‘Lerarentekort een nationale ramp’

Het lerarentekort is een nationale ramp die onmiddellijke actie vereist, net als wanneer de dijken doorbreken. Dat zegt Frank Cörvers, hoogleraar onderwijsarbeidsmarkt in Tilburg en Maastricht, in dagblad NRC. Hij vindt dat het kabinet ‘een tandje bij’ moet zetten om meer onderwijsvacatures te vervullen.

De basisscholen beginnen dit schooljaar met een tekort van 1400 leraren, becijferde DUO Onderwijsonderzoek & Advies op verzoek van de PO-Raad. Daarmee is het tekort weer 9 procent hoger dan vorig jaar. Het ministerie van Onderwijs heeft inmiddels de lerarensalarissen verhoogd en daarnaast 430 miljoen euro uitgetrokken om de werkdruk te verlagen. Ook mogen  deeltijdstudenten aan de pabo eerder voor de klas staan.

‘Samenwerking primair en voortgezet onderwijs nodig’

‘Prima maatregelen, maar niet voldoende’, vindt Cörvers. Hij vindt onder meer dat de salarissen in het primair onderwijs gelijkgetrokken moeten worden met die van docenten in het voortgezet onderwijs. Maar ook vindt hij dat primair en voortgezet onderwijs meer moeten samen werken. Als leraren op de opleiding meer bevoegdheden kunnen halen, zijn ze ze flexibeler inzetbaar in primair en voortgezet onderwijs. Daarmee is te voorkomen dat overschotten en tekorten elkaar opvolgen, aldus Cörvers in dagblad NRC.

Vervangers worden duurder door nieuwe wet

Vervangers  in het onderwijs worden duurder door nieuwe wetgeving die per 1 januari 2020 gaat gelden. De Onderwijsjuristen van VOS/ABB waarschuwen schoolbesturen hier in de begroting rekening mee te houden.

De oorzaak ligt in nieuwe rechten op transitievergoeding en verhoogde WW-premies voor tijdelijke contracten. Dit vloeit voort uit de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), die door de gelijktijdige inwerkingtreding van de  Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) straks ook geldt voor het openbaar onderwijs.

Al na één werkdag recht op transitievergoeding

Door de invoering van de Wnra zijn werknemers in het openbaar onderwijs vanaf 1 januari 2020 niet langer ambtenaar en geldt voor hen dus voortaan ook de regel dat een werknemer die wordt ontslagen, of waarvan het dienstverband niet wordt verlengd door de werkgever, recht heeft op een transitievergoeding. Door de invoering van de Wab heeft een werknemer bij ontslag op initiatief van de werkgever al na één werkdag recht op een transitievergoeding. Dit geldt voor alle tijdelijke werknemers, dus ook voor leerkrachten die een paar dagen of weken voor de klas staan als vervanger van een zieke leraar. De hoogte van de transitievergoeding is gelijk aan eenderde van het maandsalaris per volledig gewerkt dienstjaar. Voorbeeld: op een bruto maandsalaris van 3000 euro gaat het om 1000 euro per jaar of 80 euro per maand.

Hogere WW-premies voor tijdelijke krachten

Tegelijkertijd worden de WW-premies die werkgevers moeten betalen voor tijdelijke krachten verhoogd en de WW-premies voor werknemers die voor onbepaalde tijd in dienst zijn, verlaagd. Ook payrollers en uitzendkrachten worden daardoor duurder.

De Onderwijsjuristen adviseren schoolbesturen kritischer te worden op het inzetten van tijdelijke werknemers. Afhankelijk van de grootte van het schoolbestuur kan het wellicht beter zijn om vervangers in vaste dienst te nemen, bijvoorbeeld in een vervangingspool.

Recordaantal open vacatures in onderwijs

Het aantal openstaande vacatures in het onderwijs heeft met bijna 10.000 een record bereikt. Tegelijkertijd is de vacaturegraad – het aantal vacatures per 1000 banen – in het onderwijs het laagst: 18.

Dit blijkt uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over het tweede kwartaal van 2019. Die cijfers geven aan dat de vacaturegraad verreweg het hoogst is in de bedrijfstak informatie en communicatie. Daar waren eind juni 65 vacatures op 1000 ‘werknemersbanen’. Daarna volgen de horeca met 58 vacatures per 1000 banen en de bouwnijverheid met 57. In het overzicht van het CBS is te zien dat de vacaturegraad in het onderwijs sinds 2017 stijgt. Het absolute aantal vacatures in het onderwijs, 9.700 aan het eind van het tweede kwartaal, is nog nooit zo hoog geweest.

Het CBS meldt ook dat er in het tweede kwartaal in alle bedrijfstakken ruim 300.000 vacatures zijn vervuld en dat getal is niet eerder zo hoog geweest in één kwartaal. Maar tegelijkertijd kwamen er 313.000 nieuwe vacatures bij. De meeste openstaande vacatures zijn er in de handel (56.000), zakelijke dienstverlening (47.000) en de zorg (38.000). In de zorg is het aantal vacatures het hardst gestegen: er kwamen er in één kwartaal 3000 bij.

 

 

Nieuwe regelingen voor dit schooljaar

Bij de start van het nieuwe schooljaar is weer een aantal nieuwe regelingen in werking getreden voor het primair onderwijs. Hier een overzicht van de belangrijkste punten om op te letten.

* De wettelijke minimumlonen zijn aangepast per 1 juli 2019. Bekijk de actuele salaristabellen.
* Het Reglement Participatiefonds is veranderd per 1 augustus 2019. Het gaat om wijzigingen met betrekking tot de indieningsdatum voor vergoedingsverzoeken en de Wnra (Wet normalisering rechtspositie ambtenaren) die op 1 januari 2020 in werking treedt.
* De Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding is per 1 augustus 2019 in werking getreden. Het verbod geldt in openbare gebouwen en onderwijsinstellingen. De Stichting School en Veiligheid geeft tips hoe scholen hiermee om kunnen gaan.
* Openbare basisscholen en samenwerkingsscholen zijn vanaf dit schooljaar verplicht om in de schoolgids aan te geven dat ouders kunnen kiezen voor vormingsonderwijs. De overheid financiert de lessen, die aangevraagd kunnen worden bij het Centrum voor Vormingsonderwijs.
* DUO/BRON heeft de gegevensuitwisseling vernieuwd. Schoolbesturen hebben via de mail een link gekregen om zich te kunnen aanmelden voor het Onderwijs ServiceRegister (OSR).
* In het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs is vanaf dit schooljaar  ook een eindtoets verplicht.
* Er gelden vanaf dit schooljaar geen individuele gewichtenverklaringen meer en deze hoeven dus niet meer te worden ingevuld. Voor asielzoekerskinderen die langer dan één jaar maar korter dan twee jaar in Nederland zijn, verandert de bekostiging. Een overzicht van belangrijke data voor de aanvraag van die bekostiging en meer informatie bij Lowan.

 

 

 

 

 

 

Roep om flexibele schoolvakanties

Toerismestrateeg Isabel Mosk heeft de discussie over flexibele schooltijden aangezwengeld. Zij vindt de vaste lange zomervakantie van scholen niet meer van deze tijd en pleit voor flexibele vakantieperioden.

Volgens Mosk is het noodzakelijk om zo iets te doen aan de verkeersdrukte naar het zuiden met zijn ‘zwarte zaterdagen’, de topdrukte op Schiphol en het overtoerisme op steeds meer plekken. Ze vindt dat minister Slob ‘averechts bezig’ is door het experiment met flexibele schoolvakanties af te blazen. ‘Gelukkig heeft de Tweede Kamer hem teruggefloten. Scholen moeten wettelijk de ruimte krijgen het zo te organiseren dat het beter is voor iedereen’, aldus Mosk in dagblad De Telegraaf

Vaste schoolvakanties ‘vooroorlogs systeem’

Ook de PO-Raad is voorstander van het loslaten van de vaste schoolvakanties. Een woordvoerder noemde het op radio 1 ‘een vooroorlogs systeem’. Mosk signaleert daarnaast dat het voor ouders kan lonen om tijdens schooltijd op vakantie te gaan, ook al krijgen ze daarvoor een boete van de leerplichtambtenaar die kan oplopen tot 600 euro. De ouders besparen soms wel duizenden euro’s op vliegtickets. Deze bewering is onderzocht door het radioprogramma EenVandaag in de rubriek Feit of fictie. Het blijkt een feit te zijn.

‘Flexibiliseren kan onder voorwaarden’

In het programma Spraakmakers op Radio 1 reageerde Monique Vogelzang, inspecteur-generaal bij de Inspectie van het Onderwijs: ‘Onderwijstijd flexibiliseren kan alleen onder bepaalde voorwaarden en we zien dat het niet overal lukt. Dat heeft met organisatie te maken. Er is ook extra personeel voor nodig, terwijl er een lerarentekort is.’ Toch vindt Vogelzang het goed om over flexibilisering na te denken, ‘maar we moeten wel blijven kijken naar de onderwijskwaliteit’.

Sterke stijging zijinstromers in onderwijs

Het aantal zijinstromers in het onderwijs stijgt sterk. De pabo’s hebben ruim 1000 aanmeldingen van mensen die vanuit een ander beroep naar het basisonderwijs willen overstappen. Dat zijn er ruim twee keer zoveel als vorig jaar, toen er 450 mensen wilden overstappen.

Dit melden diverse media op basis van informatie van het LOBO, het Landelijk Overleg Lerarenopleidingen Basisonderwijs. Volgens dagblad AD noemt LOBO-voorzitter Barbara de Kort het goed nieuws, en kan de verhoogde belangstelling te maken hebben met de lichte salarisverbetering en de extra aandacht voor het beroep.

Scholingstrajecten versterkt

Tegelijkertijd hebben schoolbesturen de afgelopen jaren hun scholingstrajecten voor zijinstromers versterkt. In magazine Naar School!, het blad van VOS/ABB, vertelde schoolbestuurder Geert Looyschelder van STIP, de Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum, al hoeveel hij investeert om de kans op succes bij een zij-instroomtraject te vergroten. Zijinstromers mogen officieel al direct zelfstandig voor de klas staan en zijn zo een snelle oplossing bij lerarentekorten. Maar bij STIP zijn de kandidaten eerst een halfjaar boventallig, ook al ontvangen ze dan al salaris. ‘We willen ze niet te snel in het diepe gooien om het risico te verkleinen dat de verantwoordelijkheid voor een klas in combinatie met studie te zwaar wordt en mensen alsnog afhaken’, legt Looyschelder uit in het hoofdartikel van Naar School! nr 17.

Ook Barbara de Kort is bang dat niet alle mensen die zich nu als zijinstromer aanmelden, ook inderdaad als meester of juf voor de klas blijven. Vanuit de scholen wordt gewaarschuwd dat het grote aantal zijinstromers nog niet voldoende is om het lerarentekort van ruim 3500 leerkrachten op te lossen.

In 10 stappen naar inclusief onderwijs

Na een symposium over inclusief onderwijs is nu een gratis online magazine verschenen met daarin onder meer tien stappen om tot inclusief onderwijs te komen.

Het magazine is uitgebracht door Defence for Children en FNO Zorg en Perspectief, de organisaties die op 1 juli een drukbezocht symposium organiseerden in het ministerie van Onderwijs. De tien stappen die geformuleerd zijn, variëren van het wegnemen van wettelijke beperkingen (stap 1) tot een cultuuromslag (stap 5). Doel is een inclusieve samenleving te realiseren, waarin alle leerlingen in reguliere scholen maatwerkonderwijs krijgen en waarin jongeren met een ondersteuningsbehoefte ook ná school echt aan de slag kunnen op de arbeidsmarkt.

In het online magazine ‘Inclusief Onderwijs in Nederland, tijd voor actie! leest u verder de uitkomsten per deelsessie van het symposium en een warm pleidooi van Adriana van Dooijeweert, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens, die betoogt dat stilstaan geen optie is als het gaat om inclusief onderwijs. Het magazine is gratis te downloaden.

Beweging Naar inclusiever onderwijs

Defence for Children en FNO hebben de ministers van Onderwijs inmiddels opgeroepen om een Taskforce inclusief onderwijs in te stellen. Ook de Tweede Kamer heeft eind juli een motie van die strekking aangenomen. Eerder, in juni, is de beweging Naar inclusiever onderwijs van start gegaan met een informatieve website, gericht op scholen. Hierover stond een uitvoerig artikel in het VOS/ABB-magazine Naar School! nr 19 (pagina 12-17).

Tweedaagse ‘Zin of onzin van centrale toetsing?’

VOS/ABB organiseert met de Vlaamse zusterorganisatie OVSG en het Stedelijk Onderwijs Antwerpen begin oktober een tweedaagse over onderwijskwaliteit en toetsing.

Op de tweedaagse ‘Zin of onzin van centrale toetsing?’ staat de vraag centraal wat het onderwijs in Nederland en Vlaanderen van elkaar kunnen leren. Hoe meten we onderwijskwaliteit en wat is de rol van toetsen daarin?

Diverse sprekers behandelen het thema, onder wie prof. dr. Jan Vanhoof van de Universiteit Antwerpen, René Kneyber van de Nederlandse Onderwijsraad en Arjen Toet van VOS/ABB. Toet zal het in een van de parallelsessies hebben over de overstap van primair naar voortgezet onderwijs in Nederland.

In een rondetafelgesprek onder leiding van VRT-journaliste Hilde Mertens bespreken de deelnemers de conclusies van de dag, om daarna de Nederlandse en Vlaamse praktijk tegen elkaar af te wegen. Op de tweede dag gaan de deelnemers onder meer op schoolbezoek.

Praktische informatie tweedaagse

Deze tweedaagse over onderwijskwaliteit is op donderdag 3 en vrijdag 4 oktober in Antwerpen. Op de website van OVSG vindt u meer informatie. Daar kunt u zich ook aanmelden. Voor 150 euro doet u als VOS/ABB-lid al mee aan de volledige tweedaagse. Niet-leden betalen meer.
U kunt ook kiezen voor deelname aan alleen de eerste dag (135 euro) of deelname aan de volledige tweedaagse inclusief overnachting en diner (275 euro).

Toolbox geactualiseerd voor VO en SBO

De online Toolbox van VOS/ABB is weer geactualiseerd met nieuwe rekeninstrumenten en informatie voor het voortgezet onderwijs en het speciaal basisonderwijs.

In de map Voortgezet Onderwijs vindt u een nieuw instrument (van 1 augustus 2019) om een complete meerjarenbegroting te maken. De bekostiging, zowel personeel als materieel, kan op eenvoudige wijze worden berekend. Verder vindt u in deze map de officiële regelingen die aan het nieuwe instrument ten grondslag liggen en de bijbehorende Kamerbrief.

Ook in de map Speciaal Basisonderwijs in de Toolbox staat een nieuw instrument voor het maken van een meerjarenbegroting (van 15 augustus 2019). LET OP: sommige instrumenten in de Toolbox zijn alleen te downloaden voor leden van VOS/ABB.

 

Deelname training radicalisering moet omhoog

Minister Slob van Onderwijs wil dat meer leraren deelnemen aan de training om radicalisering onder leerlingen te herkennen. Om dit te bereiken laat hij de training gerichter aanbieden en zet hij in op andere manieren, bijvoorbeeld via E-learning.

Dit meldt de minister in een brief die hij op 24 juli aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Aanleiding hiervoor zijn eerdere berichten dat er onder leraren weinig animo is voor het volgen van deze training, en de vragen daarover in de Tweede Kamer. De training is onderdeel van de ‘integrale aanpak terrorisme’ die het kabinet in november 2017 lanceerde.

Nog geen 1000 leraren bereikt

In 2018 zijn 38 trainingen gegeven aan 680 deelnemers vanuit het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Daarnaast zijn er 50 adviesgesprekken met scholen gevoerd. In de eerste paar maanden van 2019 zijn 14 trainingen gegeven voor circa 280 onderwijsprofessionals. Het kabinet wil de komende jaar meer leraren bereiken, met name in ‘geprioriteerde gemeenten’. Daar wordt de training vooraan gerichter aangeboden. Verder vraagt de minister aan lokale adviseurs van instanties zoals de Expertise-Unit Sociale Stabiliteit (ESS) om gemeenten te informeren over het trainingsaanbod en laat hij cursussen via E-learning ontwikkelen. De training wordt niet verplicht.

 

Kamervragen over ‘dyslexie-industrie’

CDA-Kamerlid René Peters slaat alarm over wat hij noemt de ‘dyslexie-industrie’ op scholen. Het signaleert dat steeds meer commerciële bedrijven bezig zijn met dyslexiebehandeling, en ook dat meerdere van deze bedrijven zijn overgenomen door (buitenlandse) investeringsfondsen.

Peters heeft hierover recent schriftelijke Kamervragen gesteld aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nadat hij in juni al vragen stelde over het almaar groeiende percentage kinderen met de diagnose dyslexie. Toen waren zijn vragen gebaseerd op een artikel van Follow the Money.

Dyslexie-zorg onafhankelijk?

Op de eerste vragen antwoordde de minister dat orthopedagogen in het onderwijs als ‘poortwachters’ bekijken of kinderen inderdaad dyslexiebegeleiding nodig hebben. Nu vraagt Peters of die poortwachters wel echt onafhankelijk zijn en geen banden hebben met commerciële aanbieders van dyslexiezorg. Hij dringt er bij de minister op aan om een onafhankelijke poortwachter verplicht te stellen.

Lees hier de Kamervragen van het CDA over de dyslexie-industrie.

 

Eerste rechtszaak om schooladvies

De vader van een leerling van katholieke basisschool De Tweeklank in Hazerswoude-Rijndijk spant een rechtszaak aan omdat hij het niet eens is het met afgegeven schooladvies voor zijn dochter. Hij wil via een kort geding afdwingen dat de school een IQ-test afneemt bij het meisje.

Volgens de vader heeft de school eerder toegezegd haar IQ te laten testen omdat ze zeer wisselende resultaten laat zien. De dochter heeft een vmbo-advies gekregen, maar de vader denkt ze qua intelligentie op havo-niveau kan presteren. Een IQ-test zou volgens hem kunnen aantonen welk schoolniveau het beste bij haar past.

Aanvechten schooladvies ‘zorgwekkende trend’

Het is de eerste keer in Nederland dat een ouder een schooladvies aanvecht via een juridische procedure. In dagblad AD zegt Liesbeth Verheggen van de Algemene Onderwijsbond (AOb) wel te zien dat ouders steeds vaker op de stoel van de leraar gaan zitten, wat zij een ‘ zorgwekkende trend’ vindt. De bewuste vader zegt het nog schadelijker te vinden als zijn dochter op een vo-school terechtkomt die niet bij haar past.

Het kort geding dient vandaag in Den Haag. De uitspraak komt over twee weken.

Veel WW’ers uit onderwijs willen niet terug

Van de 11.000 mensen uit het primair onderwijs die een werkloosheidsuitkering hebben, willen de meesten niet meer voor de klas. Dat concludeert onderzoeksbureau Regioplan.

Regioplan deed in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek naar de ‘stille reserve’ in het primair onderwijs. Op basis van informatie van het Participatiefonds  blijkt dat in september 2018 ruim 11.000 mensen mensen een werkloosheidsuitkering kregen op grond van een eerder dienstverband in het primair onderwijs.

Van hen heeft bijna 90 procent een onderwijsbevoegdheid. ‘Dit zou betekenen dat er (…) een stille reserve (…) was van circa 9900 personen; ruim voldoende om de bestaande tekorten mee in te vullen’, zo staat in het onderzoeksrapport. Zo simpel is het echter niet: ‘Deze conclusie gaat niet alleen voorbij aan de vraag of deze groep kan terugkeren, maar ook of de groep wil terugkeren.’

Geen financiële noodzaak

Een groot deel van de stille reserve is oud, signaleert Regioplan. ‘Dit maakt dat een groot deel van de WW’ers (80%) voldoet aan de voorwaarden voor een aansluitende uitkering’, zo staat in het rapport. Hiermee hebben WW’ers recht op een uitkering tot hun 65e dan wel hun AOW-gerechtigde leeftijd. Dit betekent volgens de onderzoekers dat de financiële noodzaak voor een baan ‘niet overal aanwezig’ is.

Bovendien blijkt dat de WW-populatie niet evenredig is verdeeld over het land. In krimpregio’s met dalende leerlingenaantallen, zoals Noordoost-Nederland, Gelderland en Limburg, zijn relatief veel leraren werkloos. Veruit de meeste werkloze leraren willen niet verhuizen voor een nieuwe baan.

Lees meer…

Meer uren werken om lerarentekort tegen te gaan

Er is in het kader van het groeiende personeelstekort in het primair onderwijs een dialoog nodig om leraren in deeltijdbanen meer uren te laten werken. Dat vindt voorzitter Ton Groot Zwaaftink van het Arbeidsmarktplatform PO.

De meeste leraren in het primair onderwijs werken in deeltijd: 40 procent werkt twee tot vier dagen per week, bijna 15 procent maar één of twee dagen per week. Als deeltijders meer uren gaan werken, lost dat een groot deel van het personeelstekort op.

Groot Zwaaftink ziet dat scholen steeds vaker de dialoog aangaan over wat leraren kan overhalen om standaard meer uren te gaan werken. Ook signaleert hij dat steeds meer scholen alleen nog maar leraren willen die minimaal drie dagen per week werken. ‘We moeten doorgaan met in te spelen op wensen van deeltijdleraren en vaker werken met grote deeltijdbanen’, zegt de voorzitter van het Arbeidsmarktplatform PO.

Uit een enquête waaraan 900 leraren meededen, blijkt dat zij bereid zijn meer uren te werken als daar een financiële prikkel tegenover staat of als ze er interessante taken bij krijgen. De resultaten van de enquête zijn verwerkt in dit factsheet.

Lees meer…

Zelf lerarentekort tegengaan

Premier Mark Rutte zei vorig jaar in de talkshow van Jeroen Pauw dat het goed zou zijn als er in het onderwijs minder parttime wordt gewerkt. Op die manier kunnen volgens hem de leraren zelf het lerarentekort tegengaan.

De oproep van Rutte was niet nieuw. In een brief die onderwijsminister Arie Slob in augustus 2018 naar de Tweede Kamer stuurde, stond al dat een verhoging van de deeltijdfactor een manier kan zijn om het lerarentekort tegen te gaan. Als alle parttimers één dag per week meer gingen werken, zou het het lerarentekort zijn opgelost.

Ook bestuursvoorzitter Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in Zuidoost-Brabant pleitte ervoor om leraren meer uren te laten werken om zo het lerarentekort tegen te gaan. Haar pleidooi stond vorig jaar in het Eindhovens Dagblad en op deze website verscheen er dit bericht over.

HRM-adviseur Willem Duifhuis pleitte in een ingezonden stuk, dat ook op deze website verscheen, voor een hoger uurloon voor leraren als die kiezen voor een werktijdfactor van 0,8 of meer. Op die manier zou volgens hem het aantal kleine deeltijders omlaag kunnen, waardoor het lerarentekort zou kunnen afnemen.

Pleidooi voor noodpakket van 423,5 miljoen

Vakbonden en werkgevers hebben in een brandbrief aan onderwijsminister Slob gepleit voor een noodpakket van 423,5 miljoen euro voor het funderend onderwijs in begrotingsjaar 2020.

De brief is vlak voor het zomerreces verstuurd aan minister Slob en ondertekend door de PO-Raad, VO-raad, AOb (Algemene Onderwijsbond), CNV Onderwijs, AVS (Algemene Vereniging Schoolleiders) en de Federatie van Onderwijsorganisaties. Zij vinden de forse extra investering noodzakelijk vanwege het nijpende tekort aan leraren en schoolleiders en de hoge werkdruk in het onderwijs.

Het bedrag is opgebouwd uit 241,5 miljoen euro voor het primair onderwijs, bestemd voor loonsverhoging en werkdrukvermindering, en 182 miljoen voor het voortgezet onderwijs, bestemd voor werkdrukvermindering, kwaliteitsverbetering en bevordering van kansengelijkheid. In de brandbrief is uitgewerkt waar het geld exact voor nodig is.

 

OCW verliest zaken over terugbetalen fusiecompensatie

De Groningse scholengroep OPRON voor openbaar primair onderwijs hoeft eerder toegekende fusiecompensatie niet terug te betalen. Dat geldt ook voor de christelijke onderwijsstichting De Greiden in Friesland. Dat heeft de rechtbank Noord-Nederland beslist.

Het ministerie eiste bijna 6,5 ton terug van OPRON en ruim 3 ton van De Greiden. Deze bedragen waren toegekend als compensatie voor fusies van basisscholen.

Bij die fusies ging uiteindelijk geen enkele leerling over van de scholen die dichtgingen naar de betreffende fusiescholen. Volgens het ministerie was er daardoor geen sprake van samenvoegingen van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Wpo). Daarom eiste OCW de fusiecompensatie terug.

Nergens in de wet

OPRON en De Greiden verzetten zich daartegen. Zij stelden dat op het moment van de samenvoegingen nergens in de wet stond vermeld dat er bij een fusie leerlingen van de ene naar de andere school moesten overgaan.

De rechtbank Noord-Nederland stelt de schoolbesturen in het gelijk. Op het moment van de fusies konden zij niet weten, zo stelt de rechter, dat OCW hieraan de voorwaarde verbond dat er leerlingen moesten overgaan naar de fusiescholen.

Zie in de rechterkolom ook eerder verschenen berichten over rechtszaken over het terugbetalen van fusiecompensatie.

In hoeverre bevordert uw school kansengelijkheid?

VOS/ABB-stagiaire Lianne Baars heeft een checklist opgesteld, waarmee basisscholen kunnen zien in hoeverre zij kansengelijkheid bevorderen.

Door een reeks vragen te beantwoorden op de website kansenongelijkheid.nl, kunt u bepalen in hoeverre uw basisschool gelijke kansen biedt. Bij de checklist zit achtergrondinformatie waarmee u verder aan de slag kunt om kansengelijkheid te bevorderen.

De checklist is nadrukkelijk niet bedoeld om scholen te beoordelen of te rangschikken, maar een instrument voor zelfevaluatie.

Lianne Baars studeert onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Voor haar stage bij VOS/ABB deed zij onderzoek naar kansengelijkheid in het basisonderwijs.

Ga naar de checklist

Mogelijk meer subsidie voor zij-instromers

De onderwijsministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven onderzoeken of er meer subsidie kan komen voor zij-instromers. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

Het aantal subsidieaanvragen voor zij-instromers neemt fors toe. Vorig jaar is voor bijna 1000 zij-instromers subsidie verstrekt. Dit jaar lag het aantal aanvragen tot de zomervakantie al boven de 1100. ‘Dat is goed nieuws. Maar het betekent wel dat het huidige budget niet toereikend is’, aldus de ministers.

Daarom onderzoeken zij of er binnen de onderwijsbegroting geld kan worden gevonden om meer subsidie beschikbaar te stellen voor mensen van buiten het onderwijs die voor de klas willen gaan staan. De ministers willen dit jaar alle aanvragen toekennen, mits die natuurlijk aan de voorwaarden voldoen.

Lees meer…

Onderzoeksrapport lumpsum komt in maart 2020

In maart 2020 krijgt de Tweede Kamer een onderzoeksrapport over de doelmatigheid en toereikendheid van de lumpsumbekostiging. Dat staat in een brief van de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

Tijdens de behandeling van de OCW-begroting 2019 werd aangekondigd dat er een onderzoek zou komen naar de lumpsumbekostiging. Van Engelshoven en Slob melden nu dat ‘een strategisch adviesbureau’ opdracht heeft gekregen dit onderzoek uit te voeren. Welk bureau dat is, staat niet in hun brief vermeld.

Het onderzoek moet volgens de minister ‘meerwaarde hebben in de politieke en maatschappelijke discussie over de doelmatigheid en de toereikendheid van de bekostiging’. Het moet ook ‘praktische aanknopingspunten opleveren om de dialoog over doelmatigheid en toereikendheid verder te brengen’.

Verschillende ambitieniveaus

Het onderzoek bevat volgens hen ‘een uitgebreid casusonderzoek op schoolniveau, een internationaal vergelijkend onderzoek en een historische analyse van de ontwikkeling van de bekostiging aan en uitgaven van het onderwijs’. Daarnaast moet het onderzoek duidelijk maken of de lumpsum doelmatig en toereikend is ‘bij verschillende ambitieniveaus’.

Een klankbordgroep waarin onderwijs- en financiële experts deelnemen met een achtergrond in de wetenschap en de onderwijspraktijk zal het onderzoek begeleiden. Deze klankbordgroep zal in 2019 vijf keer bijeenkomen. ‘Daarnaast wordt het onderwijsveld gedurende het onderzoek bevraagd en betrokken door middel van rondetafelgesprekken en verdiepende interviews’, zo staat in de brief.

Het onderzoeksrapport gaat in maart 2020 naar de Tweede Kamer.

Lees meer…

Tientallen miljoenen voor scholen met krimp

Voor het voortgezet onderwijs is de komende vijf jaar maximaal 48 miljoen euro per jaar beschikbaar voor regionale samenwerking op het gebied van krimp. Dat schrijft onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob: ‘Door deze investering helpen we scholen om toekomstbestendig te worden. Hoe dat kan, verschilt per regio. In sommige regio’s kan dat door betere samenwerking, maar in andere regio’s zullen scholen moeten fuseren of kunnen er vestigingen verdwijnen. En soms moet een vestiging juist openblijven, omdat anders leerlingen te ver moeten fietsen.’

In 2020 wordt 10 miljoen euro vrijgemaakt en het jaar daarna 15 miljoen euro. Het kan oplopen tot 48 miljoen euro per jaar.

Scholen kunnen een aanvraag indienen. Voorwaarde is dat ze bij de aanpak van de gevolgen van krimp samenwerken met hun gemeente(n), basisscholen en het vervolgonderwijs in hun regio.

Lees meer…

Slob raadt leraren af via uitzendbureau te werken

Onderwijsminister Arie Slob raadt leraren af om via een uitzendbureau te gaan werken. Zijn advies is ‘om voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Dat zegt hij in antwoord op Kamervragen van Kirsten van den Hul van de PvdA. Haar vragen aan de minister volgden op een artikel van de Algemene Onderwijsbond (AOb) over de beginnende leerkracht Donny Stumpel. Hij waarschuwt andere leerkrachten voor een ‘wurgcontract’ van het Haagse bemiddelingsbureau BRIXS.

Stumpel ontdekte dat hij voorlopig bij vrijwel geen enkele basisschool in Den Haag meer terecht kon voor een vaste baan als hij zou tekenen bij BRIXS, tenzij het schoolbestuur een afkoopsom voor hem zou betalen.

‘Geen onderwijsgeld naar afkoopsommen’

Van den Hul vindt dat niet kunnen, maar Slob is het daar niet mee eens. Hij wijst erop dat meer uitzendbureaus afkoopsom vragen als een werkgever een werknemer overneemt. Wel noemt de minister het ‘niet gewenst’ als daar onderwijsgeld aan wordt besteed. ‘De inzet zal moeten zijn dit te voorkomen’, aldus de minister.

Het is aan de leraren zelf om al of niet voor een uitzend- of bemiddelingsbureau te kiezen. Leraren die daarvoor kiezen, adviseert hij om in ieder geval het contract vooraf goed te lezen. Hoewel hij vindt dat leraren zelf mogen beslissen, raadt hen wel aan om in plaats van een uitzendbureau ‘voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Lees meer…

BasisBuren heeft als eerste Scholen Energiebespaarlening

BasisBuren is het eerste schoolbestuur in Nederland dat een Scholen Energiebespaarlening heeft afgesloten. Het geld is bedoeld voor 184 zonnepanelen op de daken van de openbare basisscholen Prins Willem Alexander in Beusichem en De Klepper in Zoelmond.

Directeur-bestuurder Mark van der Pol vertelt waarom BasisBuren deze lening heeft afgesloten: ‘Als onderwijsorganisatie is het onze kerntaak om kinderen veel te leren in een prettige omgeving. Duurzaamheid, de zorg voor de omgeving en educatie daarover vinden we zeer belangrijk. Door zonnepanelen op onze daken te plaatsen, leveren we een kleine bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem. Maar nog belangrijker, we nemen kinderen mee in de gedachte dat ze zelf iets kunnen doen.’

Wethouder apetrots

Het besluit voor plaatsing van zonnepanelen op de schooldaken is een positief signaal voor verdere verduurzaming van schoolgebouwen, zegt milieu- en onderwijswethouder Daan Russchen (PvdA) van de gemeente Buren: ‘Ik ben apetrots dat we als Buren de eerste gemeente zijn die dankzij deze lening meedoen met de schooldakrevolutie.’

De Scholen Energiebespaarlening is een pilot van het Nationaal Energiebespaarfonds, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Rabobank. De lening heeft een looptijd van 15 jaar met een vaste lage rente.

Voortgezet onderwijs vaak meer dan 12 kilometer fietsen

Achterhoek VO heeft een boekje samengesteld dat de gevolgen van de krimp van het aantal leerlingen letterlijk in kaart brengt. Ook kunt u op verschillende kaartjes van Nederland zien hoeveel aanbod er is van bepaalde vormen van voortgezet onderwijs.

Op de kaartjes van Nederland staan groene, oranje en rode gebieden. Als een leerling in een groen gebied woont, is er binnen 12 kilometer fietsafstand keuze uit twee of meer scholen. In oranje gebieden is binnen 12 kilometer één school en in rode gebieden ontbreekt er binnen die afstand een bepaalde vorm van voortgezet onderwijs.

De grens van 12 kilometer is de norm van de commissie Dijkgraaf. Deze commissie onder leiding van professor Elbert Dijkgraaf van de Erasmus Universiteit Rotterdam adviseerde het ministerie van OCW over de manier waarop kan worden omgegaan met de gevolgen van demografische krimp.

De commissie gaf in maart jongstleden aan dat voortgezet onderwijs op meer dan 12 kilometer fietsafstand niet wenselijk is. Op de kaartjes is te zien dat grote delen van het land, vooral het Noorden en Zeeland, niet aan de 12 kilometer-norm voldoen.

Er zijn twee versies van het boekje:  een digitale versie om op een device te lezen en een printversie.

Slob positief over voortgang sectorakkoorden

Leraren in het primair en voortgezet onderwijs maken meer gebruik van ICT en digitaal lesmateriaal. Dat is een positieve ontwikkeling voor de kwaliteit van het onderwijs. Dit meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer over de voortgangsrapportage over de sectorakkoorden voor het primair en voortgezet onderwijs.

‘In het primair onderwijs zien we positieve ontwikkelingen op het vlak van uitdagend onderwijs. Zo wordt er veel gebruikgemaakt van digitaal leermateriaal in de les en is er voldoende aandacht voor het onderzoekend leren van leerlingen’, aldus Slob. Over het voortgezet onderwijs meldt hij dat ook daar ‘leraren bij het voorbereiden of geven van lessen meerdere ICT-toepassingen gebruiken’.

Professionalisering

Op het vlak van professionalisering signaleert Slob dat nagenoeg alle schoolleiders in het primair onderwijs zijn geregistreerd in het Schoolleidersregister PO. Het opleidingsaanbod voor schoolleiders wordt volgens hem goed afgestemd op de vraag van scholen en schoolbesturen.

Wat de professionalisering binnen het voortgezet onderwijs betreft, ziet Slob dat het aantal plekken op opleidingsscholen zeer sterk is gegroeid. ‘Ook het aandeel vmbo-docenten dat beschikt over kennis van de actuele beroepspraktijk en de opleidingsmogelijkheden hiervoor in het vervolgonderwijs is flink toegenomen’, zo staat in zijn brief.

(Zeer) zwakke scholen

Een ander punt dat hierin aan bod komt, is dat in het primair onderwijs het aandeel (zeer) zwakke scholen dat zich binnen een jaar verbetert, zeer sterk is toegenomen. ‘Het is echter belangrijk om er naar te blijven streven dat alle (zeer) zwakke scholen zich binnen een jaar verbeteren’, zo benadrukt de minister.

In het voortgezet onderwijs is volgens de minister ook voortgang geboekt met onvoldoende en zeer zwakke afdelingen die zich verbeteren. Het blijft volgens hem belangrijk om hieraan te blijven werken. ‘Doelstelling is immers dat in 2020 alle onvoldoende en zeer zwakke afdelingen zich binnen één jaar respectievelijk twee jaar verbeteren’, aldus Slob.

Zie ook:

Personeel tevreden over leidinggevenden

Wie in het primair onderwijs werkt, is over het algemeen tevreden over zijn of haar leidinggevende. Dat blijkt uit de Arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2019 van het Arbeidsmarktplatform PO.

Directeur Ton Groot Zwaaftink benadrukt dat het zeker in de huidige tijden van personeelstekorten belangrijk is dat er over het algemeen tevredenheid heerst over de leidinggevenden. ‘Personeel voelt zich blijkbaar door leidinggevenden goed begrepen en gesteund om voor de werkdruk oplossingen te vinden.’

Tevreden met werk

Uit de analyse blijkt ook dat het personeel in het primair onderwijs overwegend tevreden is met het werk. Het meest tevreden is men over de inhoud ervan, de werkzekerheid en het dienstverband. Minpunten die worden ervaren, is dat werktijden niet zelf kunnen worden bepaald. Ook zijn er zorgen over het salarisniveau.

Verder blijkt uit de arbeidsmarktanalyse dat het aantal fte aan onderwijsondersteuners tussen 2013 en 2018 met 20 procent is gestegen, tot ruim 23.830 fte. Groot Zwaaftink: ‘We ervaren in de dagelijkse praktijk dat de toename aan onderwijsondersteuners voor meer talentenmix in de teams zorgt en dat komt natuurlijk ten goede aan de leerlingen.’

Lerarentekort

Een ander punt dat uit de analyse naar voren komt, is dat het lerarentekort een probleem blijft. ‘We verwachten alleen al in 2019 een tekort van zo’n 1700 fte. Zonder beleidswijzigingen kan dat in 2024 oplopen tot ruim 4800 fte’, aldus Groot Zwaaftink.

Lees meer…