Uitspraken Kamerleden ‘naïef’ en ‘een schoffering’

‘Naïef’, ‘een schoffering’ en ‘te kort door de bocht’. Zo reageren diverse onderwijsorganisaties op de uitspraken van Kamerleden dat schoolbesturen geld zouden verspillen. 

Kamerleden van Groen Links, SP, D66 en CDA deden hun uitspraken in aanloop naar een debat vanmiddag met de minister van Onderwijs over het lerarentekort en de werkdruk in het onderwijs. In het debat herhaalden ze hun mening. Intussen reageerden onder anderen de sectororganisatie PO-Raad en de Algemene Onderwijsbond (AOb) op hun websites op de opmerkingen.

‘Doe parlementair onderzoek naar bekostiging’

‘De Tweede Kamer schoffeert het onderwijs met onzin over geld’, aldus de PO-Raad.  ‘Kamerleden schetsen een volstrekt onjuist beeld van het primair onderwijs. Er is maar één probleem en dat is dat de basisbekostiging niet op orde is’. De sectororganisatie vraagt opnieuw om een parlementair onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging.

De AOb vindt het naïef om te denken dat de geldzorgen van het primair onderwijs kunnen worden opgelost binnen de beschikbare middelen. ‘De stofkam gaat ‘m echt niet worden, dat is gerommel in de marge’, aldus de AOb, die er dreigend aan toevoegt dat er op 14 maart gewoon weer wordt gestaakt.

‘Onafhankelijk toezicht komt in gevaar’

De Vereniging van Toezichthouders in Onderwijs en Kinderopvang (VTOI-NVTK) reageerde op de opmerking van SP-Kamerlid Peter Kwint dat het werk van een toezichthouder ook gedaan kan worden door een medezeggenschapsraad. ‘Dit voorstel stuit niet alleen op wettelijke, maar ook morele bezwaren’, aldus de VTOI-NVTK, die erop wijst dat het onafhankelijk toezicht op organisaties hierdoor in groot gevaar zou komen. ‘Dit voorstel doen geen recht aan de feiten en is veel te kort door de bocht.’

Kamerleden denken dat onderwijs geld verspilt

Tweede Kamerleden van Groen Links en SP denken dat er miljoenen euro’s worden ‘verspild’ in het onderwijs. Zij willen dat het kabinet dit geld terughaalt en gebruikt voor werkdrukvermindering.

De ‘weglekkende onderwijsmiljoenen’ zouden volgens GroenLinks en SP besteed worden aan externe uitzendbureaus, vergoedingen voor toezichthouders  en allerlei overlegstructuren. Volgens hen kan bijvoorbeeld het werk van een toezichthouder ook gedaan worden door de medezeggenschapsraad, en kunnen er wel wat ‘clubjes en belangenorganisaties’ weg.

De fracties willen nu dat het kabinet uitzoekt hoeveel geld naar dit soort zaken gaat. Dat geld kan vervolgens worden besteed aan minisubsidies om ‘echt de werkdruk aan te pakken.’

Het zijn de Kamerleden Lisa Westerveld (GroenLinks) en Peter Kwint (SP), die dit vandaag aankaarten in een Kamerdebat over leraren. Ze baseren zich op een enquête over werkdruk en geldverspilling in het onderwijs, waar 350 leraren op gereageerd hebben. De twee Kamerleden krijgen steun van D66 en CDA, die zich tegenover de NOS in soortgelijke bewoordingen uitlieten. D66-Kamerlid Paul van Meenen zegt ‘dat er op allerlei plekken nog geld ligt en de bezem moet erdoor heen’. De NOS citeert verder Michel Rog van het CDA, dat zegt dat er op basisscholen veel geld op gaat aan cursussen, fondsen en andere extra’s.

Meer informatie

Minister negeert voorstel SER over kraamverlof

Minister Koolmees van Sociale Zaken gaat niet in op het voorstel van de Sociaal Economische Raad (SER) om partners zes weken betaald kraamverlof op kosten van de overheid toe te kennen. 

Dat blijkt uit de publicatie van de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG), waarvoor nu een internetconsultatie is geopend. Reacties op het wetsvoorstel kunnen tot 19 maart worden ingediend.

Vijf dagen kraamverlof met loondoorbetaling

Met de WIEG geeft minister Koolmees uitvoering aan het regeerakkoord, waarin is afgesproken dat het verlof voor partners bij de geboorte van een kind wordt uitgebreid van 2 dagen naar 5 dagen met loondoorbetaling. Daarnaast kan de kersverse vader kiezen voor vijf weken aanvullend verlof zonder loon, maar met recht op een uitkering van het UWV van 70 procent van het loon (met een maximum). Met deze wijziging wil de overheid de binding tussen kind en partner vergroten. Ook wordt verwacht dat de beide ouders hierdoor ook de zorgtaken in het huishouden evenwichtiger gaan verdelen en vrouwen meer kunnen werken.

Naar de internetconsultatie

 

 

 

 

Acties na mislukken cao-overleg voortgezet onderwijs

Er komen acties in het voortgezet onderwijs nu het cao-overleg tussen de vakbonden en de VO-raad vandaag is mislukt. De vakbonden hebben de onderhandelingen afgebroken omdat er geen zicht was op overeenstemming over loonsverhoging en werkdrukvermindering.

De VO-raad en de vakbonden Aob en CNV Onderwijs maken op hun websites melding van het vastgelopen cao-overleg. De bonden hadden ingezet op een loonsverhoging van 3,5 procent, maar de VO-raad wil niet verder gaan dan een structurele loonsverhoging van 2,35 procent voor 2018. Ook over de werkdrukvermindering verschillen werkgevers en werknemers van mening. De VO-raad wil gezamenlijk met de bonden een lobby voeren riching Den Haag om meer middelen te krijgen voor werkdrukvermindering, net als het primair onderwijs. De bonden vinden dat de financiering van werkdrukvermindering door minder lessen gevonden moet worden binnen de huidige exploitatie van de scholen. ‘Voor de VO-raad is dat geen begaanbaar pad’, meldt de VO-raad.

Oude cao blijft gelden

Dat er geen nieuwe cao komt, betekent dat de huidige CAO VO 2016-2017 blijft gelden tot 1 oktober 2018.  De AOb en CNV Onderwijs beraden zich nu op acties. Volgens CNV is eerder uit een ledenpeiling gebleken dat de leden bereid zijn om actie te voeren.

Rotterdam verhuist scholen om segregatie aan te pakken

De gemeente Rotterdam gaat de segregatie in Rotterdam-Zuid aanpakken met een omvangrijke verhuizing van scholen voor voortgezet onderwijs. In een convenant met drie schoolbesturen is afgesproken om het onderwijsaanbod beter over te wijk te verspreiden.

De plannen betekenen onder meer dat het voortgezet onderwijs in Rotterdam-Zuid vanaf augustus 2023 wordt gecentreerd op drie locaties: Stadionpark, Hart van Zuid en de Kop van Zuid/Katendrecht. Dit zijn plekken waar de komende jaren duizenden nieuwe woningen worden gebouwd. Meerdere scholen verhuizen naar nieuwbouw, andere scholen worden samengevoegd. Gezamenlijk zullen ze ‘een rijk palet aan profielen en onderwijsconcepten’ bieden, zodat er straks meer te kiezen is op Zuid.

Drie schoolbesturen tekenen convenant

De drie schoolbesturen die hiervoor een convenant getekend hebben, zijn BOOR (openbaar), LMC (interconfessioneel en algemeen bijzonder) en CVO (christelijk). De partijen menen dat een betere spreiding van het onderwijsaanbod kan helpen om meer leerlingen binnen de wijk te houden. Er gaan nu nog veel kinderen die ‘op Zuid’ wonen naar school in Noord of in randgemeenten, omdat daar meer keuze is aan onderwijsconcepten en profielen. ‘Daarbij lijkt te gelden: hoe hoger het onderwijsniveau van ouder en kind, des te groter de bereidheid om te reizen naar school’, schrijft wethouder Sven de Langen in een brief aan de raadscommissie Onderwijs. De scholen op Zuid, die deels te klein zijn om een volwaardig onderwijsaanbod te bieden, trekken daardoor vooral kansarme kinderen. De twee leerlingstromen ontmoeten elkaar steeds minder.

Scholen stoppen met concurreren

Een meer gevarieerd onderwijsaanbod op Zuid zal de woonwijk aantrekkelijker maken als woongebied en leiden tot minder segregatie en kansenongelijkheid, denkt de wethouder. De drie schoolbesturen hebben daarnaast een maximum aantal leerlingen per school afgesproken, om een eind te maken aan de concurrentie tussen scholen. Ook met hun onderwijsprofielen willen ze niet meer concurreren, maar elkaar juist aanvullen. Verder gaan de schoolbesturen intensiever samenwerken om de doorstroming van vmbo naar mavo of van mavo naar havo makkelijker te maken. Wethouder Sven de Langen denkt dat hij zo het tij kan keren.

Meer informatie

Schoolverzuim daalt, maar aantal thuiszitters niet

Het aantal spijbelaars is vorig jaar licht gedaald, maar het aantal kinderen dat langer dan drie maanden zonder onderwijs thuiszit, blijft stabiel: rond de 4000. Minister Slob kondigt maatregelen aan om het aantal thuiszitters omlaag te krijgen.

Dit schrijft minister Slob vandaag aan de Tweede Kamer. Een kind dat zonder onderwijs thuiszit, is wel een uitzondering. Het gaat om 0,14 procent van het totaal aantal leerlingen in het funderend onderwijs. Maar Slob wil dat er in 2020 geen enkel kind meer langer dan drie maanden verstoken blijft van onderwijs.

Actieweek Thuiszitters in juni

Om dat doel te bereiken is eerder al de Landelijke Thuiszitterstafel opgericht, die zich richt op betere samenwerking in de regio om het aantal thuiszitters terug te dringen. Medio 2016 werd Marc Dullaert aangesteld als aanjager van een pact met verschillende ministeries, de sectororganisaties in het onderwijs en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Dullaert blijft langer aan, meldt Slob. Op een landelijke ‘thuiszitters-top’ in juni worden de resultaten van het pact gedeeld met alle betrokken partijen. Van 2 tot 8 juni 2018 wordt een Landelijke Actieweek Thuiszitters  georganiseerd.

Rol voor samenwerkingsverbanden

Slob ziet verder een rol voor de samenwerkingsverbanden bij het terugdringen van het aantal vrijstellingen van de leerplicht. Dit betreft onder meer kinderen die worden vrijgesteld van onderwijs om lichamelijke of psychische redenen. Hun aantal blijft stijgen, maar Slob vindt het ‘niet aannemelijk’ dat er steeds meer kinderen zijn voor wie het onmogelijk is onderwijs te volgen, terwijl scholen juist meer maatwerk leveren. Hij wil daarom de expertise van samenwerkingsverbanden inzetten bij de totstandkoming van deze vrijstellingen. ‘Het is belangrijk dat de mogelijkheden voor maatwerk optimaal worden benut voor leerlingen die dat nodig hebben’, aldus Slob in zijn brief.

Meer eisen aan thuisonderwijs

Ook het aantal vrijstellingen van onderwijs wegens bedenkingen tegen de richting van de scholen is gestegen, meldt Slob. Deze kinderen krijgen thuisonderwijs, omdat hun ouders vinden dat hun religie niet past bij de richting van de scholen in de omgeving. In het regeerakkoord is afgesproken dat dit thuisonderwijs aan meer eisen moet gaan voldoen op het gebied van kwaliteit, bekwaamheid, burgerschap en veiligheid. Daar komt Slob later dit jaar op terug, geeft hij aan.

Lees de brief van minister Slob met in de bijlage de verzuimcijfers van de vier grote gemeente en 32 middelgrote gemeenten, en een interview door OCW met Marc Dullaert over het Thuiszitterspact.

Werkhouding jongens leidt tot afstroom

Jongens stromen na het derde leerjaar in het voortgezet onderwijs vaker af naar een lager niveau dan meisjes. Het verschil is 1,5 procent. De oorzaak zou liggen in de werkhouding van jongens.

Dit meldt dagblad AD vandaag op basis van cijfers van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). Volgens het dagblad waren het tot en met schooljaar 2013-2014 juist de meisjes die vaker afstroomden. Maar de afgelopen jaren is dat omgekeerd. Dit schooljaar is 8 procent van de meisjes uit het vwo afgestroomd naar de havo, tegenover 9,6 procent van de jongens.

Totale afstroom vermindert

In totaal gingen ongeveer 4000 leerlingen na het derde jaar verder op een lager niveau. Dat getal daalt wel, meldt dagblad AD. Als reden geeft de krant aan dat jongens niet minder slim zijn, maar wel wat later rijpen en daardoor minder goed zelfstandig kunnen werken en plannen. Hun werkhouding en gedrag zouden de oorzaak zijn van de afstroom.

Specifieke aanpak ‘jongensprobleem’ werkt

VOS/ABB heeft in haar magazine Naar School! diverse malen aandacht besteed aan dit zogenoemde ‘jongensprobleem’ in het voortgezet onderwijs. In  nummer 9 van juni 2017 staat een artikel over ORS Lek en Linge in Culemborg, waar een specifieke aanpak is ontwikkeld om jongens te motiveren voor school. Dat werkt. Lees het artikel ‘Aanpak jongensprobleem: kwestie van pedagogiek.’

 

OCW wil bbl-route versterken

OCW-minister Van Engelshoven neemt maatregelen om de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) van het mbo te versterken. Een daarvan is voorlichting om ouders van vmbo-eindexamenkandidaten te wijzen op de kansen die de bbl biedt.

Dit meldt de minister deze week in een brief aan de Tweede Kamer over de daling van het aantal bbl-plekken in onder meer de techniek. In die brief staan ook de conclusies van  een onderzoek gedaan door het Expertisecentrum Beroepsonderwijs naar de redenen van die daling. Het blijkt dat de belangrijkste reden is dat de meeste vmbo-leerlingen met een diploma theoretische leerweg (tl) kiezen voor de beroepsopleidende leerweg (bol) en niet voor de bbl-route. Bovendien groeit het aandeel leerlingen dat vmbo-tl volgt.

Minder bbl-plekken door crisis

Een tweede reden is de economische crisis van de afgelopen jaren, waardoor bedrijven minder leer-werkplekken beschikbaar hadden. Alleen de metaalsector is erin geslaagd om boven de markt op te leiden via bedrijfstakscholen, waar leerlingen een bbl-opleiding konden volgen in plaats van bij een individuele werkgever. Ook nu de crisis voorbij is, neemt het bedrijfsleven nog weinig nieuwe bbl-leerlingen aan. Bedrijven zijn nog voorzichtig. De minister verwacht echter dat het aantal bbl-leerlingen de komende tijd gaat groeien ‘nu de economische groei meer duurzaam blijkt.’

De afgelopen jaren heeft OCW al ingezet op het vergroten van het aantal bbl-plekken op niveau 2 van het mbo, waar ook de grootste daling zat. Ook is er een voorlichtingsbrief gestuurd aan ouders van vmbo-eindexamenkandidaten, om hen te wijzen op de kansen die een bbl-opleiding biedt. De minister kondigt verder aan dat ze dit voorjaar komt met een beleidsreactie over de toekomst van het beroepsonderwijs, naar aanleiding van een eerder SER-advies van september 2017. Daarin zal ze ook aandacht besteden aan ‘de (maatschappelijke) kosten en baten van de bbl, met specifieke aandacht voor de kosten en baten aan de zijde van de werkgever.’

SER: ‘Zes weken betaald kraamverlof voor partner’

De Sociaal-Economische Raad (SER) pleit ervoor dat de overheid voortaan het kraamverlof voor partners betaalt, in plaats van de werkgevers. Bovendien zou dit vaderschapsverlof uitgebreid moeten worden tot zes weken. Daarnaast vindt de SER dat de huidige verlofregelingen voor ouderschapsverlof eenvoudiger moeten worden, zodat meer mensen er gebruik van gaan maken.

Dit staat in het advies ‘Optimalisering verlof na geboorte kind’, dat de SER vandaag heeft gepubliceerd. Belangrijkste doel van de voorstellen is het bevorderen van de arbeidsparticipatie van vrouwen. Want – zo redeneert de SER – als meer vaders het verlof beter benutten, stimuleert dit een evenwichtige verdeling van de zorgtaken tussen ouders, waardoor vrouwen meer kunnen werken. Tegelijkertijd is het goed voor de ontwikkeling van het jonge kind als de ouders in het eerste jaar na de geboorte meer verlof hebben.

100 procent doorbetaald kraamverlof

Op dit moment is het nog zo dat partners bij de bevalling van hun vrouw slechts twee dagen betaald verlof krijgen, en deze dagen worden betaald door de werkgever. Daarna kunnen vaders nog drie dagen onbetaald ouderschapsverlof opnemen. In 2019 wordt het verlof met loondoorbetaling uitgebreid naar vijf dagen. Ook wordt dan een aanvullend kraamverlof van vijf weken met uitkering van het UWV geïntroduceerd. De SER wil nu zes weken lang 100 procent doorbetaling op kosten van de overheid. Om hiervoor in aanmerking te komen moeten de partners dit kraamverlof binnen 26 weken na de geboorte van het kind opnemen. Als vervolgstap wil de SER het betaalde ouderschapsverlof van zes weken op termijn ook laten gelden voor de moeders, naast het bestaande betaalde zwangerschaps- en bevallingsverlof.

Integrale regeling ouderschapsverlof

Verder adviseert de SER om de bestaande regelingen voor ouderschapsverlof, kraamverlof en aanvullend kraamverlof en partnerverlof te integreren in een nieuwe regeling ouderschapsverlof. De regelingen zijn nu te ingewikkeld waardoor er te weinig gebruik van wordt gemaakt. Ook vindt de SER dat in de toekomst moet worden bekeken of aangesloten kan worden bij Europese regelingen. De Europese Commissie adviseert 16 weken betaald ouderschapsverlof.

De SER heeft dit advies vandaag gestuurd aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Wouter Koolmees.

Wetsvoorstel meldingsplicht incidenten blijft in de kast

Onderwijsminister Arie Slob is niet van plan om een ingetrokken wetsvoorstel uit de kast te trekken waarin staat dat scholen veiligheidsincidenten moeten melden. Dat laat hij aan de Tweede Kamer weten.

GroenLinks wil dat het wetsvoorstel weer in procedure wordt gebracht. In het voorstel uit 2011, dat in de vorige kabinetsperiode is ingetrokken, stond dat scholen verplicht zouden worden om veiligheidsincidenten te melden. Zo zouden er centrale gegevens beschikbaar komen over het aantal incidenten op scholen en de aard ervan. Het ging in het voorstel specifiek over zware incidenten, zoals seksueel misbruik en wapenbezit.

Slob ziet er niets in om het wetsvoorstel uit de kast te trekken, omdat verplichte incidentenregistratie volgens hem niet bijdraagt aan ‘een uniforme en structurele pestaanpak, die bovenal is gericht op preventie van alle vormen van pesten’. Bovendien hield het wetsvoorstel geen rekening met de bureaucratie die door de meldingsplicht op de scholen zou afkomen en moet er bij ernstige incidenten sowieso al aangifte worden gedaan.

Lees meer…

Startende én ervaren leraren goed begeleiden

De uitval van leraren kan beter worden tegengegaan met goede begeleiding van zowel startende als zittende leraren, schrijft onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van Slob weten hoe hij denkt over de uitval van leraren. De minister antwoordt dat het ministerie van OCW met de sociale partners, de lerarenopleidingen, schoolbesturen en gemeenten op verschillende manieren werkt aan het terugdringen van het lerarentekort.

Minder uitval van leraren

Onderdeel hiervan is volgens Slob het behouden van leraren. Hij ziet daarbij een positieve ontwikkeling. ‘Uit (…) gegevens blijkt enerzijds dat veel startende leraren binnen één tot vijf jaar uitvallen, maar ook dat de uitval met name in het primair onderwijs afgelopen jaren licht is gedaald’, aldus Slob.

Hij voegt daaraan toe dat er op dit vlak de komende periode nog winst mogelijk is, ‘bijvoorbeeld door niet alleen samen te werken rondom de begeleiding van startende leraren maar ook bij de begeleiding van zittende leraren’.

Lees meer…

Adviezen voor betere levering digitaal leermateriaal

De levering van digitaal leermateriaal in het voortgezet onderwijs moet bij de start van het schooljaar 2018-2019 zonder grote problemen verlopen, meldt  platform Edu-K van onder andere de educatieve uitgeverijen en de VO-raad.

Edu-K meldt dat alle betrokken partijen adviezen van bureau KPMG overnemen voor een betere samenwerking. De adviezen volgen op de problemen aan het begin van dit schooljaar met de levering van digitaal leermateriaal. Het duurde soms weken voordat leerlingen erbij konden.

Een van de maatregelen die zijn genomen, is het aanstellen van een ketenregisseur, vertelt voorzitter Pieter Hendrikse van Edu-K. ‘Deze ketenregisseur houdt zicht op alle wijzigingen die worden doorgevoerd en zorgt voor een goede afstemming tussen betrokken partijen over die wijzigingen.’

Edu-K meldt dat er daarnaast uitgebreider wordt getest, helder en tijdig wordt gecommuniceerd en dat er goede ondersteuning wordt geregeld voor scholen.

Lees meer…

Slob vordert 32 miljoen euro gewichtengeld terug

Het ministerie van OCW vordert 32 miljoen euro aan gewichtengeld terug. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob meldt aan de Kamer dat de terugvordering volgt op controles die in 2014 en 2015 bij zijn uitgevoerd naar aanleiding van ‘fouten die zijn geconstateerd in de administratie van scholen met betrekking tot de huidige gewichtenregeling’.

‘In totaal wordt circa 32 miljoen euro teruggevorderd, omdat de aanpassing van de
leerlinggewichten doorwerkt in de bekostiging van de schooljaren 2015-2016,
2016-2017 en 2017-2018’, aldus de minister.

Gewichtenregeling veel te complex

In 2012 constateerde de Inspectie van het Onderwijs dat veel basisscholen fouten maken bij het toekennen van de leerlinggewichten. VOS/ABB benadrukte toen dat dit niet aan de scholen lag, maar aan de complexiteit van de gewichtenregeling.

In 2013 maakte voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW bekend dat de scholen verlost zouden worden van de gewichtenregeling. Hij kondigde toen een verdeelmodel aan op basis van databestanden buiten de school.

Dat wordt een systeem op basis van CBS-indicatoren. Dit nieuwe systeem zal echter leiden tot een herverdeling van onderwijsachterstandsgeld. Er zijn scholen die volgens het nieuwe systeem meer geld krijgen, maar ook scholen die het met (veel) minder moeten doen.

Leerlingen de dupe

Het is pijnlijk dat de scholen nu de rekening gepresenteerd krijgen van fouten die het gevolg zijn van een onmogelijke regeling die door de rijksoverheid is ingevoerd. Het toegekende gewichtengeld is al besteed aan goed onderwijs. Het zijn de leerlingen van de betreffende scholen die de dupe worden van de terugvordering.

In de brief kondigt de minister een terugbetalingsregeling aan die ervoor moet zorgen dat ‘de continuïteit van het onderwijs niet in het geding komt’. Er lopen verschillende beroepsprocedures van schoolbesturen tegen terugvorderingen.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Noordelijke stakers geven estafettestokje door

Op een stakingsbijeenkomst in Groningen is het estafettestokje voor de volgende regionale staking in primair onderwijs overgedragen aan Utrecht, Noord-Holland en Flevoland.

Op de eerste regionale staking in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe kwamen circa 6000 stakers naar een protestbijeenkomst in de Suikerfabriek in Groningen. Daar werd het estafettestokje overgedragen: de volgende regiostaking in de provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland is gepland voor 14 maart.

De PO-Raad en de onderwijsvakbonden, verenigd in PO-Front, eisen van het kabinet 1,4 miljard euro extra voor werkdrukvermindering en hogere salarissen in het primair onderwijs. Het kabinet stelt de helft daarvan beschikbaar. Onderwijsminister Arie Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat het daarbij blijft.

Werkdrukakkoord

Slob heeft onlangs met de partners in PO-Front een akkoord over vermindering van de werkdruk afgesloten. In het Werkdrukakkoord is afgesproken dat extra geld voor vermindering van werkdruk eerder beschikbaar wordt gesteld. Ondanks het akkoord gaan de stakingen in het primair onderwijs door.

Bijna overal meer banen, maar niet in onderwijs

Het aantal banen in het onderwijs is in het vierde kwartaal met 2.000 gedaald ten opzichte van het kwartaal ervoor, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Daarmee is het onderwijs een uitzondering, want in de meeste sectoren nam het aantal banen juist (sterk) toe. Volgens het CBS was er sinds het vierde kwartaal zelfs sprake van een ‘gespannen arbeidsmarkt’.  Dat is voor het eerst sinds de hoogconjunctuur in de jaren 2007 en 2008. In een gespannen arbeidsmarkt is de vraag naar arbeid bovengemiddeld en het beschikbare aanbod van arbeid relatief laag.

De sterkte stijging van het aantal banen deed zich voor bij de uitzendbureaus (24.000 banen erbij), in de sector ‘handel, vervoer en horeca’ (+14.000) en de zorg (+11.000). Het onderwijs is met een daling van 2000 banen samen met de landbouw en visserij en de industrie hekkensluiter.

Lees meer…

Griepepidemie lijkt over hoogtepunt heen

De griepepidemie in Nederland houdt nog steeds stevig aan, maar de piek lijkt nu wel bereikt. Dat meldt het NIVEL, het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg.

In de week van 5 tot en met 11 februari gingen 151 op de 100.000 mensen met griepachtige verschijnselen naar de huisarts. Dat was nog steeds ruim boven de grens van 51 op de 100.000 die markeert wanneer er sprake is van een epidemie, maar minder dan de week ervoor (162) en de week daarvoor (166).

De griepepidemie leidt onder ander in het onderwijs tot problemen. Veel leraren zijn ziek, waardoor er klassen naar huis moeten worden gestuurd.

Lees meer…

‘Zet mensen uit bankensector voor de klas’

Mensen die in de bankensector hebben gewerkt en door automatisering hun baan hebben verloren, kunnen zo aan de slag in het onderwijs. ‘Dan moeten we wat pragmatischer met de certificering omgaan’, zegt topman Jacques van den Broek van uitzendorganisatie Randstad in De Financiële Telegraaf (DFT).

Dat mensen die in de bankensector hebben gewerkt geen ervaring hebben met lesgeven, hoeft volgens hem geen probleem te zijn. ‘Wij komen elke dag met kandidaten op de proppen waarvan een opdrachtgever zegt: ‘Lukt dat wel?’ En dan blijkt het te lukken.’

Hij pleit er in de krant ook voor om fulltimebanen in het onderwijs aantrekkelijker te maken. ‘Het is misschien geen populaire mening, maar maak het nou financieel aantrekkelijker om fulltime te werken. Het onderwijs zit vol met deeltijdwerkers!’

Over vaste contracten merkt de uitzendbaas op dat die niet meer van deze tijd zijn. ‘Wie vindt dat het contract voor onbepaalde tijd in ere moet worden hersteld, miskent de ontwikkelingen’, aldus Van den Broek.

Lees meer…

‘Baanzekerheid in basisonderwijs trekt pabo-studenten’

‘Het lerarentekort heeft een aanzuigende werking op pabo’s. Vooral deeltijdopleidingen, waarmee studenten versneld kunnen afstuderen, zijn in trek.’ Dat meldt de Volkskrant op basis van cijfers van de Vereniging Hogescholen en een rondgang langs de pabo’s.

De krant meldt dat het aantal deeltijd-pabo’ers ten opzichte van vorig jaar met 50 procent is gestegen. Het totale aantal inschrijvingen op de pabo’s nam met 15 procent toe, zo blijkt volgens de krant uit cijfers van de Vereniging Hogescholen.

‘De aanhoudende onvrede in het basisonderwijs lijkt nieuwe studenten er niet van te weerhouden voor het vak te kiezen. Integendeel’, aldus de Volkskrant. Volgens Janneke Waelen, teamleider van de deeltijdopleiding aan de Marnix Academie in Utrecht, kiezen meer jongeren voor de pabo vanwege de baanzekerheid in het basisonderwijs.

De Vereniging Hogescholen relativeert de positieve cijfers. Sommige studenten schrijven zich in voor meerdere studies of kunnen om een andere reden niet aan de opleiding beginnen. Vorig jaar steeg het aantal aanmeldingen rond deze tijd van het jaar ook met 15 procent, maar groeiden de pabo’s uiteindelijk met 2,2 procent.

Lees meer…

Stijgers en dalers

Eerder deze maand kwam de Vereniging Hogescholen met cijfers waaruit bleek dat de instroom van nieuwe pabo’ers vorig jaar nogal wisselde. Zo steeg het aantal inschrijvingen aan de Hogeschool iPabo Amsterdam Alkmaar met 33 procent (60 studenten meer) en daalde het aantal studenten aan de Marnix Academie in Utrecht met ruim 20 procent (75 minder).

Lees meer…

Extra geld werkdruk: school beslist, bestuur verantwoordt

Schoolbestuurders moeten ervoor zorgen dat het geld voor vermindering van werkdruk ingezet wordt in samenhang met al hun andere prioriteiten en opdrachten. Dat meldt vicevoorzitter Anko van Hoepen van de PO-Raad in zijn weblog.

Het weblog van Van Hoepen gaat over het Werkdrukakkoord, dat het ministerie van OCW met de PO-Raad en de onderwijsvakbonden heeft gesloten. In dat akkoord is geregeld dat scholen in het primair onderwijs met ingang van het komend schooljaar 2018-2019 een extra bedrag van 237 miljoen euro krijgen om werkdruk aan te pakken. In het schooljaar 2021-2022 loopt dit bedrag op tot 430 miljoen euro.

De essentie van het Werkdrukakkoord is dat eerder toegezegd geld eerder beschikbaar wordt gesteld dan het kabinet eerder voor ogen had.

School beslist

Van Hoepen merkt in zijn weblog op dat de PO-Raad zich er hard voor heeft gemaakt dat niet in Den Haag wordt besloten of er een conciërge of onderwijsassistent beschikbaar komt, maar dat de scholen daarover beslissen. ‘Schoolleiders en leraren kunnen zelf het beste bepalen waar het geld voor werkdruk naartoe moet’, aldus de vicevoorzitter van de sectororganisatie.

Bestuur verantwoordt

Wat de verantwoording betreft, blijven volgens hem de schoolbestuurders een belangrijke rol houden. ‘Bestuurders zijn verantwoordelijk voor het totaalplan en moeten ervoor zorgen dat het geld voor werkdruk ingezet wordt in samenhang met al hun andere prioriteiten en opdrachten.’

Hij vervolgt: ‘De verantwoording over het werkdrukgeld wordt afgelegd op meerdere niveaus: per school, maar ook door het schoolbestuur door middel van het jaarverslag. Hierdoor sluiten we vooral aan bij de bestaande vormen van verantwoording.’

Lees meer…

 

 

OCW neemt geen standpunt meer in over doorbetalen

Het ministerie van OCW geeft geen antwoord meer op de vraag of schoolbesturen zonder risico op terugvordering van rijksbekostiging stakers mogen doorbetalen. Het enige wat de woordvoerder van onderwijsminister Arie Slob erover kwijt wil, is dat het aan de werkgevers is om hier een besluit over te nemen.

In december meldde het ministerie van OCW aan VOS/ABB expliciet dat het niet zou korten op de bekostiging als schoolbesturen tijdens de landelijke staking op 12 december stakende werknemers zouden doorbetalen. ‘We kunnen bevestigen dat OCW niet de bekostiging gaat terugvorderen bij besturen die salaris doorbetalen tijdens de staking van 12 december’, zo liet het ministerie toen weten.

Daarmee stelde OCW zich op hetzelfde standpunt dat het innam voorafgaand aan de staking op 5 oktober. Toen liet een woordvoerder van het ministerie aan VOS/ABB weten dat OCW niet voornemens was ‘om schoolbesturen te straffen als die besluiten om werknemers die (…) aan de staking meedoen door te betalen’.

Geen standpunt OCW over doorbetalen

Deze woorden hadden echter alleen betrekking op de stakingen op 5 oktober en 12 december, zo benadrukte de woordvoerder van onderwijsminister Arie Slob. Daarom heeft VOS/ABB hem herhaaldelijk gevraagd of het ministerie het hetzelfde standpunt inneemt nu er op 14 februari in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe en op 14 maart in de provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland wordt gestaakt.

De woordvoerder van de minister liet begin februari weten dat niet kan worden gemeld dat het ministerie dezelfde lijn hanteert als in oktober en december, maar het bleef onduidelijk welke lijn dan wel zou worden gehanteerd. OCW was zich hierover volgens hem nog aan het beraden en had nog geen ‘positie’ ingenomen.

Een dag voor de staking in de drie noordelijke provincies is er nog steeds geen antwoord van de betreffende woordvoerder op de vraag van VOS/ABB of schoolbesturen zonder risico op terugvordering van rijksbekostiging stakende leraren kunnen doorbetalen.

De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat het er sterk op lijkt dat OCW geen standpunt meer wil innemen, hoewel het dat dus eerder wel deed. Waarom het ministerie geen standpunt meer inneemt, blijft onduidelijk. Het is niet goed in te schatten wat de eventuele gevolgen hiervan kunnen zijn.

Doorbetalen: hoe zit het juridisch?

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB geven aan dat strikt genomen volgens de wet leraren niet mogen worden doorbetaald. Ten eerste geldt het principe ‘geen arbeid, geen loon’ en ten tweede zou doorbetaling kunnen worden beschouwd als onrechtmatige besteding van rijksbekostiging.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Terreurdreiging heeft beperkte invloed op schoolreizen

De terroristische aanslagen van de afgelopen jaren heeft beperkte invloed gehad op de bestemming van schoolreizen. Driekwart van de scholen in het voortgezet onderwijs heeft de bestemming niet gewijzigd, meldt DUO Onderwijsonderzoek.

De scholen die wel een andere keuze hebben gemaakt in verband met het risico van terreur, gaan niet meer naar Londen, Parijs of Berlijn. Vooral Praag is bij deze scholen een populaire bestemming geworden.

Uit het onderzoek blijkt ook dat er maar weinig ouders zijn die bepalen dat hun kind niet meer mee mogen naar een buitenlandse bestemming vanwege terreurdreiging. Dat komt slechts een enkele keer voor.

Lees meer…

‘Zoenen in fietsenhok niet melden aan ouders’

Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66 pleit voor meer privacy voor leerlingen. Hij vindt dat ouders niet alles hoeven te weten over het reilen en zeilen van hun kind op school.

‘Ouders hoeven niet via een app te zien dat zoonlief een keer te laat op school was. Misschien stond ie nog even te zoenen in de fietsenstalling’, zo citeert het Algemeen Dagblad hem.

Van Meenen vindt dat het ministerie van OCW afspraken met scholen moet maken over welke informatie met ouders wordt gedeeld en wat die niet hoeven te weten.

Lees meer…

Meeste ouders staan volledig achter staking

Ruim twee op de drie ouders staan volledig achter de staking in het primair onderwijs op woensdag 14 februari in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe, meldt Ouders & Onderwijs.

Uit een peiling van de landelijke belangenorganisatie voor ouders met schoolgaande kinderen blijkt dat 67 procent van de ouders de staking volledig steunt. Van de ouders geeft 13 procent aan het doel van de staking wel te steunen, maar het vervelend te vinden dat de school dichtgaat. Er zijn ook ouders die het onzin vinden dat de leraren (weer) gaan staken: 11 procent.

Uit de peiling blijkt verder dan de steun voor de noordelijke staking minder groot is dan voor de landelijke staking op 5 oktober, maar groter dan voor landelijke staking op 12 december.

Lees meer…

Ruim helft leerlingen praktijkonderwijs behaalt diploma

Ruim de helft van de leerlingen die het praktijkonderwijs verlaten, heeft binnen drie jaar een diploma. Een kwart behaalt een diploma op mbo 2-niveau of hoger, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de leerlingen die het praktijkonderwijs verlieten in het schooljaar 2012-2013, had 26 procent al tijdens de opleiding een mbo 1-diploma behaald. Veel opleidingen bieden de mogelijkheid om zo’n diploma te halen aan in samenwerking met een ROC.

Van de leerlingen die het praktijkonderwijs verlieten, volgde 53 procent (met of zonder diploma) het schooljaar daarna een andere opleiding in het bekostigde onderwijs. De meesten gingen door naar het eerste of tweede niveau van het mbo.

Aan het eind van het schooljaar 2015-2016 was het aantal leerlingen met een diploma verdubbeld. Op dat moment had 52 procent van de groep die in 2012-2013 het praktijkonderwijs verliet, een diploma behaald. In bijna de helft van de gevallen betrof het een mbo 2-diploma of hoger, dus een startkwalificatie.

Praktijkonderwijs stabiel

In het schooljaar 2016-2017 stonden bijna 30.000 leerlingen ingeschreven in het praktijkonderwijs. Dat is 3 procent van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs. Dat aandeel is al jaren min of meer stabiel.

Lees meer…

Het decembernummer van magazine Naar School! van VOS/ABB besteedde uitgebreid aandacht aan het praktijkonderwijs.

‘Stakingen schaden imago leraar’

Voorzitter Loes Ypma van de christelijke profielorganisatie Verus vreest dat de stakingen in het primair onderwijs het imago van de leraren schaden, meldt de Telegraaf.

‘Ik maak me zorgen om het imago door de stakingen. Nu blijft het beeld hangen van ‘we werken te hard en we verdienen te weinig”, zo citeert de Telegraaf haar.

‘Ik mis de beroepstrots in de discussie. Ik zou graag meer nadruk zien op de reden waarom lesgeven zo’n prachtig beroep is en waarom leerkrachten het ondanks alles toch volhouden; namelijk door hun passie en de gedrevenheid. Als je dat doet, kantelt het beeld en kiezen jongeren misschien vaker voor dit boeiende beroep’, aldus Ypma.

Zij benadrukt in de krant dat ze wel achter de doelstellingen van stakingen staat, namelijk ‘dat de werkdruk vermindert en de juffen en meesters minstens evenveel verdienen als hun collega’s op de middelbare scholen’.

De vrees van Ypma dat de stakingen het imago van de leraren schaadt, leidt op Twitter tot kritische reacties: