Per 1 januari subsidie voor aanbod begaafde leerlingen

Voor de periode 2019-2022 is 56 miljoen euro beschikbaar voor begaafde leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs kunnen subsidie aanvragen.

De subsidie is voor extra ondersteuning van begaafde leerlingen die niet voldoende hebben aan regulier onderwijs. Voorwaarde is dat de extra ondersteuning niet onder de basisondersteuningsvoorzieningen valt. Het gaat bijvoorbeeld om de inzet van begeleiders met expertise op het gebied van begaafdheid en het aanbieden van arrangementen voor complexe ondersteuningsbehoeften.

Het is een subsidie op basis van 50 procent cofinanciering door het samenwerkingsverband. Er mag geen geld van ouders worden gevraagd.

De subsidieregeling gaat in op 1 januari 2019.

Lees meer…

Kabinet wil combinatie onderwijs en zorg beter regelen

Met een vereenvoudiging van de financiering wil het kabinet de combinatie van onderwijs en zorg beter regelen. In een brief aan de Tweede Kamer staat hoe het kabinet dit wil doen.

Onderwijsminister Arie Slob en zijn collega Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport doen in de brief onder andere de volgende voorstellen:

  • Eén of twee zorgaanbieders per school. Dit is goed voor de continuïteit en kwaliteit van de zorg en kan de administratie verminderen.
  • Duidelijkheid over inzet van zorg in onderwijstijd. Dit moet het gesprek scholen, zorgaanbieders en ouders versoepelen over de zorg voor leerlingen met bijvoorbeeld een meervoudige beperking.

Kern van de maatregelen is het borgen van de kwaliteit van de zorg, het creëren van een zo rustig mogelijke leeromgeving en meer duidelijkheid in regie en verantwoording.

Er staat ook in de brief dat het kabinet de Leerplichtwet wil aanpassen. Kinderen zouden niet langer een vrijstelling kunnen krijgen als niet is gekeken of met maatwerk onderwijs mogelijk is. Verder staat erin dat er meer subsidie komt voor onderwijszorgconsulenten.

In het voorjaar van 2019 verwacht het kabinet te kunnen melden hoe de betere financiering van zorg in onderwijstijd het beste kan worden uitgevoerd. De uitwerking van de overige maatregelen komt aan de orde in rapportages over de Jeugdwet en passend onderwijs.

Naar inclusief onderwijs

De maatregelen die het kabinet wil nemen, kunnen worden gezien als een stap naar inclusief onderwijs. Dit past bij het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, dat immers openstaat voor alle leerlingen, dus ook voor kinderen met een beperking.

Onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden

In de raad van toezicht van elk samenwerkingsverband voor passend onderwijs moet één onafhankelijk lid zitten.

Dat heeft de PO-Raad afgesproken. De leden van de VO-raad stemmen er binnenkort over. Het idee is dat een onafhankelijk lid in de raad van toezicht kritische vragen kan stellen. Dat is goed om discussies los te maken over belangrijke kwesties.

Benchmark reserves

De PO-Raad meldt verder dat er een benchmark komt waarmee samenwerkingsverbanden de hoogte van hun reserves kunnen beoordelen. Als de reserves te groot zijn, worden samenwerkingsverbanden daarop aangesproken.

Ook is afgesproken dat de PO-Raad en VO-raad een publieksversie gaan maken van het dasboard passend onderwijs met gegevens over samenwerkingsverbanden. ‘Op die manier kunnen zij zich beter verantwoorden en krijgt de samenleving beter inzicht in wat ze doen en welke keuzes ze maken, aldus de PO-Raad.

Lees meer…

Later naar sbo, hoger advies vervolgonderwijs

Veel kinderen gaan tegenwoordig pas op latere leeftijd naar het speciaal basisonderwijs (sbo), maar het is niet zo dat zij kwetsbaardere leerlingen zijn. Dat staat in het onderzoeksrapport Kenmerken van leerlingen in het speciaal basisonderwijs 2008-2018.

Er is voor het onderzoek onder andere gekeken naar de leeftijd waarop kinderen naar het sbo gaan en het advies dat zij krijgen voor vervolgonderwijs.

‘Bij instroom op latere leeftijd krijgen leerlingen geen lagere, maar juist hogere adviezen. Dit wijst niet op zwaardere problematiek specifiek bij leerlingen die later instromen in het sbo’, zo melden de onderzoekers.

Aanleiding voor het onderzoek waren signalen vanuit het sbo dat het steeds moeilijker wordt om kinderen goed voor te bereiden op het vervolgonderwijs naarmate ze later instromen. De resultaten van het onderzoek lijken dus te wijzen op het tegenovergestelde.

Het onderzoek maakt deel uit van de Evaluatie passend onderwijs.

Lees meer…

Hoe goed sluit onderwijs aan op jeugdhulp?

Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs zijn over het algemeen negatiever over de aansluiting van onderwijs en jeugdhulp dan gemeenten. Dat blijkt uit een landelijke inventarisatie, die is uitgevoerd in het kader van de evaluatie passend onderwijs.

Uit de landelijk inventarisatie komt naar voren dat het merendeel van de gemeenten en samenwerkingsverbanden op weg is om de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp tot stand te brengen. Ongeveer de helft zit in de opbouwfase en ongeveer een kwart is bezig met verankering van de samenwerking. Ruim een kwart verkeert echter nog in de start- of oriëntatiefase.

Samenwerkingsverbanden zijn naar eigen zeggen met kerngemeenten wat verder dan met de overige gemeenten in de regio. De aansluiting van jeugdhulp met speciaal onderwijs loopt volgens beide partijen achter op die met het reguliere onderwijs.

De helft van de samenwerkingsverbanden en tweederde tot driekwart van de gemeenten heeft de indruk dat de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp op dit moment al meerwaarde genereert. Dan gaat het bijvoorbeeld om meer hulp en ondersteuning in de eigen omgeving, minder kinderen die zonder onderwijs thuiszitten en meer maatwerk.

Ruim de helft van de gemeenten ziet nog meer opbrengsten, zoals tevreden ouders, preventie van problematiek bij leerlingen en tijdige inzet van hulp en ondersteuning. De meeste samenwerkingsverbanden zien die opbrengsten echter (nog) niet.

Download de Landelijke inventarisatie aansluiting onderwijs en jeugdhulp 2018.

Samenwerkingsverbanden afschaffen goed idee?

In de Tweede Kamer klinkt de roep om voor schoolbesturen de wettelijke verplichting te schrappen om aangesloten te zijn bij één of meer samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Wat vindt u? Is dat een goed idee?

Schoolbesturen zijn volgens de Wet passend onderwijs verplicht om met elkaar in een samenwerkingsverband te zitten. Dat heeft tot taak om tot een dekkend aanbod van te komen, zodat er voor elke leerling in de regio een passend onderwijsaanbod kan worden gerealiseerd. Als het zo is dat een schoolbestuur scholen heeft in meer dan één regio, moet het bestuur deelnemen in meer dan één samenwerkingsverband.

In de Tweede Kamer wordt deze manier van werken gezien als een bureaucratische belasting. Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks wil dat de samenwerkingsverbanden worden afgeschaft. Dat zou volgens haar de scholen meer vrijheid geven om zonder wat zij als een bureaucratische tussenlaag ziet te komen tot een passend onderwijsaanbod in de regio.

D66 profileert zich in de Tweede Kamer als de grootste tegenstander van de samenwerkingsverbanden. Paul van Meenen wees er in de Tweede Kamer op dat zijn partij altijd al tegen het idee is geweest om samenwerkingsverbanden in te richten. Volgens hem loopt het helemaal niet goed met passend onderwijs en ligt dat aan de samenwerkingsverbanden.

Wat vindt u?

VOS/ABB wil graag weten hoe u denkt over het idee om voor scholen de wettelijke verplichting te schrappen om bij één of meer samenwerkingsverbanden aangesloten te zijn. Is dat een goed idee? En waarom vindt u dat (niet)?

U kunt uw reactie mailen aan senior beleidsmedewerker Rozemarijn Boer van VOS/ABB: rboer@vosabb.nl.

Debat over ‘Diagnosedrift’ en labelcultuur

Ter gelegenheid van de presentatie van het nieuwe boek ‘Diagnosedrift’ is er op woensdagavond 31 oktober in Amsterdam een debatavond over labelcultuur in het onderwijs.

Journalist Sanne Bloemink is voor haar boek op zoek gegaan naar de oorzaken en gevolgen van het toenemende aantal diagnoses in het onderwijs. Ze sprak met ouders, leraren, psychiaters en andere experts en ontdekte dat het versmallen van de grenzen van ‘wat normaal is’ grote gevolgen heeft.

Steeds meer psychiatrische diagnoses

Enkele deskundigen die in het boek aan het woord komen, nemen deel aan het debat op 31 oktober. Zij spreken over het stijgende aantal psychiatrische diagnoses en de vele toegekende labels als dyslexie en hoogbegaafdheid en vragen zich af: waar komt deze explosie vandaan?’ De sprekers zijn Floor Scheepers, hoogleraar innovatie in de GGZ en hoofd van de afdeling psychiatrie in het UMC Utrecht, Trudy Dehue, emeritus hoogleraar Theorie en geschiedenis van de psychologie aan de Universiteit Groningen en Bert Wienen, psycholoog en onderwijskundige, die promotieonderzoek doet naar de rol van diagnoses in het onderwijs.
De boekpresentatie met debat in Spui25 duurt van 20 tot 21.30 uur en is gratis toegankelijk, maar aanmelden is wel noodzakelijk. Meer informatie en aanmelden

Passend onderwijs zonder diagnoses

VOS/ABB heeft in het oktobernummer van magazine Naar School! aandacht besteed aan een openbare basisschool die weigert diagnoses te stellen. Het is de Nieuweschool in Panningen, waar elk kind passend onderwijs volgt zonder een label opgeplakt te krijgen. Bovendien scoort deze school een extreem laag ziekteverzuim onder het personeel. Lees het artikel ‘Passend onderwijs kan slagen’ uit Naar School! nr 15.

Ieder kind welkom: stop met stickeren!

Passend onderwijs kan wel degelijk slagen. Dat bewijst de Nieuweschool in het Limburgse Panningen. In het oktobernummer van ons magazine Naar School! staat een artikel over deze openbare school waar werkelijk ieder kind welkom is, ongeacht afkomst of special needs.

De Nieuweschool doet niet mee aan het diagnosticeren van leerlingen. Alle kinderen zijn gelijk en ze doen allemaal mee. Opmerkelijk: op deze openbare school zijn geen klachten over hoge werkdruk en het ziekteverzuim is er extreem laag.

Kinderen bloeien op

Directeur Johan van den Beucken van de Nieuweschool vertelt in het VOS/ABB-magazine dat hij niet wil stickeren met ADHD, autisme, PDD-NOS of wat dan ook. ‘Wél krijgt elk kind de aanpak die bij hem of haar past, waardoor elk kind zich ontwikkelt. Onze leerkrachten werken daarvoor nauw samen met de IB’er. Ons onderwijs is sterk gedifferentieerd. En dat werkt. We zien goede resultaten en ik zie sommige kinderen hier echt opbloeien’, zo legt Van den Beucken uit.

De Nieuweschool heeft er heel bewust voor gekozen om leerlingen niet te diagnosticeren, hoewel de school daardoor geld misloopt. ‘We hebben hier heel wat kinderen die op andere scholen wél een etiket zouden krijgen. Als ik al die diagnoses wél officieel zou laten stellen, dan levert dat veel geld op. Dat is volgens mij ook de reden waarom zoveel kinderen tegenwoordig een of andere diagnose krijgen. Aanbod creëert vraag.’

Kwestie van cultuur

Van den Beucken vindt eigenlijk dat de geldstroom de andere kant op moet lopen: leerkrachten die geen diagnoses laten stellen en er toch voor zorgen dat hun leerlingen een goede ontwikkeling laten zien, zouden beloond moeten worden. ‘Dat zou ik mijn leerkrachten ook enorm gunnen. Want natuurlijk is het hier ook wel eens heavy. Maar hé, het leven is nu eenmaal soms wat makkelijker en soms wat moeilijker. Zo staan wij er hier allemaal in, het is een kwestie van cultuur.’

Download het artikel Nieuweschool bewijst: passend onderwijs kan slagen.

Onderwijs (hoog)begaafde leerlingen moet gratis

Het onderwijs voor (hoog)begaafde leerlingen moet – net als voor alle andere leerlingen – vrij toegankelijk en kosteloos zijn, maar scholen mogen er wel een vrijwillige ouderbijdrage voor vragen. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

De Kamerleden Lisa Westerveld van GroenLinks en Peter Kwint van de SP wilden van de minister weten hoe hij denkt over scholen die ouders voor onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen ‘soms duizend euro’s’ laten betalen.

Slob reageert hierop door te benadrukken dat de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs verantwoordelijk zijn voor een dekkend onderwijsaanbod in hun regio. ‘Het onderwijs voor (hoog)begaafde leerlingen moet – net als voor alle andere leerlingen – vrij toegankelijk en kosteloos zijn’, aldus de minister.

Hij voegt daaraan toe: ‘Indien voorzieningen nodig zijn om in de ondersteuningsbehoefte van een leerling te voorzien, dan dient de eigen school of het samenwerkingsverband dit te regelen. De toelating hiertoe mag niet
afhankelijk worden gesteld van een financiële bijdrage van de ouders.’

Maar dit betekent volgens hem niet dat een ouderbijdrage voor (hoog)begaafdenonderwijs verboden is. ‘Het is wettelijk toegestaan dat scholen een ouderbijdrage vragen en dat deze wordt gebruikt voor extra personeel en lesmateriaal. Het betreft echter altijd een vrijwillige ouderbijdrage.’

Slob meldt verder dat de oudergeleding in de medezeggenschapsraad instemmingsrecht heeft op de hoogte en de bestemming van de vrijwillige ouderbijdrage.

Focus op Geschillencommissie Passend Onderwijs

Het verdient aanbeveling naar exclusiviteit van de Geschillencommissie Passend Onderwijs (GPO) te streven, door de weg naar het College voor de Rechten van de Mens en de klachtencommissies af te snijden. Dit advies staat in het rapport De zorgplicht in passend onderwijs en de juridische handhaving daarvan.

Met exclusiviteit van de GPO wordt volgens de opstellers van het rapport een maximaal rendement bereikt van de oordelen van deze geschillencommissie. Zo zal op termijn ook duidelijk worden waar ouders terecht kunnen als zij op het gebied van passend onderwijs problemen hebben met het bevoegd gezag.

In het rapport staat ook het advies om de status van de GPO te wijzigen van tijdelijk naar permanent.

Lees meer…

Oplossing voor thuiszitters ligt binnen handbereik

Er moeten speciale groepjes deskundigen komen die vastgelopen en ingewikkelde situaties rond thuiszitters kunnen vlottrekken. Dat vindt directeur Hetty Vlug van de Coöperatie Passend Onderwijs Almere.

Zij reageert in een blog op de recente golf van kritiek in de media en de politiek op het passend onderwijs. Er zijn problemen, zo erkent ze, maar het is volgens haar ‘volkomen onterecht, zo niet onverantwoord, om dat louter en alleen aan de invoering van het passend onderwijs te wijten’.

Elk kind dat zonder onderwijs thuiszit ‘is het resultaat van een zeer complex samenspel van factoren, waarin thuissituatie, jeugdhulp, leerplicht, onderwijs en ondersteuning in een totale misfit belanden’, zo schrijft Vlug. Onderwijs is daarin volgens haar ‘een belangrijke, maar lang niet altijd doorslaggevende factor’.

De directeur van de Coöperatie Passend Onderwijs Almere ziet een oplossing van het probleem van thuiszitters: zij pleit voor groepjes deskundigen die in extreem moeilijke gevallen komen kijken welke zorgarrangementen er nodig zijn en hoe de financiering daarvoor geregeld moet worden.

‘Die figuur is in de publieke sector vaker beproefd om vastgelopen en ingewikkelde situaties die worden overwoekerd door professionele en institutionele onmogelijkheden te doorbreken. Waarom zou zoiets voor deze groep thuiszitters niet mogelijk zijn?’

Lees meer…

Ouders en leraren klagen over passend onderwijs

Na een oproep van de NOS om ervaringen met passend onderwijs te delen, kwamen er bij de omroep honderden reacties binnen.

Het waren bijna allemaal reacties van ontevreden ouders en leraren. Ze kwamen met ideeën om passend onderwijs te verbeteren: minder rigide regels, kleinere klassen, meer professionele ondersteuning, minder managers en bestuurders en duidelijke richtlijnen voor ouders.

De lerarenvakbond PO in Actie laat aan de NOS weten dat passend onderwijs al vanaf de invoering ervan in 2014 een mislukking is. Volgens voorman Jan van de Ven van PO in Actie is passend onderwijs er de oorzaak van dat leraren na jaren ‘ploeteren’ met kinderen met allerlei verschillende problemen en de bijkomende bureaucratische rompslomp het onderwijs verlaten. Hij vindt dat het hele systeem op de schop moet.

De oproep van de NOS volgde op zorgen die Tweede Kamerleden over passend onderwijs eerder bij de omroep hadden geuit.

Lees meer…

‘Passend onderwijs beter als leraren master hebben’

Geef zoveel mogelijk leerkrachten op de basisschool een masteropleiding. Op die manier kunnen ze van passend onderwijs een succes te maken. Dat stelt adjunct-directeur Yvonne Richards van het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg (OSO) van Fontys Hogescholen.

Richards reageert in BRON, het nieuwsmedium van Fontys Hogescholen, op de recente kritiek op passend onderwijs vanuit de Tweede Kamer. ‘Wij zijn boos dat er nu wordt gezegd: ‘het passend onderwijs is mislukt’. Dat kun je niet zeggen. Op veel plekken werken leraren keihard om er een succes van te maken, en lukt dat ook.’

Ze pleit ervoor om leraren een masteropleiding te laten volgen. Dat kan volgens haar helpen om van passend onderwijs een succes te maken. Het geld is volgens haar het probleem niet, omdat de landelijke lerarenbeurs daarvoor kan worden benut.

Lees meer…

‘Complexe leerlingen verdienen meer ondersteuning’

De Onderwijsraad pleit in een advies over passend onderwijs voor verhoogde inzet op de ontwikkeling van nieuw structureel ondersteuningsaanbod voor leerlingen met complexere ondersteuningsbehoeften.

De raad doelt bijvoorbeeld op leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. Een andere groep bestaat uit leerlingen met ernstige psychiatrische of gedragsproblemen in combinatie met een verstandelijke beperking. Het aanbod voor deze leerlingen is volgens de Onderwijsraad ‘nog steeds onvoldoende’.

Het advies aan de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob luidt om bij de ontwikkeling van nieuw structureel ondersteuningsaabod voor complexe leerlingen gebruik te maken van expertise vanuit de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

De raad voegt daaraan toe ervan uit te gaan dat de onderwijsministers de toezegging van voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW nakomen om met de betreffende onderwijsorganisaties om de tafel te gaan zitten en te bevorderen dat in álle samenwerkingsverbanden aanvullend aanbod tot stand komt.

Lees meer…

‘Elk samenwerkingsverband één coördinator jeugdzorg’

Het grote probleem van passend onderwijs is dat er te veel organisaties bezig zijn met één kind. Daarom moet elk samenwerkingsverband één coördinator jeugdzorg krijgen. Dat benadrukt oud-VOS/ABB’er Henk Keesenberg, die nu manager is bij het Overijsselse samenwerkingsverband 25-05, tegenover de NOS.

Hij pleit ervoor om terug te gaan naar één coördinator jeugdzorg en een goede onafhankelijke toezichthouder. Zijn wens is dat leerkrachten naar één kantoor kunnen bellen als ze extra hulp nodig hebben voor een kind en dat er dan in de praktijk gekeken wordt wat er voor het kind echt nodig is.

‘Van elf kapiteinen op een schip, terug naar één kapitein, dat lijkt me een stuk eenvoudiger’, aldus Keesenberg. Daarmee doelt hij op ‘één budget, één bestuur en één raad van toezicht’. Het liefst wil hij ook dat elk samenwerkingsverband samenvalt met de regionale indeling van de jeugdzorg.

Lees meer…

 

Kind met gedragsproblemen beter af in speciaal onderwijs

Leerlingen met gedragsproblemen doen het in het speciaal onderwijs gemiddeld genomen beter dan in het reguliere onderwijs met extra ondersteuning. Dat concludeert de Utrechtse onderzoeker Inge Zweers in haar proefschrift “Shape sorting” students for special education services?.

Zweers noemt deze bevinding verrassend en van belang, omdat die ingaat tegen de trend dat onderwijs steeds meer ‘inclusief’ zou moeten worden. ‘Eenvoudigweg alle leerlingen met gedragsproblemen in het regulier onderwijs handhaven lijkt niet nastrevenswaardig, omdat plaatsing in het speciaal onderwijs het sociaal-emotioneel en didactisch functioneren van leerlingen met gedragsproblemen duidelijk kan bevorderen’, zo staat in het proefschrift van Zweers.

Ze pleit er in haar dissertatie voor om reguliere scholen beter in staat te stellen ‘om met de extra onderwijsbehoeften van leerlingen met gedragsproblemen om te kunnen gaan’.

Ga naar het proefschrift

Overal doorzettingsmacht nodig voor minder thuiszitters

Alle samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs moeten doorzettingsmacht hebben. Zo kan het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag worden gebracht, benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

Op de vraag uit de Tweede Kamer hoe het komt dat er nog steeds veel kinderen thuiszitten zonder onderwijs, terwijl elk samenwerkingsverband een dekkend onderwijsaanbod zou moeten hebben en scholen zorgplicht hebben, antwoordt Slob dat kinderen soms thuiszitten doordat er nog geen overeenstemming is over een aanbod.

‘In sommige gevallen heeft een samenwerkingsverband langer tijd nodig om tot een passend aanbod te komen’, aldus de minister. Daarvoor bestaan volgens hem verschillende oorzaken, omdat de situatie van iedere thuiszitter uniek is en een eigen oplossing behoeft.

‘Vaak is deze oplossing niet alleen in het onderwijs gelegen, maar ook in de zorg. Mede vanwege de veelvoud aan partijen die betrokken zijn bij de thuiszitter, kan het veel tijd kosten om te komen tot een gedragen inschatting van de behoefte van de leerling en een besluit over (de financiering van) het aanbod’, zo licht Slob toe.

In dit kader benadrukt hij dat doorzettingsmacht van het samenwerkingsverband kan helpen, maar dat dit nog niet in alle regio’s is geregeld. ‘Daarom heeft dit kabinet zich de ambitie gesteld dat in alle samenwerkingsverbanden doorzettingsmacht geregeld wordt’, aldus Slob.

Lees meer…

Actieplan: Alle kinderen hebben recht op kansen!

De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Jeugd en van Justitie en Veiligheid hebben het actieprogramma Zorg voor de jeugd gepresenteerd. Daarin staat onder andere dat alle kinderen recht hebben op kansen om zich te ontwikkelen.

Daarvoor is het van belang dat er flexibele onderwijs-zorgarragementen komen. In het actieprogramma staat dat samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs daarin een belangrijke taak hebben. Zij moeten zich met jeugdhulpregio’s inspannen om te komen tot ‘een meerjarig plan waarin ze aangeven hoe ze de inzet van onderwijsmiddelen en zorgmiddelen beter op elkaar afstemmen’.

Het doel is ‘dat in 2020 geen enkel kind langer dan 3 maanden thuis zit zonder een passend aanbod uit het onderwijs, de zorg, of beide’, zo staat in het actieprogramma.

Ga naar het actieprogramma Zorg voor de jeugd

 

 

Governance passend onderwijs: een hele klus!

Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs moeten onafhankelijk intern toezicht krijgen, eist de Tweede Kamer. De praktijk laat zien dat het een hele klus is!

‘De inkt van de oprichtingsaktes is nog maar net droog of we moeten het alweer anders inrichten, en dat kost veel tijd en energie’, zegt directeur Luuk van Aalst van samenwerkingsverband IJssel | Berkel in Zutphen en omgeving.

Toch vindt hij het noodzakelijk om er werk van te maken. ‘Het gaat immers om de verantwoording van publieke middelen. We moeten daarom aan de slag om een daadwerkelijke scheiding van bestuur en toezicht te regelen’, aldus Van Aalst in het aprilnummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! dat binnenkort verschijnt.

U kunt het artikel Governance passend onderwijs: een hele klus uit het aprilnummer van Naar School! als preview downloaden.

Bijeenkomst passend onderwijs en governance

Luuk van Aalst is tevens adviseur bij bureau Van Beekveld en Terpstra. Hij geeft op dinsdag 17 april op een bijeenkomst bij VOS/ABB in Woerden een toelichting op het governancemodel van samenwerkingsverband IJssel | Berkel.

De bijeenkomst wordt geleid door oud-VOS/ABB’er Hans van Willegen die tegenwoordig verbonden is aan Van Beekveld en Terpstra. Namens VOS/ABB zullen Rozemarijn Boer en Eline Vrenken aanwezig zijn.

Wanneer en waar?

De bijeenkomst op dinsdag 17 april is van 09.45 tot 12.30 uur in ons kantoor in Woerden. Na afloop is er een eenvoudige lunch.

Als uw schoolbestuur of samenwerkingsverband bij VOS/ABB is aangesloten, is deelname gratis. Niet-leden betalen 100 euro per persoon (btw-vrij).

Aanmelden

U kunt zich aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Bijeenkomst passend onderwijs’. Vermeld in uw mail uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en het telefoonnummer waarop wij u kunnen bereiken. Wij willen ook graag van u weten of u gebruik wilt maken van de lunch.

Aantal geschillen passend onderwijs stabiel

De Geschillencommissie passend onderwijs heeft  vorig jaar 78 zaken in behandeling gehad. Dat is net zoveel als in het schooljaar 2015-2016.

In het jaarverslag 2017 van de commissie staat dat de meeste zaken (circa 80 procent) over de verwijdering van een leerling gingen. Een kleiner aantal ging over toelating/inschrijving. In 56 gevallen deed de commissie uitspraak. Dat is minder dan in 2015-2016, toen 62 uitspraken werden gedaan.

De Geschillencommissie passend onderwijs bestaat sinds 1 augustus 2014. De commissie behandelt geschillen over het ontwikkelingsperspectief, toelating tot het onderwijs van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte en geschillen over definitieve verwijdering.

Ga naar het jaarverslag 2017

 

Voortgangsrapportage passend onderwijs komt in juni

Onderwijsminister Arie Slob komt niet eerder dan in juni met de volgende voortgangsrapportage passend onderwijs. Dat meldt hij per brief aan de Tweede Kamer.

In de voortgangsrapportage zal hij ingaan op ‘onderwerpen en trajecten waarover op dit moment overleg plaatsvindt met het veld, besluitvorming plaatsvindt of onderzoek wordt uitgevoerd’. Deze trajecten zullen volgens hem niet eerder dan eind mei tot resultaat leiden. ‘Ik kan uw Kamer dan ook pas begin juni inhoudelijk op de hoogte stellen van de uitkomsten hiervan’, zo meldt de minister.

Het gaat onder andere over de uitkomst van de financiering van zorg in onderwijstijd, de mogelijkheden voor maatwerk, het intern toezicht bij samenwerkingsverbanden en de eerste resultaten van het onderzoek naar regionale verschillen in basisondersteuning.

Lees meer…

Met Variawet meer maatwerk in onderwijstijd

Vanaf komend schooljaar 2018-2019 is op grond van de Variawet meer maatwerk in onderwijstijd mogelijk.

Het uitgangspunt van deze wet is om leerlingen die (tijdelijk) geen voltijdsonderwijs kunnen volgen vanwege een lichamelijke en/of psychische beperking toe te laten groeien naar het volgen van de volledige onderwijstijd.

Voor leerlingen die helemaal niet naar school kunnen, blijft de mogelijkheid bestaan om op basis van een verklaring van een arts volledig vrijgesteld te worden. De scholen blijven echter zelf verantwoordelijk voor het onderwijs en het ontwikkelprogramma en bieden dit aan in overleg met de ouders/verzorgers.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Subsidie voor beter onderwijs aan hoogbegaafden

Onderwijsminister Arie Slob komt met een subsidieregeling voor samenwerkingsverbanden om het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen te verbeteren. Dat meldt hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Het kabinet had in het regeerakkoord al aangekondigd dat er dit jaar 15 miljoen euro en daarna 30 miljoen euro per jaar beschikbaar zou komen voor onderwijs aan hoogbegaafden.

Passend onderwijs ook voor hoogbegaafden

Slob benadrukt dat passend onderwijs gaat over alle leerlingen met een ondersteunings- of ontwikkelvraag. ‘Dat zijn niet alleen leerlingen met een beperking of een leerprobleem, maar ook leerlingen met een ondersteuningsvraag die voortkomt uit hun (hoog)begaafdheid’, zo staat in zijn brief.

De subsidieregeling waarmee de minister komt, is bedoeld voor de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs, omdat die ook dit vlak verantwoordelijk zijn voor een dekkend onderwijsaanbod in hun regio.

De subsidie kan volgens de minister bijvoorbeeld worden gebruikt voor het aanstellen van experts op het gebied van hoogbegaafdheid of het organiseren van een tussenjaar voor slimme leerlingen voor wie de basisschool niet meer voldoende uitdaging biedt maar die nog niet toe zijn aan het voortgezet onderwijs.

Hoe de subsidieregeling er precies uit komt te zien, is nog niet bekend. Wat al wel duidelijk is: het wordt een regeling op basis van 50 procent cofinanciering.

Onderwijs aan hoogbegaafden: obs Anne Frank

Op de dag waarop de brief van Slob naar de Tweede Kamer is verstuurd, heeft de minister een bezoek gebracht aan openbare basisschool Anne Frank in Leiden om zich daar op de hoogte te stellen van wat deze school doet voor hoogbegaafde leerlingen.

Obs Anne Frank is in 2010 begonnen met het geven van onderwijs aan hoogbegaafde kinderen onder de noemer ‘Nova onderwijs’. Deze speciale vorm van onderwijs is gericht op kinderen met een IQ van 130 of meer en die creatief zijn in het bedenken van oplossingen en gemotiveerd zijn om te gaan ontdekken en leren.

Lees meer…

Minder doorstroom naar mbo

De doorstroom vanuit het vmbo, voortgezet speciaal onderwijs (vso) en praktijkonderwijs naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is afgenomen. Dat staat in een evaluatierapport over passend onderwijs.

De doorstroom vanuit vmbo-k en vmbo-t is stabiel, met respectievelijk 96,6 procent en 94,6 procent. Vanuit het vmbo-b was in de periode van 2010-2011 tot en met 2015-2016 echter sprake van een lichte daling (-1,3 procent) tot 90,9 procent. In het vmbo-b lwt ass (leerwerktrajecten autismespectrumstoornis) nam de doorstroom naar het mbo ook licht af tot 87,6 procent (-3,4 procent).

Er was in bovengenoemde periode eveneens een daling te zien in de doorstroom vanuit het vso en het praktijkonderwijs naar het mbo. Die doorstroom nam af tot respectievelijk 40,6 procent (-3 procent) en 49,4 procent (-3,3 procent).

In het evaluatierapport staat ook dat de doorstroom van havo-leerlingen naar het mbo afnam naar 13,6 procent (-2,5 procent). Vanuit het vwo stroomde in 2015-2016 0,5 procent door naar het mbo (-0,2 procent)

Lees meer…

Notitie over verantwoording samenwerkingsverbanden

Op initiatief van het ministerie van OCW is een notitie tot stand gekomen over verantwoording als onderdeel van goed financieel management door en binnen samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs.

De notitie bevat drie uitgangspunten:

  1. Het samenwerkingsverband legt verantwoording af over alle middelen die het tot zijn beschikking heeft in relatie tot beoogde doelen en bereikte resultaten.
  2. Schoolbesturen zijn zich bewust van de verschillende rollen die zij binnen het
    samenwerkingsverband hebben en handhaven hun rolzuiverheid.
  3. Iedereen die middelen besteedt legt verantwoording af; hierbij wordt rekening
    gehouden met regionale verschillen.

Download notitie