Het bedrijf had ongeveer 20.000 medewerkers, circa 100.000 cliënten en een jaaromzet van 500 miljoen euro.

Wanbeleid en grove onzorgvuldigheid

De Ondernemingskamer deed uitgebreid onderzoek naar de affaire-Meavita. Het oordeel in 2015 luidde dat er sprake was geweest van wanbeleid en grove onzorgvuldigheid. Zo werd het de fusiepartners zeer zwaar aangerekend dat er geen functieprofielen voor de nieuwe raad van bestuur waren opgesteld. Ook profielschetsen voor de toezichthouders ontbraken. De Ondernemingskamer veroordeelde zowel bestuurders als toezichthouders in de kosten van de procedure (1 miljoen euro).

Hoewel het oordeel door de Hoge Raad is vernietigd wegens onder andere een vormfout (de voorzitter van de Ondernemingskamer was voor de uitspraak gepensioneerd), wordt de beslissing gezien als een leidraad voor goed bestuur en toezicht.

Good governance

Wij hopen dat dit verhaal over falend bestuur en toezicht inspirerend kan zijn voor het onderwijs, in die zin dat wij er eerst en vooral van kunnen leren hoe het níet moet. Maar dat is natuurlijk niet genoeg: we willen ook weten hoe het wél moet. Good governance vereist immers positieve inspiratie! Hierover willen we graag met u en Caroline de Weerdt in gesprek.

Wanneer en waar?

De Contactgroepen Governance van VOS/ABB komen op de volgende data en locaties bijeen:

De bijeenkomsten zijn steeds van 16 tot 19 uur. Voor een maaltijd wordt gezorgd. Deelname kost 50 euro per persoon.

Let op: alleen leden van VOS/ABB kunnen deelnemen. Niet-leden hebben geen toegang.

Aanmelden

U kunt zich voor de bijeenkomst aanmelden door een e-mail te sturen aan welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Contactgroep Governance’ en de datum en locatie van uw keuze. Vermeld in uw mail duidelijk uw naam, uw organisatie en functie en het telefoonnummer waarop wij u kunnen bereiken.

Informatie: Janine Eshuis, 06-30041175, jeshuis@vosabb.nl

OCW wil van schoolbesturen meer transparantie

Op het gebied van transparantie en verantwoording gaan de ontwikkelingen in het onderwijs niet snel genoeg. Dat staat in een brief van minister Jet Bussemaker van OCW aan de Tweede Kamer.

De minister ziet op het gebied van professionalisering van bestuur en intern toezicht weliswaar een duidelijke beweging, maar de ontwikkeling op het gebied van transparantie en verantwoording gaat volgens haar niet snel genoeg.

Transparantie: jaarverslagen openbaar!

‘Zo maakt nog steeds een te groot deel van de onderwijsinstellingen in het primair en voortgezet onderwijs zijn jaarverslag niet actief openbaar ondanks afspraken hierover in de governancecodes. Inmiddels bereidt de staatssecretaris een wetswijziging voor om actieve openbaarmaking in die sectoren verplicht te stellen’, zo staat in de brief.

Ook is er volgens Bussemaker behoefte aan meer zicht op de uitgaven die gedaan worden door schoolbesturen en de onderliggende keuzes die daarbij gemaakt worden. Samen met de PO-Raad en VO-raad onderzoekt ze hoe meer inhoudelijke eisen aan het bestuursverslag gesteld kunnen worden.

Ambities en doelstellingen

‘Per schoolbestuur kan bijvoorbeeld gevraagd worden om in het bestuursverslag een koppeling te maken met de eigen schoolplannen en toe te lichten hoe de eigen ambities en prestaties zich verhouden tot bepaalde nationale doelstellingen’, zo schrijft de minister.

Lees meer…

Handreiking over contact tussen (G)MR en RvT

Het project Versterking medezeggenschap heeft een nieuwe handreiking gepubliceerd over het contact tussen de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) en de raad van toezicht (RvT).

Met de invoering van de Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen (WMS) per 1 januari 2017 zijn (G)MR en toezichthouder verplicht minimaal twee keer per jaar met elkaar te overleggen. Wat is het doel van dit overleg, wie zijn erbij aanwezig en welke onderwerpen zet je op de agenda? In de handreiking worden deze vragen beantwoord.

Het project Versterking medezeggenschap wil hiermee bereiken dat het overleg zinvol wordt voor alle partijen. (G)MR en de RvT hebben immers een gezamenlijk belang: bijdragen aan een goed bestuur van de school.

Download handreiking

Rekenkamer zeer kritisch over passend onderwijs

Het is onduidelijk waaraan het geld voor passend onderwijs wordt besteed, meldt de Algemene Rekenkamer.

In 2016 gaf het ministerie van OCW 2,4 miljard euro uit aan passend onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. ‘Hoewel een van de doelen van passend onderwijs was dat transparanter zou worden waaraan de gelden voor leerlingenondersteuning worden besteed, is het zicht op de besteding (…) niet verbeterd’, aldus de Algemene Rekenkamer.

Weinig informatie

Er valt volgens de rekenkamer uit de verantwoordingsstukken van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en schoolbesturen weinig informatie te halen over de besteding. Bovendien zijn er ‘indicaties dat de wel beschikbare informatie van onvoldoende kwaliteit is’.

Vooral horizontale verantwoording had voor meer transparantie moeten zorgen, maar dat is niet gebeurd. ‘Het intern toezicht in de meeste samenwerkingsverbanden is niet onafhankelijk: zowel in het bestuur als in het interne toezicht zijn vooral schoolbesturen vertegenwoordigd. Ook is het de vraag of de ondersteuningsplanraden (…) voldoende tegenwicht kunnen bieden.’

Zwak ontwikkeld

Ook over de interne checks and balances in de samenwerkingsverbanden is de Algemene Rekenkamer zeer kritisch: ‘al met al zwak ontwik­keld’. Dat leidt er volgens de rekenkamer toe dat schoolbesturen het instellingsbelang zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van de leerling.

De Tweede Kamer had gevraagd om inzicht in het aantal leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, maar dat inzicht kan volgens de Algemene Rekenkamer niet worden geboden: ‘Het zogenoemde zorgvinkje – de registratie in het Basisregister Onderwijs (BRON) van ontwikkelingsperspectieven voor leerlingen die extra ondersteuning krijgen – biedt dit inzicht onvoldoende en is onbetrouwbaar.’

Meer inzicht

De Algemene Rekenkamer vindt het belangrijk dat er op het niveau van afzonderlijke samenwerkingsverbanden meer inzicht komt in waar zij hun geld aan besteden en welke resultaten zij daarmee bereiken. ‘Er zijn namelijk signalen dat de leerlingenondersteuning nog niet overal goed loopt.’

Lees meer…

Sociale partners pleiten voor kansengelijkheid

De sociale partners verenigd in de Stichting van het Onderwijs hebben voor een volgend kabinet een zespuntenplan gepresenteerd. Daarin staat onder andere dat kinderen vanaf twee jaar ontwikkelrecht moeten krijgen. Ook wordt gepleit voor gemengde schooladviezen en brede en meerjarige brugklassen.

In het plan wordt benadrukt dat het bieden van gelijke kansen erom vraagt om op jonge leeftijd met onderwijs te beginnen: ‘Kinderen leren het meest in de eerste jaren van hun leven. Hoe eerder je investeert, hoe meer leerwinst later en hoe meer achterstanden kunnen worden voorkomen en ingehaald.’

Laatbloeiers en zwakke milieus

Met gemengde schooladviezen, brede brugklassen en langere brugklasperiodes moet selectie op 12-jarige leeftijd worden tegengegaan. Die selectie zoals die nu is, leidt volgens de Stichting van het Onderwijs toe dat met name laatbloeiers en leerlingen uit zwakkere milieus op een voor hen te laag niveau terechtkomen.

Tevens wordt erop aangedrongen om het voortgezet onderwijs meer te verbinden met het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en de universiteit.

Leraren

In het zespuntenplan wordt ook gepleit voor een verdere professionalisering van leraren en schoolleiders en voor investeringen in het imago van het onderwijs als werkgever. Hier komen kwesties aan bod als loon, werkdruk, de autonomie van de leraar en strategisch personeelsbeleid in het kader van het toenemende lerarentekort.

Een ander punt is dat scholen en lerarenopleidingen meer met elkaar moeten gaan samenwerken. De wetgeving zou daarop moeten worden aangepast.

Governance en sturing

Op het gebied van governance wordt in het zespuntenplan gepleit voor ‘een brede verantwoordingsmethodiek, zonder te veel focus op meetbare output en rendement’. De Stichting van het Onderwijs roept een volgend kabinet op tot terughoudendheid met nieuwe regulering en vertrouwen in de onderwijssector.

In de Stichting van het Onderwijs zitten de sociale partners, waaronder de sectororganisatie PO-Raad en VO-raad en de vakbonden.

Download zespuntenplan

Rond de presentatie van het zespuntenplan was een onderwijsdebat georganiseerd.

Download verslag onderwijsdebat

Jaarverslag publiceren móet!

Het is onacceptabel als scholen hun jaarverslag niet gemakkelijk toegankelijk maken. Dat vinden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW, zo blijkt uit antwoorden op Kamervragen.

De minister en staatssecretaris reageren op vragen van de VVD’ers Pieter Duisenberg en Karin Straus naar aanleiding van een artikel in het Onderwijsblad van de Algemene Onderwijsbond over scholen die nog steeds niet hun jaarverslag publiceren.

Bussemaker en Dekker geven aan dat het beeld dat het Onderwijsblad schetst, namelijk dat veel scholen hun jaarverslag nog niet openbaar maken, overeenkomt met wat naar voren kwam uit eerdere gesprekken met de sectororganisaties PO-Raad en VO-Raad.

de bewindslieden zijn het met Duisenberg en Straus eens dat het onacceptabel is wanneer publiek bekostigde onderwijsinstellingen hun publieke verantwoordingdocument niet gemakkelijk toegankelijk maken, ondanks gemaakte afspraken hierover in de Code Goed bestuur. Als de afspraken niet worden nagekomen, dan komt er een wettelijke plicht om jaarverslagen te publiceren, zo waarschuwen Bussemaker en Dekker. die waarschuwing hebben ze eerder ook al afgegeven.

Jaarverslag publiceren, anders geen lid VO-Raad!

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad heeft er eind oktober bij alle leden van de sectororganisatie van het voortgezet onderwijs op aangedrongen hun jaarverslagen online te zetten. Hij wees er toen op dat in de Code Goed Onderwijsbestuur van de VO-raad staat dat alle leden het jaarverslag online moeten zetten. Dat is zelfs een eis om lid te mogen zijn van de VO-raad, maar nog slechts 68 procent van de leden voldoet hieraan.

De PO-Raad verbindt niet de eis van publicatie van het jaarverslag aan het lidmaatschap. Wel dringt de sectororganisatie van het primair onderwijs er bij haar leden op aan hun jaarverslag te publiceren.

VOS/ABB kent deze lidmaatschapseis evenmin, maar in het kader van publieke verantwoording voor schoolbesturen (of dat nu besturen voor openbaar of bijzonder onderwijs zijn) zou er geen reden mogen zijn om financiële cijfers achter te houden. Onderwijs wordt immers betaald met publiek geld, zo benadrukt VOS/ABB.

 

WMS-reglementen aangepast aan Wet bestuurskracht

Onderwijsgeschillen heeft alle modelreglementen bij de Wet medezeggenschap op scholen aangepast aan de Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen. Deze wet treedt op 1 januari 2017 in werking.

In de nieuwe modelreglementen is ook de vaststelling van de klokkenluidersregeling toegevoegd aan het instemmingsrecht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad.

De Wet Huis voor klokkenluiders verplicht sinds 1 juli 2016 onderwijsinstellingen met 50 of meer medewerkers tot het vaststellen van een klokkenluidersregeling.

Ga naar de aangepaste modelreglementen

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Jaarverslagen móeten online, benadrukt VO-raad

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad dringt er bij alle leden van de sectororganisatie van het voortgezet onderwijs op aan hun jaarverslagen online te zetten.

Rosenmöller wijst erop dat in de Code Goed Onderwijsbestuur van de VO-raad staat dat alle leden het jaarverslag online moeten zetten. Dat is zelfs een eis om lid te mogen zijn van de VO-raad, maar nog slechts 68 procent van de leden van de VO-raad voldoet hieraan.

‘Voor de 32 procent die het nog niet gedaan heeft, kunnen allerlei redenen worden aangevoerd, waarbij de meest voor de hand liggende is dat het er nog niet van is gekomen. Toch moeten we elkaar hierop aanspreken, zoals dat ook geldt voor de overige lidmaatschapseisen’, aldus Rosenmöller.

Lees meer…