Inspectie moet onderzoeksrapporten aanpassen

De Inspectie van het Onderwijs moet de onderzoeksrapporten van drie scholen aanpassen. Dat heeft de rechter in Den Haag in kort geding bepaald.

De drie scholen vallen onder de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs. In het kort geding werd geëist dat de inspectie op tien punten wijzigingen in de rapporten zou aanbrengen.

Op een aantal punten gaf de rechter het schoolbestuur gelijk. Zo moet de inspectie een negatief oordeel over de medezeggenschap aanpassen. Daarnaast moet duidelijker worden vermeld dat de toezichtstructuur van de stichting niet negatief is beoordeeld.

Lees de uitspraak

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Zorgen over intern toezicht kleinere schoolbesturen

De Inspectie van het Onderwijs trekt bij de kleinere schoolbesturen aan de bel over de kwaliteit van hun intern toezicht.

De inspectie constateert op basis van onderzoek dat niet alle kleinere schoolbesturen hun intern toezicht goed hebben georganiseerd. Het gaat met name om de functionele scheiding tussen bestuur en toezicht.

Het blijkt, zo meldt de inspectie, dat met name kleinere schoolbesturen bestuurders hebben die ‘minder goed rolvast’ zijn. ‘Juist bij deze bestuursvorm is het van belang dat het bestuur een goed evenwicht tussen uitvoering en toezicht regelt, en ook toepast’, aldus de inspectie.

Download het rapport ‘Functionele scheiding van bestuur en toezicht in de praktijk’

Inspectie verbreedt onderzoek VMBO Maastricht

De Inspectie van het Onderwijs voert naar aanleiding van het examendebacle bij VMBO Maastricht een breder onderzoek uit bij scholen en het bestuur van stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO). 

Het inspectieonderzoek naar VMBO Maastricht wordt uitgebreid met een steekproefonderzoek bij andere scholen die onder het LVO-bestuur vallen. Ook onderzoekt de inspectie het bestuurlijk handelen van het LVO-bestuur, waarvan het omstreden PvdA-Eerste Kamerlid André Postema de voorzitter is.

Postema legt de schuld voor het examendebacle bij VMBO Maastricht herhaaldelijk bij de inspectie. Die had volgens hem de examens niet ongeldig mogen verklaren.

Lees meer…

Cijfers centrale vmbo-examens Maastricht blijven staan

De uitslagen van de centrale examens van de leerlingen van VMBO Maastricht blijven geldig tot 1 januari 2019. De 354 leerlingen die dit betreft, krijgen tot die tijd de kans om hun schoolexamens te repareren. Dat staat in een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

De minister heeft laten onderzoeken of de centrale examens in april en mei goed zijn afgenomen. Volgens het College van Toetsen en Examens (CvtE) is dat inderdaad netjes gegaan. Dat geeft minister Slob en de Inspectie van het Onderwijs genoeg vertrouwen om te besluiten dat deze uitslagen kunnen blijven staan.

De minister wijkt daarmee af van de examenregels. Dat is volgens Slob en de inspectie nodig, omdat de situatie in Maastricht uniek is en omdat leerlingen zo min mogelijk de dupe moeten zijn van het wanprestatie van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO).

De gemiste schoolexamens moeten nog wel worden gemaakt, voordat leerlingen een diploma kunnen krijgen. Dat is geen garantie op succes, benadrukt Slob, maar biedt leerlingen volgens hem in elk geval de kans om hun diploma alsnog te halen. Volgens de minister zijn er bij de schoolexamens duizenden tekortkomingen geconstateerd.

Een deel van de leerlingen zou nog deze zomer alle vakken kunnen afronden en vervolgens met een diploma aan een vervolgopleiding kunnen beginnen. Daarnaast zal een deel van de leerlingen meer tijd nodig hebben. Slob zegt dat hij zich ervoor zal inzetten dat zij alvast aan een vervolgopleiding kunnen beginnen, dus zonder diploma.

Dan is er nog een groep leerlingen bij wie de achterstanden zo ver zijn opgelopen, dat mogelijk het jaar opnieuw gedaan moet worden.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege in Maastricht ongeldig had verklaard, omdat bleek dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken.

Lees meer…

Onafhankelijk onderzoek naar kwaliteit schoolexamens

De VO-raad neemt het initiatief tot een onafhankelijk onderzoek naar de kwaliteit van de schoolexamens en de positie van het programma van toetsing en afsluiting (pta) hierin. Aanleiding is het examenschandaal bij twee vmbo’s in Maastricht van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO).

De sectororganisatie meldt dat het onderzoek tot doel heeft om waar mogelijk verbetering aan te brengen. Het moet ook laten zien dat de scholen voor voortgezet onderwijs het van het grootste belang vinden dat ze het vertrouwen hebben van de politiek en de samenleving.

Naar aanleiding van het vmbo-examenschandaal bij het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege in Maastricht roept de VO-raad ook zijn leden op om kritisch te kijken naar de wijze waarop de schoolexamens in de eigen school of scholen zijn ingericht. Ook wordt de leden gevraagd om de bekijken of de afspraken in het pta helder en werkbaar zijn en of er voldoende checks and balances zijn.

De Inspectie van het Onderwijs heeft de centrale examens van 354 leerlingen van de Maastrichtse vmbo’s ongeldig verklaard, omdat bleek dat zij niet alle schoolexamens hadden gedaan. Dat is voorwaarde om aan de centrale examens te mogen maken.

Lees meer…

Inspectie verwacht in juli gegevens sociale veiligheid

De Inspectie van het Onderwijs verwacht van alle scholen dat ze uiterlijk op 1 augustus de monitoringsgegevens over sociale veiligheid hebben aangeleverd.

‘Een onderdeel van de zorgplicht sociale veiligheid is dat uw school van alle leerlingen de veiligheidsbeleving in beeld brengt. Wij verwachten van u dat u deze gegevens voor 1 augustus bij ons aanlevert’, meldt de inspectie aan de scholen.

Het aanleveren van deze gegevens kan via de toetsleverancier van de school.

Lees meer…

Inspectie mag geen richting geven aan kwaliteit

Het behoort niet tot de taak van de Inspectie van het Onderwijs om richting te geven aan kwaliteit. Dat stelt directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in het licht van de nieuwe onderzoekskaders van de inspectie, die per 2 juli in werking moeten treden.

Hij benadrukt dat het de taak van de Inspectie van het Onderwijs is om te controleren of scholen voldoen aan deugdelijkheidseisen die aan hen zijn gesteld. ‘Het verder oprekken van de bevoegdheid van de inspectie om richting te geven aan kwaliteit, valt buiten het taakgebied zoals de wetgever dat heeft bedoeld’, aldus Teegelbeckers.

Deze stellingname die hij namens VOS/ABB inneemt, sluit aan bij die van de christelijke profielorganisatie Verus. Die benadrukt in het kader van de voorgestelde waardering ‘goed’, dat de scheiding tussen de toezichthoudende en stimulerende rol van de inspectie vervaagt.

Lees meer…

PO-Raad: Te veel eisen en te weinig waardering

‘Het jarenlang overvragen en onderwaarderen van het primair onderwijs, de lage bekostiging en een beginnend lerarentekort hebben hun tol geëist.’ Daarmee reageert de PO-Raad op de bevinding van de Inspectie van het Onderwijs dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt.

De signalering van de inspectie dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017. Voor de sectororganisatie is de negatieve ontwikkeling geen groot nieuws, zo blijkt uit de woorden van voorzitter Rina den Besten: ‘Zorgelijk, maar niet heel verrassend.’

Zij ziet het ‘tekort aan bekostiging’ en het ‘groeiend lerarentekort door te lage salarissen’ als oorzaken van de tanende onderwijskwaliteit. Er worden volgens haar ook te veel eisen gesteld: ‘Scholen worstelen met een overladen lesprogramma en hun bordje wordt alsmaar verder vol geschept.’

Den Besten vindt echter ook dat het onderwijs naar zichzelf moet kijken om te zien wat er beter kan. ‘Scherper focus aanbrengen, goed zicht hebben op de eigen kwaliteit, en daarover verantwoording willen afleggen’, aldus de voorzitter van de PO-Raad.

Lees meer…

Vernieuwde onderzoekskader toetsen en examens

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven heeft mede namens haar collega Arie Slob het vernieuwde Onderzoekskader College voor Toetsen en Examens naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het vernieuwde kader omvat het jaarlijkse risicogerichte toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor Toetsen en Examens (CvTE), de naleving van de wettelijke taken en een driejaarlijks onderzoek naar de kwaliteitsborging van examens en het examenproces door het CvTE.

De Inspectie van het Onderwijs gaat in het onderzoekskader na of het CvTE conform zijn eigen kwaliteitsprocedures werkt en of het college daarmee de kwaliteit, het niveau en de afname van centrale toetsen en examens borgt.

Meer professionele ruimte dan veel scholen denken

Scholen hebben meer professionele ruimte dan ze vaak denken. Dat blijkt volgens de Inspectie van het Onderwijs en het ministerie van OCW uit de handreiking Ruimte in regels.

De handreiking is bedoeld om scholen te helpen. In de uitgave staat waarover scholen zich op basis van de wet moet kunnen verantwoorden en hoeveel professionele ruimte er is om daar als school zelf vorm aan te geven.

Professionele ruimte benutten

In de publicatie wordt gerefereerd aan een uitspraak van plaatsvervangend inspecteur generaal Arnold Jonk. Hij zei in februari 2015 in het CNV Schooljournaal dat scholen alleen dingen moeten registreren waar ze wat aan hebben en alleen plannen moeten maken die ze ook echt gaan gebruiken.

Download Ruimte in regels

 

In het eerstvolgende nummer van magazine Naar School! van VOS/ABB, dat op 28 november verschijnt, komt een interview met voormalig directeur en huidig schoolbestuurder Gérard Zeegers. Hij heeft het boek Veranderend toezicht geschreven. Zeegers zegt onder meer dat scholen niet alles hoeven vast te leggen, als ze maar in een professioneel gesprek met de inspecteur kunnen aantonen hoe ze het onderwijs vormgeven en hoe ze hun leerlingen volgen. De eerste reacties van scholen op het nieuwe toezicht zijn positief.

Inspectie: vrijheid van onderwijs leidt tot segregatie

De keerzijde van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs is dat het sociale segregatie in de hand werkt. Dat zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang van de Inspectie van het Onderwijs.

‘Ik vind de onderwijsvrijheid uniek en heel goed voor de keuzevrijheid, de autonomie en de kwaliteit van scholen. Er is ook geen enkel land in Europa dat zo’n gevarieerd onderwijsaanbod heeft als Nederland. Maar tegelijkertijd lopen we ook tegen keerzijde van de onderwijsvrijheid op. We zien dat sociale groepen elkaar op school opzoeken. Hoger opgeleide ouders kiezen heel bewust voor de kansen. Zij denken daarbij eerder aan een categoraal gymnasium, dan aan een brede scholengemeenschap’, aldus de baas van de inspectie in Trouw.

Zij verwijst in de krant naar de situatie in Amsterdam, waar ouders ‘bereid zijn kilometers te fietsen naar een bepaalde basisschool omdat ze die in de buurt niet goed genoeg vinden’. Dit is volgens haar een voorbeeld van hoe artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs sociale segregatie veroorzaakt.

Lees meer…

Inspectie kijkt met trots terug op 2016

Inspecteur-generaal Monique Vogelenzang van de Inspectie van het Onderwijs kijkt met trots terug op 2016. Dat meldt ze in haar voorwoord in Jaarbeeld 2016. Effectief toezicht voor beter onderwijs.

‘Aan de ene kant vernieuwden we ons toezicht, draaiden we pilots, evalueerden we, stelden we een nieuw onderzoekskader vast, gingen we proefdraaien en boden we onze mensen een stevig scholingstraject aan. Tegelijkertijd voerden we onze toezichttaak uit, deden we instellingsonderzoek en themaonderzoek en maakten we onder meer de Staat van het Onderwijs. We gaven, kortom, invulling aan effectief toezicht voor beter onderwijs, aan onze missie’, aldus Vogelenzang.

Inspectie over kansenongelijkheid

Het rapport De Staat van het Onderwijs 2014/2015 dat in 2016 werd uitgebracht, had volgens Vogelenzang grote impact. In dit rapport stond de groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs centraal. ‘Onze boodschap over kansenongelijkheid resoneert nog steeds. En dat niet alleen, op allerlei plekken zijn er initiatieven om de kansenongelijkheid te bespreken en te bestrijden. Initiatieven waar wij zo nodig graag onze bijdrage aan leveren.’

In het Jaarbeeld 2016 staat dat de inspectie in het verslagjaar circa 2950 onderzoeken uitvoerde en besturen, scholen en opleidingen bezocht. ‘We rapporteerden ook over een aantal actuele thema’s, altijd met het oogmerk om perspectief op kwaliteitsverbetering te bieden. Daarbij kozen we vaker dan voorheen voor de dialoog met de betrokkenen over de uitkomsten in plaats van dat we alleen een rapport uitbrachten’, aldus de inspecteur-generaal.

Lees meer…

Inspectie geeft uitleg over nieuwe toezicht

De Inspectie van het Onderwijs geeft uitleg over het nieuwe toezicht per 1 augustus 2017.

De vragen die centraal staan in het nieuwe toezicht zijn ‘Wat gaat er goed?’, ‘Wat kan er beter?’ en ‘Wat móet er beter?’. Omdat het schoolbestuur verantwoordelijk is voor de onderwijskwaliteit, begint en eindigt het toezicht van de inspectie steeds bij het bestuur.

Ga naar de uitgebreide uitleg op de website van de Inspectie van het Onderwijs

 

OCW wil burgerschapsonderwijs versterken

Het burgerschapsonderwijs moet worden verstevigd door onder andere de opdracht die scholen op dit gebied hebben in de wet te versterken. Dat schrijven de demissionaire minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de publicatie van het onderwijsverslag De Staat van het Onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs.

De minister en staatssecretaris sturen aan op ‘een prominentere plek van burgerschapsonderwijs in het curriculum’, zo staat in hun brief. Daarin staat ook dat scholen in het primair en voortgezet onderwijs meer ondersteuning zullen krijgen bij het bespreekbaar maken in de klas van ‘moeilijk bespreekbare thema’s’.

Verschillen tussen scholen

In hun brief gaan Bussemaker en Dekker ook in op kwaliteitsverschillen tussen scholen die de inspectie signaleert. ‘Het feit dat het van je school afhangt of je talenten volledig worden benut, zorgt voor kansenverschillen tussen leerlingen op verschillende scholen. Dat is uiterst ongewenst’, aldus de minister en staatssecretaris.

Maar de verschillen tussen scholen bieden volgens hen ook een kans: ‘De scholen (…) die het maximale uit hun leerlingen (…) weten te halen, hebben waardevolle ervaringen en inzichten te delen met de middenmoot.’ Met andere woorden: scholen kunnen zich aan elkaar optrekken.

In hun brief aan de Tweede Kamer verwijzen zij hierbij naar het nieuwe toezicht van de inspectie, dat ‘vooral bedoeld (is) om de scholen met basiskwaliteit te prikkelen om zich voortdurend te verbeteren’.

Nederland in subtop

Bussemaker en Dekker wijzen erop dat Nederlandse scholen internationaal gezien tot de subtop behoren. Dit betekent volgens hen dat het (nog) beter kan, vooral als het gaat om de hoog presterende leerlingen.

Onderdeel daarvan is de verdere professionalisering van leraren. In de brief worden ook verscherpte toelatingseisen genoemd, bijvoorbeeld van de pabo’s.

Download de brief van Bussemaker en Dekker

 

 

 

Inspectie: burgerschapsonderwijs schiet tekort

Het burgerschapsonderwijs vertoont weinig samenhang en is weinig doelgericht. Bovendien ontbreekt inzicht in wat leerlingen ervan leren. Dit en meer stelt de Inspectie van het Onderwijs in het onderwijsverslag De Staat van het Onderwijs, dat woensdag is overhandigd aan de demissionaire minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De inspectie dringt aan op versterking van de condities voor burgerschapsonderwijs, maar ziet in de huidige situatie ook aanknopingspunten voor verbetering. Zo wordt in het onderwijsverslag samenwerking genoemd in de Alliantie voor Burgerschap. ‘Ook laten veel scholen zien dat burgerschapsonderwijs – anders dan soms wordt gedacht – niet altijd ‘ingewikkeld’ of ‘gevoelig’ voor meningsverschillen over waarden en normen hoeft te zijn’, aldus de inspectie.

De kritische bevindingen van de inspectie steken af tegen de positieve beoordeling van burgerschapsonderwijs door schoolleiders, zoals onlangs bleek uit een peiling van DUO Onderwijsonderzoek. Uit die peiling kwam onder andere naar voren dat een ruime meerderheid van zeven op de tien directeuren in zowel het basis- als voortgezet onderwijs (zeer) tevreden is over de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs bij hen op school.

Rekenen en wiskunde

De Staat van het onderwijs gaat natuurlijk over (veel) meer dan alleen burgerschapsonderwijs. Zo signaleert de inspectie dat vooral bij rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen de prestaties dalen. De sterkste daling is te zien bij de resultaten van basisschoolleerlingen in het natuuronderwijs. Toch presteren Nederlandse kinderen vergeleken met leeftijdgenoten in andere landen nog steeds goed als het gaat om rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen.

Een ander punt dat de inspectie benoemt, is dat er in Nederland in vergelijking met andere landen relatief weinig zwakke en ook relatief weinig excellente leerlingen zijn.

Gelijke kansen

Hoewel in 2016 twee keer zoveel schooladviezen naar boven zijn bijgesteld dan in 2015, neemt de kansenongelijkheid niet af. ‘De kans op onderadvisering voor leerlingen met laagopgeleide ouders (…) is weliswaar sterk gedaald, maar vooral leerlingen met hoogopgeleide ouders profiteren van verschuivingen in 2016’, zo staat in het verslag.

Verder blijkt dat hoog presterende leerlingen met academisch geschoolde ouders vaker in homogene vwo-brugklassen zitten en dito leerlingen zonder academisch geschoolde ouders vaker in een gemengde brugklas. ‘Dit kan gevolgen hebben voor het niveau waarop zij de lesstof krijgen aangeboden’, stelt de inspectie.

De segregatie naar etnische achtergrond vermindert in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Sociale segregatie in het onderwijs is volgens de inspectie vooral een verschijnsel dat zich voordoet in steden. Op scholen met veel kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status signaleert de inspectie de meeste leerachterstanden.

Professionalisering

Leraren, scholen en schoolbesturen verschillen aanzienlijk van elkaar in tijd en aandacht voor professionalisering. ‘Op sommige scholen lijkt het leraren aan tijd te ontbreken om zich te professionaliseren, terwijl op andere scholen (…) leraren juist intensieve en gerichte professionaliseringsactiviteiten ondernemen’, schrijft de inspectie.

In het verslag staat ook dat professionaliseringsactiviteiten weinig gericht zijn op effectieve aanpakken en maar zelden een relatie hebben met het strategisch beleid van de school. Bovendien blijken de directie en de leraren vaak heel verschillend tegen de ontwikkeling van de school aan te kijken. ‘De onderwijsvisie (…) is niet altijd duidelijk en wordt niet altijd gedeeld. Leraren en schoolleider praten vaak langs elkaar heen (…).’

Passend onderwijs

Het beeld dat er met de invoering van passend onderwijs grote verschuivingen zijn opgetreden, klopt volgens de inspectie niet. ‘Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte blijven vaker in het regulier onderwijs en vanuit het speciaal onderwijs gaan er leerlingen naar het regulier onderwijs. Het ging de afgelopen twee jaar om kleine verschuivingen, waardoor er per school geen of nauwelijks leerlingen uit het speciaal onderwijs bij komen’, zo staat in het onderwijsverslag.

Volgens de inspectie zijn er succesvolle interventies geweest om het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag te brengen. ‘Samenwerkingsverbanden die doorzettingsmacht hebben georganiseerd, lijken er beter in te slagen leerlingen niet langdurig thuis te laten zitten.’

Informatie: André de Jong, 06-30056066, adejong@vosabb.nl

Inspectie wil input voor nieuw onderwijsresultatenmodel

De Inspectie van het Onderwijs wil input van bestuurders, schoolleiders, leraren, intern begeleiders en ouders voor een nieuw onderwijsresultatenmodel. 

De inspectie zoekt naar een nieuw model dat:

  • de eigen verantwoording van scholen en besturen over hun resultaten versterkt en verbreedt;
  • recht doet aan passend onderwijs op scholen;
  • als fair en rechtvaardig wordt ervaren door alle belanghebbenden.

Het streven is om het nieuwe onderwijsresultatenmodel in 2019 te gaan gebruiken.

Lees meer…

Inspectie weerspreekt beschuldiging van afstraffen

De Inspectie van het Onderwijs doet niet aan afstraffen, maar controleert of de resultaten van scholen voldoen aan wettelijk gestelde eisen. Dat zegt woordvoerder Jan-Willem Swane naar aanleiding van een artikel in Trouw.

In het artikel komt bestuurder Wilfred de Vries van de protestants-christelijke Harmpje Visserschool op Urk aan het woord. Hij vertelt dat deze school mogelijk als zwak wordt bestempeld door de inspectie, omdat de gemiddelde toetsresultaten omlaag gaan.

De school op Urk heeft sinds de invoering van passend onderwijs tientallen leerlingen uit het speciaal onderwijs opgenomen. Zij scoren over het algemeen laag. ‘Vorig jaar kregen we een onvoldoende voor de eindresultaten en dat zal dit jaar weer gebeuren. Dan heb ik straks ineens een zwakke school’, aldus De Vries.

Afstraffen

In het artikel in Trouw komt ook voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) aan het woord. Zij vindt dat ‘scholen worden afgestraft omdat ze groepen leerlingen verwelkomen die nooit zo hoog zullen scoren op een eindtoets als een gemiddeld kind.’

Een reactie van de Inspectie van het Onderwijs ontbreekt in de krant, maar woordvoerder Jan-Willem Swane laat desgevraagd aan VOS/ABB weten dat van afstraffen door de inspectie geen sprake is. Hij benadrukt dat de inspectie controleert of de resultaten van scholen voldoen aan de wettelijke eisen die daaraan zijn gesteld. Ook zegt hij dat de inspectie altijd kijkt naar de context en tevens luistert naar het verhaal van de school.

De Inspectie van het Onderwijs trekt volgens Swane altijd bij alle betrokkenen aan de bel als er signalen zijn die erop wijzen dat de eisen die aan scholen worden gesteld, niet in het belang zijn van de leerlingen. ‘Dat is waar het uiteindelijk om gaat’, aldus Swane.

Inspectie weerspreekt beschuldiging van afstraffen

De Inspectie van het Onderwijs spreekt met kracht tegen dat scholen die leerlingen kansen bieden zouden worden afgestraft. De inspectie reageert op een uitzending van het tv-programma Radar over het vmbo, waarin werd gesteld dat scholen worden afgestraft als ze leerlingen een jaar over laten doen.

‘Scholen hebben veel meer mogelijkheden en ruimte dan ze vaak denken. Zittenblijven kan een bewuste keuze zijn van een school in het belang van sommige leerlingen. Daardoor kan de ene school méér zittenblijvers hebben dan een andere. Dit levert in zichzelf geen negatief oordeel op. Maar als leerlingen op die school bijvoorbeeld ook nog eens lagere cijfers halen voor hun eindexamen, dan is er reden om te kijken of het onderwijs wel van voldoende kwaliteit is’, aldus de inspectie.

Inspectie stelt drie elementaire vragen

‘We kijken naar drie elementaire vragen voordat we een oordeel uitspreken over een school. Leren de leerlingen genoeg? Krijgen ze goed les? En zijn ze veilig? Bij het bepalen van de resultaten houden we rekening met de achtergrond en ondersteuningsbehoefte van leerlingen. Dan kijken we naar het basisschooladvies dat ze hadden, of ze leerwegondersteuning krijgen, of ze wonen in een wijk met veel sociale achterstanden en of ze tussentijds zijn ingestroomd vanuit een andere school. Op deze aspecten versoepelen we dan onze normen.’

‘Als we zien dat de resultaten op een vo-school 2 jaar achter elkaar flink liggen onder wat je mag verwachten van de school, dan gaan we daarover altijd eerst het gesprek  aan met de school’, zo benadrukt de inspectie op de website van Radar.

Nieuwe onderzoekskaders inspectie staan online

Minister Jet Bussemaker heeft mede namens staatssecretaris Sander Dekker van OCW  de nieuwe onderzoekskaders van de Inspectie van het Onderwijs aangeboden aan de Tweede Kamer.

De onderzoekskaders 2017 beschrijven hoe het toezicht is ingericht en omvatten het waarderingskader en de werkwijze van de inspectie. De nieuwe kaders zullen op 1 augustus 2017 in werking treden.

Nieuwe toezicht inspectie

Het komende schooljaar gebruikt de inspectie om verder ervaring op te doen met het voorgenomen nieuwe toezicht. Daarover zal de Tweede Kamer in het voorjaar van 2017 worden geïnformeerd.

U kunt de onderzoekskaders 2017 downloaden:

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Continuïteitsparagraaf in steeds meer jaarverslagen

Steeds meer onderwijsbesturen hebben in hun jaarverslag aandacht voor hun toekomst. Dat meldt de Inspectie van het Onderwijs op basis van eigen onderzoek naar de aanwezigheid van de continuïteitsparagraaf in jaarverslagen.

Het percentage besturen dat in hun jaarverslag cijfers opneemt over bijvoorbeeld de ontwikkeling van de leerlingaantallen, de personeelsformatie en de financiële positie is gestegen van 80 procent over 2013 naar meer dan 95 procent over 2014.

Kwaliteit continuïteitsparagraaf

Uit een inhoudelijke beoordeling van toelichtingen in het jaarverslag, blijkt volgens de inspectie ook dat de continuïteitsparagrafen nog lang niet altijd aan de vereiste kwaliteit voldoen.

Lees meer op de website van de inspectie en download het rapport Naar een versterking van het toekomstperspectief in jaarverslagen.

Inspectie vindt scholen slordig met eindexamens

Nog te vaak zijn onregelmatigheden bij de afname van eindexamens in het voortgezet onderwijs te wijten aan slordigheden van de scholen. Dat meldt de Inspectie van het Onderwijs.

In 2016 zijn door scholen 607 onregelmatigheden gemeld bij de afname van eindexamens. Dat leidde ertoe dat de inspectie 1370 examens en rekentoetsen geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaarde. Dit aantal is fors hoger dan vorig jaar. Toen ging het om 850 gevallen van ongeldig verklaard examenwerk.

Verkeerde eindexamens uitgedeeld

De inspectie meldt dat onregelmatigheden soms buiten de invloedssfeer van een school ontstaan. Dan gaat het bijvoorbeeld om een stroomstoring of het onwel worden van een leerling. ‘Maar nog te vaak zijn onregelmatigheden te wijten aan slordigheden van de school zelf’, aldus de inspectie.

Als voorbeelden noemt de inspectie verkeerde hulpmiddelen, slechte ICT-voorzieningen, onjuiste exameninstructie, uitdelen van het verkeerde examen en onrust in de examenzaal.

Lees meer…

Inspectie gaat toezien op handhaving veiligheid

De Inspectie van het Onderwijs zal met ingang van het nieuwe schooljaar handhavend optreden op basis van de Wet veiligheid op school. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

‘Scholen hebben dit schooljaar de tijd gekregen om de centrale elementen uit de wet te implementeren. De inspectie zal met ingang van komend schooljaar starten met handhaving’, schrijft Dekker naar aanleiding van een bericht dat één op de negen leerlingen in het voortgezet onderwijs wordt gepest.

Handhaving betekent dat de inspectie scholen zal aanspreken op de inspanning die ze plegen om al hun leerlingen een sociaal veilige leeromgeving te bieden en de mate waarin die inspanning als toereikend kan worden gezien.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Brief vernieuwing toezicht naar Tweede Kamer

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW geven in een brief aan de Tweede Kamer aan wat het nieuwe toezicht van de inspectie voor het primair en voortgezet onderwijs gaat betekenen.

‘Het nieuwe toezichtbeleid heeft belangrijke implicaties voor besturen en scholen. Zo worden besturen (…) het eerste aanspreekpunt voor de inspectie’, aldus Bussemaker en Dekker in hun brief. Er zal in het funderend onderwijs bovendien selectiever worden gekeken naar de onderliggende scholen.

Ze geven ook aan dat er een duidelijk onderscheid komt tussen de waarborgfunctie van het toezicht en de rol van de toezichthouder in het stimuleren van de kwaliteit. Dit betekent volgens de minister en de staatssecretaris onder meer dat de inspectie over aspecten van onderwijskwaliteit en kwaliteitsbeleid de dialoog met de schoolbesturen zullen aangaan.

Nieuwe toezicht bevordert kansengelijkheid

Het nieuwe toezicht zal volgens hen de kansengelijkheid in het onderwijs moeten bevorderen. ‘We hechten eraan dat alle kinderen – ongeacht het opleidingsniveau van hun ouders – toegang hebben tot goede en excellente scholen en zodoende gelijke kansen krijgen’, aldus Dekker en Bussemaker.

Het voornemen is om het vernieuwde toezicht in te voeren per 1 augustus 2017.

Lees de brief van Dekker en Bussemaker

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Inspectie ziet kansenongelijkheid toenemen

De kansenongelijkheid in het onderwijs loopt op, meldt de Inspectie van het Onderwijs in het rapport De Staat van het Onderwijs.

‘De laatste jaren nemen de verschillen toe tussen leerlingen met lager en hoger opgeleide ouders. Hierdoor krijgen kinderen van laagopgeleide ouders niet het onderwijs dat ze aan zouden kunnen en blijft talent onderbenut’, aldus de inspectie.

‘Vergelijken we kinderen met dezelfde intelligentie, dan zien we dat kinderen met laagopgeleide ouders vaker doorstromen naar een lager onderwijsniveau. Ze krijgen lagere basisschooladviezen en deze worden minder vaak bijgesteld op basis van de eindtoets.’

Kansenongelijkheid door combinatie van factoren

De inspectie ziet ook dat deze leerlingen in de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs afstromen naar een lager niveau en dat ze minder vaak naar het hoger onderwijs gaan dan in eerdere jaren.

Aan de trend die de inspectie signaleert, ligt een combinatie van oorzaken ten grondslag. Een oorzaak is dat dat hoogopgeleide ouders meer betrokken zijn geraakt bij de schoolloopbaan van hun kinderen. ‘Zij kiezen bewuster en voor betere scholen. Hun kinderen gaan vaker naar huiswerkklassen en toetstrainingen en hun kinderen krijgen vaker medische indicaties wanneer deze op onderdelen achterblijven.’

Meer homogene brugklassen, minder dubbele adviezen

Een andere oorzaak voor de groeiende tweedeling is volgens de inspectie dat kinderen op steeds jongere leeftijd op niveau worden geplaatst. Dat komt, zo schrijft de inspectie, door de groei van het aantal homogene brugklassen, de afname van dubbele adviezen en de toename van het aantal categorale scholen voor voortgezet onderwijs.

De inspectie wijst erop dat ook leraren en schoolleiders een rol spelen. ‘Zij hebben, vaak onbewust, hogere verwachtingen van leerlingen van hoger opgeleide ouders. Onderwijsbeleid en -toezicht hebben ook hun effect, schrijft de inspectie. Daarom zouden ‘onderwijs, overheid en andere sectoren’ de handen ineen moeten slaan ‘om de toenemende tweedeling te keren’.

De Inspectie van het Onderwijs heeft ook De Staat van het Onderwijs in hoofdlijnen en de rapporten De Staat van de Leerling, De Staat van de Leraar en De Staat van de Schoolleider gepubliceerd.

Internetconsultatie over onderzoekskader inspectie

Tot en met 29 februari kunt u deelnemen aan de interconsultatie over het nieuwe onderzoekskader van de Inspectie van het Onderwijs.

De inspectie wil vanaf augustus 2017 gaan werken met een nieuw onderzoekskader. Die term is nieuw: het begrip toezichtkader wordt met de aanstaande wijziging van de Wet op het Onderwijstoezicht gewijzigd in onderzoekskader.

De internetconsultatie is bedoeld om input te krijgen vanuit het onderwijsveld.

Lees meer…